Geen maximalisatie, wel optimalisatie
Dankzij een eenvoudig rantsoen naar een robuuste en probleemloze veestapel
Aan de keukentafel zitten Jelmer Ettema en ruwvoerspecialist Geke van der Zijp. Jelmer zit sinds 2009 in de maatschap, destijds met zijn vader en oom. Inmiddels runt hij het bedrijf met 110 melkkoeien en twee melkrobots zelfstandig.
Bedrijfsgegevens maatschap Ettema in Dedgum (FR)
110 melkkoeien op twee robots, 50 stuks jongvee
Gemiddelde productie:
- 9.600 liter
- 4,97% vet
- 3,87% eiwit
Grondgebruik: totaal 75 ha, waarvan 7,5 ha mais en 3 ha kruidenrijk grasland. De rest is gras.
De basis voor een goed rantsoen
Het VLOG-rantsoen van het melkvee bestaat uit (vers) gras, mais, gerst, raap, gist en mineralen. “De belangrijkste voorwaarden voor een goed rantsoen zijn dat het simpel is en niet te duur. Ik ben zelfvoorzienend dus meer heb ik niet nodig. Gras en mais is in principe de basis en daar wil ik optimaal van melken”, licht Jelmer toe. “Met gerst en raap stuur ik bij op energie en ureum. Door de robotdata krijg ik ook goed inzicht in wat wel of wat niet werkt.”
Mais telen is een uitdaging
Op Friese bodem is mais telen niet vanzelfsprekend. “We zitten hier op kleigrond en het beste wat hier groeit is gras”, vertelt Jelmer. Geke, ruwvoerspecialist bij Agrifirm, bevestigt dit. “De laatste jaren is de mais altijd dusdanig op tijd rijp dat het wel goed gaat, maar als je een beetje later bent met de oogst dan wordt het al snel spannend. De kans is dan groot dat het te nat is. Structuurschade aan de grond zie je heel lang terug en dat wil je niet. In die zin is mais verbouwen hier wel een uitdaging.”
Korrel is leidend
Op een kleine 3 minuten rijden vanaf het bedrijf staat het maisperceel van Jelmer. “De bewerking gaat in overleg met de loonwerker”, vertelt hij. “Ik heb zelf de meeste invloed op het oogstmoment. Een maand voor het hakselen ga ik één keer per week met de ruwvoerspecialist door de mais heen. Ik kijk dan naar de verandering in het gewas en hoe ver de afrijping is. De korrel is voor mij leidend, deze moet goed rijp zijn. Ik vind het niet erg als de plant groen is, dat geeft juist meer smakelijkheid.”
Haksellengte moet bij rantsoen passen
Geke vult aan: “Voor de benutting van de voederwaarde is het van belang dat de korrel goed gekneusd wordt. De ideale haksellengte is 10 tot 20 millimeter, maar het moet vooral passen bij de rest van het rantsoen. In de praktijk geeft dit vaak de uitdaging dat korrelkneuzer de korrel dan niet fijn genoeg krijgt. Qua conservering van de kuil is korter hakselen vaak beter. In de praktijk zie je daarom eerder 8 tot 12 millimeter.”
Inkuilmanagement
Het gras maait Jelmer zelf. Harken doet hij samen met de loonwerker, die het vervolgens hakselt en in twee silo’s inkuilt. “De eerste snede verdelen we over beide sleufsilo’s. Vervolgens vullen we één van de sleufsilo’s af met de tweede en derde snede. De andere sleufsilo maken we af met de latere snedes”, vertelt hij. Tijdens het inkuilen is het erg belangrijk om aandacht te besteden aan goed management. Goed aanrijden, snel afdekken en voldoende gewicht op de kuil noemt hij als belangrijkste aandachtspunten. “Ik probeer een zo goed mogelijk product te winnen én te behouden. Dat begint bij goed inkuilmanagement.”
