Sterke Erven Logo

Biologische melkveehouders botsen op CO2-paradox in stikstofplan

04 min
Biologisch melkvee in de wei
Biologisch melkvee in de wei. Beeld ter illustratie
Voor biologische melkveehouders pakt de klimaatopgave uit het voorliggende stikstofplan zwaar uit. Niet de grondgebondenheidsnorm, maar de voorgestelde norm voor CO2-uitstoot vormt een knelpunt. Hierdoor worden bedrijven die extensief werken en vaak bijdragen aan biodiversiteit en bodemkwaliteit, toch hard geraakt. Zo blijkt uit een analyse van aaff.

De analyse maakt duidelijk dat biologische melkveehouders niet worden ontzien door de nieuwe stikstof- en klimaatmaatregelen. De CO2-opgave vormt voor hen de grootste uitdaging. Volgens het adviesbureau dreigt beleid zonder maatwerk, dat bedoeld is om landbouw te verduurzamen, juist ook de bedrijven te raken die al extensief en grondgebonden werken.

CO2 fors boven norm

Aaff legt aan de hand van de gegevens van een voorbeeldbedrijf deze beleidsparadox bloot. Hans de Bie, directeur bedrijfsadvies, doet geen uitspraken over de dieraantallen of de ligging van dit biologische melkveebedrijf. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste indicatoren uit het dashboard van aaff weergegeven. De CO₂-uitstoot ligt met 112,1 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht ruim boven de voorgestelde norm van 92,0 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht. Om de beoogde norm te behalen, is een reductie van 20,1 kilogram CO₂-equivalenten per fosfaatrecht nodig. Dat is circa 18 procent van de huidige waarde. Voor biologische bedrijven is dit complex, omdat de CO2-footprint hoger uitkomt door een lagere melkproductie per koe, structuurrijker (gras)rantsoen door geen kunstmest, bodemprocessen, voerproductie en de totale bedrijfsopzet.

Indicator

Norm

Werkelijk

Afwijking

Status

Duiding

NH₃ ammoniak

0,164 kg/FR

0,250 kg/FR

+0,086 kg/FR

Voldoet niet

152,4% van de norm; reductie nodig, maar technisch gerichter aan te pakken via stal- en mestmaatregelen.

CO₂-equivalent

92,0 kg/FR

112,1 kg/FR

+20,1 kg/FR

Voldoet niet

121,8% boven de norm; een forse reductie van de uitstoot is nodig om de norm te halen.

GVE per hectare

2,60 GVE/ha

1,54 GVE/ha

-1,06 GVE/ha

Voldoet

De grondgebondenheidsnorm wordt ruim gehaald; extra grond is niet nodig.

Grasland- en rustgewassen

85,0%

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Volgens dashboard niet te bepalen/niet van toepassing op deze grondsoort.

Bijschrift tabel: Kernindicatoren uit het aaff-stikstofdashboard compact biologisch, voorbeeldbedrijf 2025.

NH₃ aandachtspunt, maar technisch beter te realiseren

De ammoniakuitstoot ligt met 0,250 kilogram per fosfaatrecht boven de norm van 0,164 kilogram NH₃ per fosfaatrecht in 2025. Dat is een duidelijke overschrijding. Tegelijkertijd is ammoniak in veel situaties concreter te reduceren via emissiearme stalsystemen, voerspoor, aanpassingen in mestopslag, vloeren, mestschuiven, managementmaatregelen en gerichte stalinnovatie. Deze maatregelen vragen investeringen, maar bieden ondernemers wel een duidelijker handelingsperspectief dan de klimaatopgave.

GVE-norm geen belemmering

In tegenstelling tot de intensievere bedrijven, waarvoor de grondgebondenheidsnorm een uitdaging vormt, geldt dit niet voor het voorbeeldbedrijf. Dit melkveebedrijf zit met een veebezetting van 1,54 GVE per hectare ruim onder de voorgestelde norm van 2,6 GVE per hectare.

Paradox voor biologische landbouw

Volgens aaff ontstaat er hier een paradox in het beleid. Terwijl de overheid duurzame en biologische landbouw vanwege voordelen rond biodiversiteit, bodemkwaliteit, dierenwelzijn en grondgebondenheid stimuleert, raakt een generieke CO2-norm deze bedrijven hard. Het risico is dat duurzame koplopers worden afgeremd doordat één emissie-indicator zwaarder weegt dan de bredere maatschappelijke prestaties van het bedrijf. Door deze ontwikkeling kan de bereidheid van ondernemers om te investeren in duurzame productiesystemen juist afnemen. Aaff roept daarom op tot regelgeving die aansluit bij de langetermijnvisie op landbouwtransitie en een realistische uitvoerbaarheid in de praktijk.

Beeld: Susan Rexwinkel

Bron: aaff

Tags
MelkveeBiologischManagementMinisterie landbouwStikstofemissie