Sterke Erven Logo

Gezondheid kalveren bij koe vergelijkbaar met gemiddelde melkveebedrijf

02 min
Kalveren bij de koe
Kalveren bij de koe
De gezondheid van kalveren die langere tijd bij een koe blijven, lijkt vergelijkbaar met die van kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. Ook krijgen ze gemiddeld voldoende antistoffen binnen via de biest. Dat blijkt uit onderzoek van Royal GD in opdracht van het ministerie van LVVN. De onderzoekers benadrukken wel dat de studie te klein is om harde conclusies te trekken over de effecten van het systeem.

Voor het onderzoek werden negentien melkveebedrijven onderzocht die kalveren minimaal acht weken bij een koe laten zogen. De bedrijven verschillen sterk in hun werkwijze: sommige kalveren blijven bij hun eigen moeder, andere bij een pleegkoe. Ook de duur en intensiteit van het contact verschillen.

Bij 63 kalveren werd onderzocht hoeveel antistoffen zij via de biest hadden opgenomen. Bij ruim 84 procent werd de uitslag als goed of uitstekend beoordeeld, tegenover ruim 81 procent van 951 regulier voor de biestopnamecheck ingezonden monsters. Het verschil was niet statistisch significant. Ook de KalfOK-scores, die een indicatie geven van de gezondheid en opfok van kalveren, waren ongeveer vergelijkbaar met het Nederlandse gemiddelde.

Effect kalf bij de koe niet vast te stellen

De resultaten betekenen niet dat is aangetoond dat kalveren gezonder worden als ze bij een koe blijven. Alle onderzochte bedrijven zijn biologisch of biologisch-dynamisch, zijn gemiddeld kleiner dan gemiddelde Nederlandse melkveebedrijven en passen allemaal weidegang toe. Daardoor is volgens de onderzoekers niet vast te stellen of gevonden verschillen samenhangen met het koe-kalfcontact of met andere kenmerken van deze melkveebedrijven.

Zo was het antibioticagebruik lager, evenals de sterfte onder volwassen koeien. Maar verschillende indicatoren voor uiergezondheid waren juist ongunstiger. Het aandeel koeien met een hoog celgetal lag bij de onderzochte bedrijven bijvoorbeeld hoger dan het Nederlandse gemiddelde. Of dat verband houdt met het houden van kalveren bij de koe kon in het onderzoek niet worden vastgesteld.

Gestopte melkveehouders niet onderzocht

Een andere beperking is dat alleen veehouders deelnamen die het systeem al minstens twee jaar toepasten. Tijdens de werving bleken negen benaderde veehouders inmiddels met ‘kalf bij de koe’ te zijn gestopt. Zij zijn niet in het onderzoek meegenomen. De onderzoekers adviseren daarom bij vervolgonderzoek ook deze groep te onderzoeken en KbK-bedrijven te vergelijken met bedrijven die qua omvang, biologische bedrijfsvoering, weidegang en raskeuze beter overeenkomen.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
BiologischBedrijfsstrategieDiergezondheidJongveeMaatschappijMelkveeOndernemerschap