Kwaliteit behouden met inkuilmiddel
Jelmer streeft naar een smakelijk rantsoen van de best mogelijke kwaliteit. “Ik doe er alles aan om ervoor te zorgen dat het zo goed mogelijk door de koe heen gaat. Bij het inkuilen is, naast goed management, een toevoegmiddel daar zeker onderdeel van. Ik gebruik Ecocool in de maiskuil en Ecosyl in de graskuil. Het zorgt voor een goede conservering en ik wil het risico niet lopen dat mijn kuil niet slaagt”, zegt hij. Volgens Geke is deze volgorde van aanpak belangrijk. “Een inkuilmiddel kan slecht management niet oplossen. Als het proces op orde is én het correcte inkuilmanagement wordt toegepast dan is een inkuilmiddel juist de punt op de i.”
Rantsoen beoordelen
Het rantsoen beoordeelt Jelmer aan de hand van de koeien. “Dikte van de mest, melkgift, gehaltes, ureum, al die dingen zijn belangrijk. Ureum is hierin leidend, maar niet allesbepalend. Het vet wil ik zo hoog mogelijk hebben, het liefst boven de vijf procent. Je merkt ook heel veel aan de loop op een robot. Als het aantal melkingen per koe naar beneden gaat dan is er iets niet goed en moet je de oorzaak gaan zoeken.”
Probleemloze veestapel
In de stal loopt een zwart- en roodbonte veestapel. Naast het sturen op het rantsoen houdt Jelmer zich ook bezig met genetica. “De veestapel bestaat uit 100% Holstein-Friesian; door de stierkeuze zijn het nu echte ruwvoerverstouwers. Als je daar goed ruwvoer in stopt, komt het er in liters melk zeker wel uit”, legt hij uit.
“Ik stuur niet op de allerhoogste productie, maar dat is voor mij niet het belangrijkst. Het melkt makkelijk en ik heb echt robuuste koeien. Aan de koeien zie je ook dat ze goed gevuld zijn. Elke keer als ik met een ruwvoerspecialist begin te rekenen, zitten we op meer dan 100% opname. Daarnaast komen klauwproblemen of mastitis hier nauwelijks voor. Maximaal is voor mij niet het doel, optimaal wel. Ik wil probleemloze koeien en daar hoort gewoon een goed rantsoen bij.”
Optimale conservering betaalt zich uit
Geke van der Zijpp is werkzaam als ruwvoerspecialist bij Agrifirm.
“Op het gebied van ruwvoer is er voor veel bedrijven nog wat te winnen, maar het moet wel passen bij de doelstelling van het bedrijf. Uiteindelijk zou je elk bedrijf gunnen dat er een inkuilmiddel wordt toegepast want in mijn beleving betaalt dat zich altijd terug. Bij Ecocool in de snijmaiskuil blijft er al gauw zo’n 8 à 9% zetmeel behouden door een betere conservering. Daarmee heb je de investering eigenlijk al direct terugverdiend. Daarnaast loop je bij mais risico op broeiverliezen. Door het gebruik van een inkuilmiddel met een azijnzuurvormende bacterie (Buchneri-stam), zoals Ecocool, is het risico minder. Wel is het van belang dat je de maiskuil minimaal 6 weken dicht laat, voor de optimale omzetting naar azijnzuur.”
Meer weten over optimale ruwvoerproductie en de toepassing van inkuilmiddelen? Couzijn Bos vertelt je graag meer.

Couzijn Bos
- Ruwvoer en inkuilmiddelen
- 0651571622
- couzijn.bos@volac.com

Goed voeren is de basis om succesvol te boeren. Het is een optelsom van goed ruwvoer, een uitgebalanceerd rantsoen en optimale pensgezondheid. ‘Beter Voeren. Beter Boeren.’ is een initiatief van Volac en Volac Wilmar. Samen vormen ze een internationaal familiebedrijf dat al meer dan 40 jaar hoogwaardige en bewezen producten ontwikkelt voor het verbeteren van de ruwvoerkwaliteit en het optimaliseren van de rantsoensamenstelling.







