Project onderzoekt optimale bemesting per groeifase:
Zaaiuien starten beter op onbemeste grond

Dit voorjaar zijn er in Drenthe en Brabant op zowel bemeste als onbemeste perceeltjes zandgrond zetmeelaardappelen gepoot en uien gezaaid. Dit in het kader van het project ‘Nutriëntenopnamecurves’ rond zaaiuien en zetmeelaardappelen. Vijftig dagen na het poten/zaaien is het opvallend dat de groei van de zaaiuien op de bemeste percelen achterblijft ten opzichte van de uien gezaaid op de onbemeste veldjes. Bij zetmeelaardappelen is het juist andersom. Daar blijft de groei van het gewas op de onbemeste perceeltjes achter ten opzichte van de aardappelplantjes op de bemeste perceeltjes. „Beide gewassen reageren dus anders. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de uien 50 dagen na het zaaien omgerekend minder dan 10 kilo stikstof per hectare hebben opgenomen.” Dat zegt Arjan Mager. Hij is de projectleider Sectoraanpak Nitraat bij BO Akkerbouw.
Weinig metingen
Volgens Mager wordt er op de Nederlandse akkers weinig gemeten wat specifieke bemesting bij bepaalde gewassen betreft. Veelal vindt de bemesting nog steeds plaats op basis van kennis die al tientallen jaren oud is. In de tussentijd is er veel veranderd. Zo zijn er bijvoorbeeld tal van nieuwe rassen op de markt gekomen. Rassen die veelal vragen om een meer specifieke bemesting. Daarnaast bevatten gronden nu meer voedingsstoffen dan dertig jaar geleden”, legt Arjan Mager uit. Daarbij wijst hij ook op zijn ervaring dat tijdens het groeiseizoen veelal weinig wordt gemeten. En daar valt volgens hem nog veel winst te behalen. Mager: „Zo blijkt dat bij de start van de groei een plant weinig voedingsstoffen nodig heeft. Bij een toegepaste stikstofbemesting moet het jonge ui-plantje met het zout concurreren om het vocht. Zeker in een droog voorjaar, zoals dit jaar. Dit eerste jaar blijkt dus dat de start van de zaaiuien in onbemeste grond voorspoediger verloopt dan op een bemest perceel. Mogelijk dat een nat voorjaar voor een andere start zorgt. Volgens hem is een eerste voorzichtige conclusie dat het zaak is de bemesting beter af te stemmen op de groeistadia van de plant. „Wellicht kun je het moment van bemesting uitstellen totdat de ui het echt nodig heeft. Kortom: anticiperen op de behoefte van de plant in de fase waarin deze zich bevindt en daarbij mogelijk ook rekening houden met de weersomstandigheden.” De centrale vraag luidt dan: ‘Wanneer heeft ze wat nodig?’
Nutriëntenopnamecurves
Dit project richt zich op de ontwikkeling van actuele, praktijkgerichte nutriëntenopnamecurves voor uien en zetmeelaardappelen. Dit ter ondersteuning van doelsturing en duurzaam nutriëntenmanagement. Bij doelsturing wordt binnen dit project uitgegaan van heldere, meetbare milieudoelen in plaats van exacte voorschriften.
Nitraatrichtlijn
Toenemende druk vanuit het meststoffenbeleid, waaronder het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, vraagt volgens BO Akkerbouw om betere inzichten in aspecten zoals de gewasopname, nutriëntenbenutting en emissiereductie op perceelsniveau.
Doel
Het project heeft als doel het opstellen van zorgvuldig onderbouwde nutriëntencurves voor verschillende gewassen, die toegepast kunnen worden binnen doelsturing in de akkerbouw. Binnen het onderzoek wordt inzicht verkregen in de snelheid waarmee nutriënten gedurende het groeiseizoen door het gewas worden opgenomen, waarbij verschillen tussen groeistadia, bodemcondities en weersinvloeden expliciet worden meegenomen. Een belangrijk onderdeel vormt het kwantificeren van de totale nutriëntenopname over het volledige groeiseizoen en minder stikstofemissie naar grondwater.
Metingen
Binnen dit praktijkgerichte onderzoek worden op meerdere zandpercelen metingen uitgevoerd om de snelheid en totale opname van nutriënten gedurende het groeiseizoen vast te leggen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen nutriëntenafvoer via de geoogste fractie en nutriënten die achterblijven in oogstresten en bodem. De meerjarige opzet dient te zorgen voor robuuste data onder verschillende weersomstandigheden en bij te dragen aan een solide onderbouwing voor beleidsontwikkeling en sectorbrede toepassing.
Uitdagingen
De open teelten staan voor toenemende uitdagingen bij het toepassen van meststoffen als gevolg van strengere milieueisen, stijgende kosten en veranderende wetgeving. Een actueel voorbeeld is het 8e Nederlandse Actieprogramma Nitraatrichtlijn, dat in combinatie met de ontwikkeling richting doelsturing een sterke behoefte creëert aan beter inzicht in nutriëntenopname door gewassen en de omvang van nitraatuitspoeling. BO Akkerbouw onderstreept dat telers behoefte hebben aan concrete handvatten om te sturen op nutriëntenbenutting, emissiereductie en praktische uitvoerbaarheid binnen hun bedrijfsvoering. Zonder passende maatregelen kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn, zoals financiële sancties, teeltbeperkingen of het verdwijnen van bepaalde open teelten door te hoge risico’s.
Zandgronden
De urgentie is momenteel het grootst op zandgronden, waar uitspoelingsrisico’s hoger liggen. Deze uitdagingen beperken zich niet tot stikstof maar gelden ook voor andere nutriënten zoals fosfaat. Het verzamelen van actuele gewas- en bodemdata over nutriëntenstromen is essentieel om bemesting beter af te stemmen op gewasbehoefte en bodemcondities. Op dit moment ontbreekt vaak voldoende kennis over de daadwerkelijke nutriëntenopname gedurende het groeiseizoen, wat leidt tot een spanningsveld tussen opbrengstzekerheid, bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit. Variabele weersomstandigheden en verschillen in bodemtype vergroten bovendien de onzekerheid in nutriëntenbenutting. Generieke gebruiksnormen sluiten steeds minder goed aan bij perceelspecifieke praktijkvariatie en actuele bemestingsinzichten. Binnen de sector groeit daarom de noodzaak om over te stappen naar doelsturing, waarbij wordt gestuurd op feitelijke emissies en gewasopname.
Jorg Tönjes
Guus Queisen
Opgegroeid op een gemengd agrarisch bedrijf op een typisch Zuid-Limburgse carréboerderij. Na een financieel/economische opleiding en diverse functies sinds 1985 in deeltijd en sinds 1996 fulltime op freelance basis actief in de landbouwjournalistiek. Volg kritisch alle ontwikkelingen die (in-)direct aan de agrarische sector gerelateerd zijn. Bij Agrio werkzaam voor zowel de papieren als de digitale uitgaven van: Stal en Akker, Pigbusiness, Melkvee en Akkerwijzer.
Beeld: Martin de Vries, Soilz



