Shamonda-virus in Nederland?
GD: veel meldingen van symptomen nieuw knuttenvirus

De Veekijker-dierenartsen bezoeken momenteel de bedrijven om de klinische situatie in kaart te brengen. Daarbij worden monsters verzameld voor de diagnostiek, om vast te kunnen stellen of het inderdaad gaat om het voor Europa nieuwe orthobunyavirus. Het Duitse Friedrich Loeffler Instituut heeft vastgesteld dat het in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk gaat om het Shamonda-virus.
Dit virus uit de Simbu-serogroep is verwant aan het Schmallenbergvirus en wordt voornamelijk overgedragen door knutten. Er zijn op dit moment nog geen aanwijzingen dat het virus ook direct tussen dieren wordt overgedragen, aldus GD. Wel kan overdracht plaatsvinden van besmet moederdier naar het ongeboren kalf, tijdens de dracht. De deskundigen van Royal GD staan in nauw contact met collega’s binnen het Europese veterinaire netwerk, voor veterinaire monitoring en kennisuitwisseling.
Besmetting in dracht risicovol
Net als bij andere virussen uit de Simbu-groep lijken de verschijnselen bij volwassen runderen meestal beperkt tot een acute ziekteperiode met koorts, diarree en melkproductiedaling. En ook bij dit Shamonda-virus worden gevolgen voor in de dracht besmette dieren verwacht, zoals abortus, doodgeboorte of aangeboren afwijkingen bij kalveren. Ook bij Schmallenberg is dit namelijk het geval. Voor zover bekend zijn er een aanwijzingen dat mensen er ziek van kunnen worden.
Royal GD heeft intussen dierenartsen via WhatsApp attent gemaakt op de ziekteverschijnselen, met een verzoek om verdachte gevallen te melden bij de Veekijker.
Virus afkomstig uit Afrika
Volgens het Duitse Friedrich Loeffler-Instituut werd het Shamonda-virus in de jaren 60 voor het eerst vastgesteld in Nigeria. Tot dit jaar kwam het enkel voor in westelijk, oostelijk en zuidelijk Afrika, en in Japan. Sinds deze zomer is het ook in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland aangetoond.
Voor het Shamonda-virus is de database een stuk kleiner dan voor het Schmallenbergvirus, aldus het FLI. Maar de klinische verschijnselen komen sterk overeen tussen het Schmallenbergvirus en het Shamondavirus. Runderen gelden als voornaamste gastheren. Wilde herkauwers en andere zoogdieren zouden in principe ook besmet kunnen raken door virussen uit de Simbu-serogroep, maar bij het Shamonda-virus is daar nog maar weinig bewijs voor. Er is nog geen vaccin beschikbaar tegen dit virus. Het instituut adviseert om met inseminatiemomenten rekening te houden met de knuttenactiviteit. Die is doorgaans het grootst tussen mei en september. Bij runderen geldt tussen de achtste en veertiende week van de dracht als de meest kwetsbare periode; bij voorkeur zitten koeien in dat stadium van de dracht dan dus in de winterperiode.
Gineke Mons
Gineke Mons (1970) groeide op op een biologisch melkveebedrijf in Gelderland. Vanaf begin jaren 90 is ze werkzaam in de landbouwjournalistiek. Sinds 2008 als freelancer, met het accent op veehouderij en diergezondheid.
Beeld: Agrio
Bronnen: Royal GD, Friedrich-Loeffler-Institut
