Varkenssector werkt aan betere reiniging van veewagens

Een zorgvuldige reiniging en ontsmetting van veewagens is cruciaal om de verspreiding van ziektes tegen te gaan. Voor de hele varkensketen. In de praktijk blijkt echter dat een continue inspanning vergt van alle partijen om de biosecurity daadwerkelijk op een hoog niveau te houden. Binnen het project ‘Reiniging en ontsmetting van veetransportmiddelen in de varkenssector’ wordt gericht gewerkt aan een verdere verbeterslag. Beleidsmedewerker Bonne van Dam van Vee & Logistiek Nederland onderstreept dat alle ‘ja, maars’ ertussenuit moeten. Van Dam: „Niemand in de keten mag straks nog een excuus hebben van: ik wist niet dat dit moest, of ik wist niet dat dat kon.”
Veetransport verbindende schakel
Een gezonde sector draait op gezonde dieren. Veetransport is letterlijk de verbindende schakel in de keten, maar brengt ook risico’s met zich mee door het verslepen van ziektekiemen. Overal waar varkens zijn uitgeladen, moeten vrachtwagens daarom zorgvuldig worden gereinigd en ontsmet. Van Dam: „We weten absoluut hoe het moet. Daar zijn duidelijke protocollen voor. Nu kijken we verder: hoe kunnen we de uitvoering nog verder verbeteren? Zijn overal de voorzieningen en de materialen op orde? Daarnaast moet de NVWA de erkende R&O-plaatsen jaarlijks controleren. Maar gebeurt dat ook? Is dit voldoende? Hoe zijn deze controles geborgd?” Een R&O-plaats (reinigings- en ontsmettingsplaats) is een verharde en afgeronde wasplaats op een varkenshouderij waar veewagens grondig worden gereinigd en ontsmet.
Vergroten bewustwording
Elk varkensbedrijf dat varkens ontvangt, moet over een eenvoudige wasplaats beschikken. In de protocollen van IKB/Holland Varken staat hoe die wasplaats ingericht moet zijn en welke faciliteiten en middelen er aanwezig moeten zijn. Met dichte vloeren, een goede waterafvoer, voldoende lange slangen, water en reinigings- en ontsmettingsmiddelen en noem maar op. Maar in de praktijk valt hier nog veel te winnen. Van Dam: „Daarom zijn we ook bezig met het vergroten van de bewustwording. Het is gewoon belangrijk dat de voorzieningen op elk varkensbedrijf op orde komen, zodat vrachtauto’s na het lossen van de dieren goed gereinigd en ontsmet weer de weg op kunnen gaan.” De projectpartijen (Vee & Logistiek Nederland, VleesNL, de POV en DLV Advies) dringen er bij IKB/Holland Varken op aan dat tijdens de bedrijfscontroles ook de inrichting van de wasplaats en de aanwezige voorzieningen die nodig zijn om een wagen goed te kunnen reinigen en ontsmetten, worden meegenomen.
Instructieflyer
Om die bewustwording ook bij varkenshouders verder te stimuleren, lanceert het project binnenkort een instructieflyer waarop staat waaraan een wasplaats moet voldoen, en hoe de R&O correct uitgevoerd moet worden. „Daar kunnen chauffeurs en varkenshouders elkaar op aanspreken.” Binnen het project is ook aandacht voor de controle op R&O. Van Dam: „We hebben gesprekken gevoerd met de NVWA, hoe ze die controles uitvoeren. Het is moeilijk om achteraf te zien of een wagen correct ontsmet is. Er zijn technieken zoals bijvoorbeeld forensisch licht waarmee je kunt zien of er ergens nog vuil of mestrestjes in de wagen zitten.” Als dat het geval is, zal de ontsmetting ook niet 100 procent zijn, geeft hij aan.
