Sterke Erven Logo

Fosfaatproductie nog 1,8 miljoen kilo boven plafond

03 min
Mest in een melkveestal
De fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel is in het tweede kwartaal van 2026 gedaald. De fosfaatproductie blijft echter boven het nationale productieplafond, terwijl de stikstofproductie daar inmiddels onder ligt. Dat blijkt uit de nieuwste kwartaalprognose van het CBS.

De totale fosfaatexcretie wordt geraamd op 136,8 miljoen kilo, tegen 138,6 miljoen kilo in de vorige kwartaalrapportage. Het productieplafond bedraagt 135 miljoen kilo. De veestapel zit daarmee volgens de huidige raming nog 1,8 miljoen kilo boven het fosfaatplafond. Eind 2025 werd de fosfaatproductie nog geraamd op 140,7 miljoen kilo.

Ook de stikstofexcretie nam ten opzichte van het eerste kwartaal af: van 438,0 naar 436,2 miljoen kilo. Daarmee ligt de productie 3,8 miljoen kilo onder het wettelijke plafond van 440 miljoen kilo.

Aantal melkkoeien nam met 15.000 af

Vooral bij rundvee daalt de mineralenproductie. De fosfaatexcretie van rundvee (melkvee, vleeskalveren en overig vleesvee) nam af van 81,9 naar 81,2 miljoen kilo en de stikstofexcretie kromp van 296,0 naar 293,4 miljoen kilo. Bij melkvee daalden beide cijfers eveneens. Het aantal melkkoeien nam in het tweede kwartaal met 15.000 af tot 1,498 miljoen. Tegelijkertijd steeg de melkproductie per koe met 0,5 procent. Het voortschrijdende gemiddelde kwam uit op 9.575 kilo melk per koe per jaar, tegen 9.525 kilo in de vorige kwartaalrapportage en 9.370 kilo eind 2025.

Bij varkens en pluimvee is het beeld minder eenduidig. De fosfaatexcretie van varkens daalde van 29,7 naar 29,0 miljoen kilo, terwijl de stikstofexcretie juist licht steeg van 73,8 naar 74,2 miljoen kilo. Dat gebeurt terwijl het aantal varkens in de gebruikte telling fors lager ligt: 7,47 miljoen tegenover 7,88 miljoen in de vorige rapportage. Bij pluimvee daalde de fosfaatexcretie van 19,8 naar 19,5 miljoen kilo, maar nam de stikstofexcretie toe van 46,9 naar 47,4 miljoen kilo. Het totale aantal stuks pluimvee steeg van 81,6 naar bijna 82,5 miljoen.

Ruweitwitgehalte stijgt tot 161 gram

Opvallend is daarnaast dat het ruweiwitgehalte van het melkveerantsoen weer is gestegen. In de vierde kwartaalrapportage van 2025 lag het gemiddelde op 158 gram ruw eiwit per kilo droge stof; in het tweede kwartaal van 2026 komt de prognose uit op 161 gram. Daarmee ligt het gehalte boven de afspraak van de zuivelketen om in 2026 gemiddeld maximaal 158 gram ruw eiwit per kilo droge stof te voeren. Verlaging van het eiwitgehalte is bedoeld om de stikstofuitscheiding van melkvee te beperken.

Het CBS benadrukt dat het om een momentopname gaat en niet om de definitieve mestproductie over 2026. Een deel van de dieraantallen en gegevens over voer is nog voorlopig of geraamd. Daardoor is de onzekerheid in de prognose volgens het statistiekbureau relatief groot.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
MelkveeVarkensPluimveeDierlijke mestMestafzetMestverwerkingRegelgevingMest