Sterke Erven Logo

Geen van de 37 deelnemers aan het Netwerk Praktijkbedrijven voldoet aan alle drie de normen uit stikstofbrief

04 min
Emissiearme vloer
Netwerk Praktijkbedrijven vergeleek de voorgestelde normen uit de stikstofbrief met de prestaties van de deelnemers aan het Netwerk. Daaruit blijkt dat geen van deze bedrijven op dit moment voldoet aan de combinatie van de voorgestelde normen voor ammoniak, klimaat en grondgebondenheid.

Voor de analyse maakte het Netwerk gebruik van de KringloopWijzer-cijfers van 2025. Deelnemers aan het Netwerk Praktijkbedrijven werken al vanaf 2021 gericht aan het terugdringen van ammoniak- en methaanemissies. Een paar weken geleden bracht Koeien en Kansen ook al naar buiten dat geen van hun deelnemers voldeed aan de normen van de stikstofbrief.

Het kabinet presenteerde op 26 juni een maatregelenpakket om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Voor melkveebedrijven worden daarin emissienormen voorgesteld van 0,164 kilogram ammoniak en 92 kilogram CO2-equivalenten per fosfaatrecht uit stal en mestopslag. Daarnaast geldt een grondgebondenheidsnorm van maximaal 2,6 grootvee-eenheden (GVE) per hectare. Samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers binnen een straal van 25 kilometer mogen daarbij worden meegeteld. Op zand- en lössgronden geldt bovendien een rustgewassenverplichting voor 85 procent van het areaal dat onder de grondgebondenheidsnorm valt.

Ammoniaknorm voor meeste bedrijven nog buiten bereik

Ongeveer één op de vijf onderzochte bedrijven komt op of onder de grens van 0,164 kilogram NH₃ per fosfaatrecht. De resultaten variëren van 0,133 tot 0,310 kilogram. Volgens het Netwerk spelen bedrijfsspecifieke factoren, zoals staltype, het aandeel emissiearme vloer, rantsoen, melkproductie, weidegang, veestapelopbouw, mestopslag en bedrijfsintensiteit hierbij een belangrijke rol.

In de analyse zijn de emissies uit stal en opslag meegenomen. Veldemissies zijn buiten beschouwing gelaten. Ook is het reductie-effect van emissiearme vloeren berekend volgens de huidige regels van de KringloopWijzer.

De onderzoekers waarschuwen daarbij ook nog dat de berekening niet volledig aansluit op de voorgestelde norm. In de analyse zijn de ammoniakemissies van alle graasdieren op het bedrijf meegenomen, terwijl de voorgestelde norm alleen betrekking heeft op dieren waarvoor fosfaatrechten nodig zijn.

Grondgebondenheidsnorm vraagt bij kwart van de deelnemers om keuzes

De norm voor grondgebondenheid levert voor driekwart van de deelnemers geen problemen op. De bedrijven die niet aan de norm voldoen, worden tegelijkertijd gedwongen tot scherpe keuzes in de bedrijfsvoering.

Slechts drie bedrijven voldoen aan de klimaatnorm

De norm van maximaal 92 CO₂-equivalenten per fosfaatrecht veroorzaakt misschien wel de meeste kopzorgen. Slechts 3 van de 37 deelnemers voldoet op dit moment aan die norm. De resultaten van de deelnemers variëren tussen de 73 en 121 kilo CO₂-equivalenten per fosfaatrecht. De drie boeren die de norm haalden, gebruikten een voeradditief. Dit laat, volgens het Netwerk, zien dat het realiseren van de klimaatnorm met alleen managementmaatregelen vrijwel onmogelijk is en dat aanvullende maatregelen soms nodig zijn.

De CO₂-score wordt onder meer bepaald door de melkproductie, rantsoensamenstelling, methaanvorming in de pens en de manier waarop mest wordt opgeslagen.

Combinatie van drie normen vormt grootste uitdaging

Hoewel individuele bedrijven de norm voor ammoniak, klimaat of grondgebondenheid nog wel weten te halen, is het geen van de 37 bedrijven gelukt tegelijkertijd te voldoen aan alle drie de voorgestelde normen. Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet alle emissiereducerende maatregelen in de KringloopWijzer worden meegenomen. Zoals bijvoorbeeld het druppelen en schuiven van stalvloeren en het ventileren van stallen. De berekende cijfers geven daarom volgens het Netwerk vooral een indicatie van de prestaties en hoeven niet gelijk te zijn aan de daadwerkelijk gerealiseerde emissies.

Projectleider Tjeerd Hoekstra noemt praktijkonderzoek daarom belangrijk. „In de afgelopen jaren is in dit project veel kennis opgebouwd over maatregelen die bijdragen aan ammoniak- en methaanreductie. De volgende stap is om bewezen effectieve maatregelen verder te onderbouwen, te borgen en toepasbaar te maken binnen systemen waarop ondernemers worden beoordeeld.”

Volgens het netwerk onderstrepen de resultaten dat de voorgestelde normen niet alleen afzonderlijk, maar vooral in samenhang een forse opgave vormen voor melkveebedrijven.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Netwerk Praktijkbedrijven

Tags
MelkveeEmissietechniekKlimaatveranderingKringloopwijzerMinisterie landbouwPolitiekStikstofemissie