Automatisch ontsmetten
Een andere technologische innovatie waar het project zich hard voor maakt, is het automatisch ontsmetten via verneveling in vrachtwagens. Daarmee wordt ook de menselijke factor uitgeschakeld. Bovendien hoeven chauffeurs dan niet meer blootgesteld te worden aan de ontsmettingsmiddelen. Via verneveling bereikt het ontsmettingsmiddel alle oppervlakten, hoeken en gaten in de vrachtwagen. Op een wasplaats dient dan wel eerst de veewagen te worden gereinigd, maar daarna kunnen dan de deuren dicht en kan het ontsmettingsmiddel tijdens het rijden naar de volgende laadplaats verneveld worden. Dat scheelt ook tijd. Enkele varkenstransporteurs hebben hier al in geïnvesteerd. „Het punt is alleen dat er nog geen ontsmettingsmiddel met een CTGB-erkenning is voor verneveling in vrachtwagens. Daarentegen zijn deze er wel voor verneveling in stallen.
Dubbele R&O
Een ander aandachtspunt is de dubbele R&O van veewagens die Nederland binnenkomen vanuit een risicoland: een land waar een besmettelijke dierziekte heerst, of elk willekeurig land buiten de EU. Die moeten zowel op een wasplaats in het land van vertrek (waar gelost is) worden gereinigd en ontsmet, als bij binnenkomst op een erkende R&O-plaats in Nederland. Het bewijs van de tweede R&O moet worden aangeleverd bij de NVWA. Volgens Van Dam is de naleving van deze regel onder de Nederlandse chauffeurs nagenoeg 100 procent. „Het probleem zit ‘m vaak bij de buitenlandse chauffeurs. Spaanse importeurs die bijvoorbeeld biggen komen halen in Nederland. Zijn die goed van alle regels op de hoogte? En voeren ze die ook uit? Daar ligt voor ons ook een actiepunt, als exporterend land.”
Digitale kaart wasplaatsen
Een praktisch hulpmiddel dat binnen het project in ontwikkeling is, is een digitale kaart van alle erkende wasplaatsen, voorzien van informatie over beschikbaarheid, de openingstijden en aanwezige voorzieningen. Zo kunnen chauffeurs altijd, ook bij binnenkomst in Nederland, direct de dichtstbijzijnde wasplaats vinden.
Knelpuntjes
Het project brengt ook andere knelpuntjes aan het licht. Bijvoorbeeld: hoe zit het met transporten die in een risicoland zijn geweest, maar vervolgens ook in een niet-risicoland nog varkens vervoeren, en daar ook zijn gereinigd en ontsmet? Moeten die dan bij binnenkomst in Nederland wel of niet een dubbele R&O ondergaan? „Voor dat soort vragen zijn we nu een beslisboom aan het maken”, licht Van Dam toe. „Zodat iedere chauffeur kan zien wanneer hij wel of niet die tweede R&O moet uitvoeren en bewijs daarvan opsturen.”
Illusie
Tot slot onderstreept Van Dam dat het een illusie is om elk risico op ziekte-insleep of verspreiding helemaal 100 procent af te dekken. „Je hebt nog altijd met de menselijke factor te maken; soms gaan zaken onbedoeld niet zoals het hoort. Maar elke stap die ons dichter bij die 100 procent brengt, betekent nóg minder risico op ziekte-insleep. En daar doen we het met ons allen voor.”
Guus Queisen
Opgegroeid op een gemengd agrarisch bedrijf op een typisch Zuid-Limburgse carréboerderij. Na een financieel/economische opleiding en diverse functies sinds 1985 in deeltijd en sinds 1996 fulltime op freelance basis actief in de landbouwjournalistiek. Volg kritisch alle ontwikkelingen die (in-)direct aan de agrarische sector gerelateerd zijn. Bij Agrio werkzaam voor zowel de papieren als de digitale uitgaven van: Stal en Akker, Pigbusiness, Melkvee en Akkerwijzer.
Bron: DLV Advies


