Biologische melkveehouders botsen op CO2-paradox in stikstofplan

De analyse maakt duidelijk dat biologische melkveehouders niet worden ontzien door de nieuwe stikstof- en klimaatmaatregelen. De CO2-opgave vormt voor hen de grootste uitdaging. Volgens het adviesbureau dreigt beleid zonder maatwerk, dat bedoeld is om landbouw te verduurzamen, juist ook de bedrijven te raken die al extensief en grondgebonden werken.
CO2 fors boven norm
Aaff legt aan de hand van de gegevens van een voorbeeldbedrijf deze beleidsparadox bloot. Hans de Bie, directeur bedrijfsadvies, doet geen uitspraken over de dieraantallen of de ligging van dit biologische melkveebedrijf. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste indicatoren uit het dashboard van aaff weergegeven. De CO₂-uitstoot ligt met 112,1 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht ruim boven de voorgestelde norm van 92,0 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht. Om de beoogde norm te behalen, is een reductie van 20,1 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht nodig. Dat is circa 18 procent van de huidige waarde. Voor biologische bedrijven is dit complex, omdat de CO2-footprint hoger uitkomt door een lagere melkproductie per koe, structuurrijker (gras)rantsoen door geen kunstmest, bodemprocessen, voerproductie en de totale bedrijfsopzet.
|
Indicator |
Norm |
Werkelijk |
Afwijking |
Status |
Duiding |
|
NH₃ ammoniak |
0,164 kg/FR |
0,250 kg/FR |
+0,086 kg/FR |
Voldoet niet |
152,4% van de norm; reductie nodig, maar technisch gerichter aan te pakken via stal- en mestmaatregelen. |
|
CO₂-equivalent |
92,0 kg/FR |
112,1 kg/FR |
+20,1 kg/FR |
Voldoet niet |
121,8% boven de norm; een forse reductie van de uitstoot is nodig om de norm te halen. |
|
GVE per hectare |
2,60 GVE/ha |
1,54 GVE/ha |
-1,06 GVE/ha |
Voldoet |
De grondgebondenheidsnorm wordt ruim gehaald; extra grond is niet nodig. |
|
Grasland- en rustgewassen |
85,0% |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Volgens dashboard niet te bepalen/niet van toepassing op deze grondsoort. |
Bijschrift tabel: Kernindicatoren uit het aaff-stikstofdashboard compact biologisch, voorbeeldbedrijf 2025.
NH₃ aandachtspunt, maar technisch beter te realiseren
De ammoniakuitstoot ligt met 0,250 kilogram per fosfaatrecht boven de norm van 0,164 kilogram NH₃ per fosfaatrecht in 2025. Dat is een duidelijke overschrijding. Tegelijkertijd is ammoniak in veel situaties concreter te reduceren via emissiearme stalsystemen, voerspoor, aanpassingen in mestopslag, vloeren, mestschuiven, managementmaatregelen en gerichte stalinnovatie. Deze maatregelen vragen investeringen, maar bieden ondernemers wel een duidelijker handelingsperspectief dan de klimaatopgave.
GVE-norm geen belemmering
In tegenstelling tot de intensievere bedrijven, waarvoor de grondgebondenheidsnorm een uitdaging vormt, geldt dit niet voor het voorbeeldbedrijf. Dit melkveebedrijf zit met een veebezetting van 1,54 GVE per hectare ruim onder de voorgestelde norm van 2,6 GVE per hectare.
Paradox voor biologische landbouw
Volgens aaff ontstaat er hier een paradox in het beleid. Terwijl de overheid duurzame en biologische landbouw vanwege voordelen rond biodiversiteit, bodemkwaliteit, dierenwelzijn en grondgebondenheid stimuleert, raakt een generieke CO2-norm deze bedrijven hard. Het risico is dat duurzame koplopers worden afgeremd doordat één emissie-indicator zwaarder weegt dan de bredere maatschappelijke prestaties van het bedrijf. Door deze ontwikkeling kan de bereidheid van ondernemers om te investeren in duurzame productiesystemen juist afnemen. Aaff roept daarom op tot regelgeving die aansluit bij de langetermijnvisie op landbouwtransitie en een realistische uitvoerbaarheid in de praktijk.
Lisa Lagerberg
Opgroeiend tussen de M.R.IJ. koeien op een melkveebedrijf in Limburg, ontwikkelde Lisa haar passie voor de agrarische sector. Ze versterkt de redactie bij Agrio waarbij ze schrijft voor de regionale websites en printuitgaven.
Beeld: Susan Rexwinkel
Bron: aaff


