“Met alleen een diepwoeler ben je er nog niet”
Hoe verbeteren groenbemestermengsels de bodemstructuur op zware kleigrond?

Groenbemesters zijn volgens hem een vast onderdeel van het bouwplan. Vooral na graan liggen er kansen voor bodemverbetering. "Na de tarwe heb je vaak goede omstandigheden. Het land is goed berijdbaar en de groenbemester heeft een lang groeiseizoen voor zich." Dit jaar werd de wintertarwe bovendien vroeg geoogst.
Ondanks de lage marktprijzen wordt niet bezuinigd op bodemverbetering. Nieuwenhuis noemt de bodem het belangrijkste bedrijfsmiddel. "Als je nu bespaart op een goede groenbemester, kun je volgend seizoen juist extra kosten krijgen doordat de bodemstructuur achteruitgaat."
Werken aan bodemstructuur
Een week na de tarweoogst wordt de groenbemester ingezaaid. Vooraf wordt drijfmest toegediend om de graanstoppel sneller te laten verteren en de groenbemester van een goede start te voorzien. Daarnaast wordt eens per drie jaar een onderhoudsbekalking uitgevoerd.
Bodemverdichting vormt op de zware rivierklei een belangrijk aandachtspunt. Daarom wordt voorafgaand aan het zaaien een diepwoeler ingezet op zo’n 30-35 cm diepte. Volgens Nieuwenhuis is dit echter slechts een deel van de oplossing. "Met alleen een diepwoeler ben je er niet. Daarvoor heb je ook een diepwortelende groenbemester nodig. Het is een combinatie van mechanische en biologische maatregelen."
Tijdens het zaaien zorgt een aandrukrol in de fronthef voor een vlakker perceel en kleinere kleibrokken. "Daardoor kan ik iets sneller rijden en dat scheelt uiteindelijk ook in de kosten." Vervolgens wordt de bodem met een rotorkopeg verkruimeld voordat het zaad op ongeveer drie centimeter diepte wordt afgelegd. Dat lijkt diep, maar volgens Nieuwenhuis zorgt dit voor een goede aansluiting met de ondergrond. "De ervaring leert dat ook de grotere zaden in het mengsel op deze diepte prima opkomen."
Van gele mosterd naar mengsels
Waar vroeger vooral gele mosterd werd geteeld, kiest Nieuwenhuis tegenwoordig vrijwel standaard voor groenbemestermengsels. De aanleiding was het wisselvallige resultaat van gele mosterd onder minder gunstige omstandigheden.
"Gele mosterd lijkt met de ogen van de koe heel wat, maar zodra je een spade in de grond steekt valt het vaak tegen." Bij mengsels ziet hij juist meer activiteit onder de grond en een betere beworteling. Bovendien bieden mengsels meer zekerheid. "Er zijn altijd soorten die zich aanpassen aan de omstandigheden. Dat zie je zelfs in rijsporen. Daar groeien soms andere soorten beter, of minder goed, dan op de rest van het perceel, maar er blijft altijd iets functioneren."
De voordelen merkt hij vooral in het voorjaar. "Na gele mosterd was de bodem vaak weer compact en moest ik opnieuw bewerken om een mooi zaaibed te krijgen." Na een mengsel blijft de bodem luchtiger en beter bewerkbaar, waardoor vaak een extra werkgang kan vervallen. "In het voorjaar wil ik zo min mogelijk op het land komen. De bodem is vaak nog nat en elke extra bewerking kost arbeid, diesel en geeft risico op nieuwe verdichting."
Volggewas en zaaimoment bepalen de groenbemester
De keuze voor een groenbemester wordt op het bedrijf altijd afgestemd op het volggewas en de zaaiomstandigheden. "Voor bieten kiezen we meestal TerraLife BetaMaxx TR omdat dat mooi afvriest en een fijn zaaibed achterlaat. Na mais en bieten zaaien we wanneer mogelijk TerraLife CoolSeason, omdat dat mengsel ook later in het seizoen nog goed kan worden ingezaaid." Volgens Nieuwenhuis draagt die gerichte keuze per perceel en volgteelt bij aan een optimaal resultaat van zowel de groenbemester als het volggewas.
"Hier komt volgend jaar mais. Daarom past TerraLife MaisPro TR 50 goed in het bouwplan." Volgens Nieuwenhuis combineert het mengsel een goede beworteling met een beheersbare hoeveelheid bovengrondse massa. Dat laatste is belangrijk op zware kleigrond. "Een grote groenbemester in het voorjaar is hier niet altijd eenvoudig onder te werken."
Deze praktijkervaringen sluiten goed aan bij de resultaten uit het meerjarige CATCHY-onderzoek. Daaruit blijkt dat TerraLife MaisPro TR 50 bijdraagt aan een actiever bodemleven en hogere maisopbrengsten, vooral in droge jaren.
"Het liefst heb ik zo lang mogelijk levende wortels in de bodem. Die houden het bodemleven actief."
Winterharde componenten voor een actief bodemleven
Tegelijkertijd waardeert Nieuwenhuis de aanwezigheid van winterharde componenten. "Het liefst heb ik zo lang mogelijk levende wortels in de bodem. Die houden het bodemleven actief." Dat effect wordt volgens hem zichtbaar wanneer een grondkluit wordt opengebroken. "Dan zie je direct hoeveel wormengangen er aanwezig zijn."
Voor Nieuwenhuis staat vast: "Een goede groenbemester is geen kostenpost, maar een investering in een gezonde bodem en een succesvolle teelt van het volggewas."
Meer weten over de teelt van groenbemestermengsels?
Download de brochure of de teelthandleiding:
Over het TerraLife®-programma:
DSV is toonaangevend in de veredeling en ontwikkeling van complexe groenbemestermengsels. De werking van soortenrijke TerraLife®-mengsels is wetenschappelijk onderbouwd en gebaseerd op jarenlange kennis van rassen, bodem en teelt. De verschillende plantensoorten versterken elkaar in beworteling, groei en bodemwerking. Zo leveren TerraLife-mengsels een aantoonbare bijdrage aan een gezonde, weerbare bodem en een sterker bouwplan.

DSV Zaden Nederland
DSV zaden Nederland is een plantenveredelings- en zaadbedrijf dat al meer dan 100 jaar groeit. De focus van onze activiteiten is de ontwikkeling van hoogwaardige zaaizaden van innovatieve, gezonde rassen en mengsels voor uiteenlopende toepassingen in landbouw en recreatie. Wij bieden onze klanten hoogwaardige zaaizaden van innovatieve plantenrassen en duurzame teeltsystemen voor een economisch succesvolle productie.











