Weidevogel Exit Poll 2026
Veel Friese grutto’s vliegvlug, moeilijk jaar voor wulp

Boeren, vrijwilligers en wildbeheerders kijken terug op een redelijk verlopen weidevogelseizoen (zie grafiek 1). 44 procent beoordeelt het seizoen van redelijk goed tot uitstekend, terwijl 39 procent een waardering van matig tot slecht geeft. Boeren zijn daarbij iets positiever dan vrijwilligers en wildbeheerders. Provinciaal zijn er wel grote verschillen. 61 procent van de deelnemers uit Friesland vond het een positief seizoen, terwijl in Drenthe juist 62 procent een negatieve ervaring had. De andere provincies zaten daar tussenin.
Nesten
De deelnemers aan het onderzoek vonden meer nesten (zie grafiek 2) van de grutto, kievit, tureluur en scholekster, maar minder van de wulp en patrijs. De veldleeuwerik bleef gelijk. Voor het eerst werden ook de nesten van velduilen meegenomen, omdat die meer leken voor te komen dit jaar. Van de ruim 200 deelnemers die deze vraag beantwoordden, gaf 39 procent aan meer nesten van velduilen te hebben waargenomen tegenover 17 procent die minder nesten aantrof. Verder valt op dat boeren dit voorjaar meer nesten van weidevogels zagen ten opzichte van 2025 dan vrijwilligers en wildbeheerders.
Vliegvlugge kuikens
Belangrijker dan het aantal nesten is de kuikenoverleving, om de weidevogels in stand te houden. De deelnemers gaven aan dat er gemiddeld meer gruttokuikens zijn grootgebracht dan vorig jaar (zie grafiek 3). 41 procent zag meer vliegvlugge jongen, terwijl 33 procent er juist minder zag. In Friesland zag zelfs 61 procent meer gruttokuikens groot worden. Waarschijnlijk zelfs zoveel dat er voor het eerst in jaren weer genoeg groot zijn geworden om de populatie in stand te houden. Dat landelijke positieve beeld komt met name door boeren die de vragenlijst invulden, want de vrijwilligers en wildbeheerders zagen gemiddeld iets minder gruttokuikens uitvliegen.
Ook zagen de deelnemers meer grootgebrachte kuikens van de kievit, tureluur en scholekster. Voor de veldleeuwerik, patrijs en met name de wulp was het geen goed seizoen. De deelnemers zagen van deze soorten minder vliegvlugge jongen, waarbij de wulp het slechtst scoorde. 44 procent zag minder jongen, tegenover 13 procent die juist meer vliegvlugge jongen zag.
Reacties
Een vrijwilliger uit Friesland laat weten: „Grutto uitstekend, kievit gelijk, tureluur gelijk, velduil nog nooit zoveel gehad.” Een vrijwilliger die al 25 jaar aan weidevogelbeheer doet in het Hammerflier in Noordoost-Overijssel zegt: „Ondanks veel predatie van das, steenmarter, reiger en ooievaar gaat het de laatste jaren goed, zelfs met patrijzen en wulpen.” Ook in Groningen zijn gebieden waar het super goed ging. Een weidevogelvrijwilliger zegt: „Vijf jaar predatorenbeheer, goed weidevogelmozaïek, water op en rondom de uitgestelde percelen en weidende melkkoeien tussen en naast de uitgestelde percelen, en een goed muizenjaar. Nog nooit zo’n uitzonderlijk goed seizoen meegemaakt. Zo’n 170 van de 180 nesten kregen van de eerste leg jongen vliegvlug. Vele paren met meerdere jongen vogels per paar.”
En in de Zak van Zuid-Beveland (ZL) gaat het ook goed, maar is men bezorgd omdat er een fruitgroothandel in het buitengebied een nieuw sorteercentrum mag bouwen.
Oorzaken
Deelnemers die het weidevogelseizoen positief zien, geven aan dat de weersomstandigheden de belangrijkste factor was voor het succes met daarna minder grondpredatie als tweede factor (zie grafiek 4). Dat is vergelijkbaar met 2025, maar dit jaar is minder grondpredatie nog vaker genoemd dan in 2025: 41 procent tegen 35 procent. Van de overige oorzaken valt op dat minder luchtpredatie vaker werd genoemd: 26 procent tegen 18 procent.
Grondpredatoren werden door 82 procent van de deelnemers genoemd, die het weidevogelseizoen beoordeelden als matig tot slecht. Vorig jaar was dat 67 procent. Luchtpredatie bleef ongeveer gelijk en werd door 74 procent genoemd. Boeren en vrijwilligers/wildbeheerders wijzen beiden op deze oorzaken. Andere oorzaken zoals landbouwwerkzaamheden, weersomstandigheden en beheer niet op orde werden veel minder vaak genoemd.
Predatiebeleid Utrecht
Uit de reacties klinkt onder meer kritiek door op de provincie Utrecht. Diverse deelnemers uit die provincie stellen: „Door geen afschotvergunningen in Utrecht voor vos, zwarte kraai en kauw is er geen beheer van de nesten en jongen meer mogelijk.” Te weinig afschotmogelijkheden voor kraai en vos wordt ook genoemd als factor in Zuid-Holland. Waar wel vossen worden afgeschoten lijken meeuwen de rol van predator over te nemen. En daar mag nog niet op worden bejaagd. En een wildbeheerder uit Overijssel laat weten dat het verwijderen van afrastering nadelig is voor de patrijs, vooral als dat in combinatie is met het vroeg maaien van het grasland en het maaien van schouwpaden langs watergangen.
Goede communicatie
Maar er zitten ook mooie positieve reacties in die vooral over communicatie gaan. Een boer uit Zuid-Holland zegt: „Maaien was een uitdaging. Gelukkig had de loonwerker ook goed oog voor opvliegende ouders, zodat er meer gespaard bleven.” En vrijwilliger Vendrik uit het Utrechts Westbroek laat weten: „Ik doe al 48 jaar aan nestbescherming. De boeren en hun opvolgers werken heel goed mee bij het sparen van de legsels en de kuikens.”
Onderzoeksopzet
De Weidevogel Exit Poll is een initiatief van medium OnzeWeidevogels, om direct na het broedseizoen een eerste indruk te krijgen van het verloop. Het onderzoek is begin juli door 841 respondenten ingevuld. Dat is vergelijkbaar met de twee eerdere onderzoeken. Daarvan is 56 procent boer, 16 procent vrijwilliger/nazorger en 26 procent wildbeheerder. In vergelijking met de voorgaande jaren valt op dat het aandeel boeren licht is afgenomen en wildbeheerders het juist vaker invulden. Het onderzoek is via e-mail toegestuurd aan een selectie boeren uit Agrio Agrarische Database en door partners van OnzeWeidevogels verspreid onder vrijwilligers en wildbeheerders.
Robert Ellenkamp
Hoofdredacteur, onderzoeksjournalist en documentairemaker bij Agrio op het domein landbouw en natuur. Sinds 1999 werkzaam in de landbouwsector. Verdiept zich als onderzoeksjournalist sinds 2019 in stikstof en natuur.
Beeld: Marcel van Kammen






