Minister van Essen vraagt CDM advies over verlengen uitrijperiode mest

Dit schrijft de minister in antwoorden op de vragen die Van der Plas indiende over de verlenging mestuitrijdseizoen. De minister schrijft in zijn antwoorden dat het uitstellen van de uitrijddatum een afweging is tussen de weersomstandigheden, het effect van eventueel verlengen van de uitrijddata op de waterkwaliteit (en andere milieukundige aspecten) en de landbouwkundige noodzaak voor de gewasgroei.
Verzoek leidt niet altijd tot uitstel uitrijperiode
In zijn antwoorden wijst de minister Van der Plas erop dat niet ieder verzoek en ieder advies automatisch leidt tot uitstel van de uiterste uitrijddatum. In 2018 en 2021 verleende het ministerie uitstel vanwege de droogte en in 2024 kregen boeren langer de tijd hun mest uit te rijden als gevolg van de natheid. ‘Maar ook in andere jaren zijn verzoeken gedaan, waarbij bovengenoemde afweging niet leidde tot een uitstel van uitrijdperiodes’, schrijft de minister in zijn brief.
Verder wijst de minister erop dat bij uitstel van de uitrijdperiode voor dierlijke mest in ieder geval de Europese Commissie moet worden geïnformeerd.
CDM-advies moet duidelijkheid geven over uitrijperiode
De minister geeft in zijn brief aan dat hij de CDM om een advies voor de verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke drijfmest op grasland gaat vragen. Tegelijkertijd blijft hij, in nauw contact met de sector, de weers- en bodemomstandigheden monitoren. Zodra de CDM een advies heeft opgesteld, maakt Van Essen op basis van dat advies een afweging over een eventuele verlenging van de uitrijdperiode van dierlijke mest. Indien hij besluit tot een verlenging van de uitrijdperiode, informeert hij de Kamer.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Ministerie van LVVN
