Sterke Erven Logo

Bacterie aangetroffen in Noord-Brabant; aanpassing van drie bestaande verbodsgebieden

Nieuwe beregeningsverboden vanwege bruinrot

03 min
De NVWA heeft twee nieuwe gebieden aangewezen waar aardappelen in verband met bruinrot (Ralstonia solanacearum en Ralstonia pseudosolanacearum) niet meer met oppervlaktewater mogen worden beregend. Beide gebieden liggen in de buurt van het Noord-Brabantse Steenbergen.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft dit jaar een aantal wijzigingen doorgevoerd in de gebieden waar vanwege bruinrot beregeningsverboden gelden. De aanpassingen zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

Nieuwe vondsten van bruinrotschimmel in Steenbergen, Lochem en Zuid-Hollands gebied

Bij Steenbergen is R. solanacearum in het oppervlaktewater aangetroffen en in de integrale toetsing van pootaardappelen. Voor de NVWA is dit aanleiding om twee nieuwe verbodsgebieden rondom de Brabantse plaats in te stellen.

Het bestaande verbodsgebied bij het Gelderse Lochem, dat in 2025 is ingesteld nadat daar R. pseudosolanacearum is aangetroffen, is uitgebreid. De schimmel is nu ook buiten het eerder afgebakende gebied aangetroffen, waarna de NVWA heeft besloten om het verbodsgebied te vergroten.

In het gebied Woerden-Nieuwkoop-De Ronde Venen (Utrecht/Zuid-Holland) zijn de afgelopen twee jaren meerdere vondsten van zowel R. pseudosolanacearum als R. solanacearum gedaan in het oppervlaktewater. Ook dit is voor de NVWA aanleiding om het beregeningsverbod, dat daar al gold, uit te breiden.

Inkrimping van verbodsgebied Hollands Kroon

Het beregeningsverbod voor Hollands Kroon in Noord-Holland wordt juist kleiner. De inkrimping van het bestaande verbodsgebied is volgens de NVWA verantwoord, omdat er sinds 2015 geen R. solanacearum meer is aangetoond in het oppervlaktewater.

Beregeningsverboden NVWA 2026

De NVWA voert jaarlijks analyses uit in oppervlaktewater voor bruinrot, dat getypeerd wordt als een quarantaineziekte, waardoor er strenge maatregelen gelden om die te weren en te bestrijden. Op basis van de toetsing van de NVWA worden de beregeningsverbodsgebieden ieder jaar geëvalueerd.

Bij een vondst van bruinrot buiten de al bestaande gebieden wordt eerst intensiever bemonsterd in de omgeving om te controleren of de besmetting consequent aanwezig is in het gebied. Daarna wordt voor het bepalen van een nieuwe afbakening gebruikgemaakt van beschikbare informatie van waterschappen, bijvoorbeeld de waterstroomrichtingen, peilgebieden en aanwezige kunstwerken.

Er wordt in het onderzoek ook bemonsterd binnen de bestaande verbodsgebieden. Als er meerdere jaren geen bruinrot wordt aangetoond, dan wordt er ook intensiever bemonsterd in de omgeving om te controleren of het gebied vrijgegeven zou kunnen worden.

Risicogebieden Ralstonia pseudosolanacearum

R. solanacearum komt al decennia voor in Nederland en vormt vooral een risico voor aardappel en tomaat. Sinds 2016 komt in een klein aantal gebieden ook R. pseudosolanacearum voor. Deze bacterie vormt voor veel meer plantensoorten een bedreiging. Op basis van het NVWA-onderzoek bestaat er ook inzicht waar in Nederland risico’s bestaan van introductie van R. pseudosolanacearum vanuit oppervlaktewater. De relevante sectororganisaties worden apart geïnformeerd over wat dit betekent.

Een verbod op het gebruik van oppervlaktewater geldt voor de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen en tomaten. Voor pootaardappelen geldt een landelijk verbod. In sommige gebieden is ook een advies om andere gewassen die gevoelig zijn voor bruinrot niet te beregenen.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: NVWA

Tags
AkkerbouwBruinrotOppervlaktewaterRegelgevingVoedselveiligheidGelderlandNoord-BrabantNoord-HollandZuid-Holland