Zelfs koplopers halen nieuwe kabinetsnormen nog niet: ‘Ammoniakopgave blijkt grootste knelpunt’

De uitkomst is volgens de onderzoekers ‘een tegenvaller’. De Koeien & Kansen-bedrijven werken al sinds 1998 aan het terugdringen van emissies en gelden als voorlopers binnen de Nederlandse melkveehouderij. Toch voldoet geen van de onderzochte bedrijven aan alle voorgestelde normen voor ammoniak, broeikasgassen en grondgebondenheid.
Het kabinet presenteerde op 26 juni een maatregelenpakket om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Voor melkveebedrijven worden daarin emissienormen voorgesteld van 0,164 kilogram ammoniak en 92 kilogram CO2-equivalenten per fosfaatrecht uit stal en mestopslag. Daarnaast geldt een grondgebondenheidsnorm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare. Samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer mogen daarbij worden meegeteld. Op zand- en lössgronden geldt bovendien een rustgewassenverplichting voor 85 procent van het areaal dat onder de grondgebondenheidsnorm valt.
Ammoniaknorm grootste uitdaging
Op de Koeien & Kansen-bedrijven vormt met name de voorgestelde ammoniaknorm van 0,164 kilogram ammoniak per fosfaatrecht een grote opgave. Slechts één bedrijf voldoet daar in 2023 en 2024 aan. Vrijwel alle andere bedrijven blijven boven de voorgestelde grens.
Volgens de onderzoekers worden de verschillen tussen bedrijven vooral verklaard door het type stal en de hoeveelheid ammoniakale stikstof (TAN) in de mest. Ook het rantsoen speelt een belangrijke rol.
De onderzoekers constateren dat de bedrijven de afgelopen jaren wel vooruitgang hebben geboekt, maar dat aanvullende maatregelen nodig lijken om de norm in 2035 te kunnen halen.
Botsing tussen verschillende normen
Uit het onderzoek blijkt bovendien dat de verschillende kabinetsdoelen elkaar in de praktijk kunnen tegenwerken.
Bedrijven met een relatief hoge veebezetting moeten mogelijk meer grasland of rustgewassen telen om aan de nieuwe grondgebondenheidsregels te voldoen. Daardoor blijft minder ruimte over voor snijmais in het bouwplan. Juist snijmais helpt op veel bedrijven om het eiwitgehalte in het rantsoen te verlagen, wat weer leidt tot een lagere ammoniakemissie.
Volgens de onderzoekers kan het daardoor lastiger worden om tegelijkertijd aan zowel de ammoniaknorm als de nieuwe eisen voor grondgebondenheid en rustgewassen te voldoen.
Techniek niet altijd voldoende
De analyse laat ook zien dat bedrijven die het dichtst bij de emissienormen komen, vaak gebruikmaken van emissiereducerende technieken of voermaatregelen.
Tegelijkertijd plaatsen de onderzoekers daar een kanttekening bij. Bij een van de bedrijven stijgt de berekende ammoniakemissie met ruim een derde als de emissiefactor wordt aangepast aan een uitspraak van de Raad van State over een bepaald type emissiearme stalvloer. Ook wijzen de onderzoekers erop dat voor verdere emissiereductie naar verwachting inzet van geborgde staltechnieken en voeradditieven noodzakelijk is.
Ook koplopers nog niet grondgebonden
Niet alleen de emissienormen blijken een uitdaging. Ongeveer de helft van de onderzochte bedrijven voldoet in een of meer jaren niet aan de voorgestelde norm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden per hectare. Daarbij is nog geen rekening gehouden met samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers, die volgens de kabinetsplannen wel mogen meetellen.
Op zandbedrijven voldoet bovendien niet ieder bedrijf aan de voorgestelde eis dat minimaal 85 procent van het areaal uit grasland of rustgewassen bestaat.
Praktijkpilot moet duidelijkheid geven
De onderzoekers spreken van voorlopige resultaten en benadrukken dat de mogelijkheden om verder te sturen op bedrijfsgerichte emissies de komende tijd worden onderzocht. In een nieuwe praktijkpilot worden bedrijfsplannen doorgerekend en wordt bekeken welke maatregelen in de praktijk nog mogelijk zijn.
De uitkomsten moeten volgens de onderzoekers bijdragen aan de verdere uitwerking van de bedrijfsgerichte doelsturing en aan het ondersteuningspakket dat het kabinet voor melkveehouders heeft aangekondigd.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Koeien & Kansen

