Sterke Erven Logo

SBO over bloembollenteelt in 2035: minder middelen, meer data en weerbare bodem

05 min
Spuitboom van veldspuit boven groen gewas
Beeld ter illustratie.
De bollenteelt van de toekomst moet minder afhankelijk zijn van chemische gewasbescherming, zuiniger omgaan met water en nutriënten en tegelijkertijd economisch rendabel blijven. Dat is de kern van de strategische onderzoeksagenda Bollenteelt in Balans: gezonde bollen & duurzame teelt van SBO.

De onderzoeksagenda van de Stichting Bloembollenonderzoek (SBO) schetst hoe de sector in 2035 zou kunnen functioneren en welk onderzoek daarvoor de komende jaren nodig is. Technologie, data en een gezonde bodem moeten daarbij de sleutel vormen.

Duurzaam met verdienmodel

De Nederlandse bloembollensector heeft de komende tien jaar een duidelijke opdracht volgens SBO: duurzamer telen zonder de economische kracht en kwaliteit van de sector uit handen te geven. SBO. ‘Nederland telt momenteel ongeveer 25.000 hectare bloembollen, verdeeld over zo'n 1.000 telers. De sector levert jaarlijks ongeveer 1 miljard euro toegevoegde waarde aan de Nederlandse economie. Tegelijkertijd staat de bollenteelt onder druk door strengere regelgeving, klimaatverandering, eisen aan waterkwaliteit, biodiversiteit, fytosanitaire voorschriften en een groeiend tekort aan arbeidskrachten.’

Geïntegreerde gewasbescherming

Een van de grootste veranderingen richting 2035 speelt zich volgens SBO af op het gebied van gewasbescherming. ‘De druk op chemische middelen neemt verder toe, terwijl groene alternatieven nog onvoldoende beschikbaar zijn.’ Volgens SBO zal de sector daarom moeten toewerken naar geïntegreerde gewasbescherming: een combinatie van biologische oplossingen, resistente rassen, weerbare teeltsystemen en precisietechnologie. ‘Natuurlijke vijanden, biostimulanten en groene gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet waar dat kan. Chemische middelen verdwijnen daarmee niet volledig uit beeld, maar worden veel gerichter ingezet.’

Eerder herkennen

Dat begint volgens SBO bij het eerder herkennen van problemen: ‘Drones, sensoren en kunstmatige intelligentie kunnen ziekten en plagen vroegtijdig signaleren. Daardoor hoeft een behandeling niet langer automatisch een heel perceel te omvatten. Waar mogelijk wordt alleen ingegrepen waar dat nodig is.’

De sector heeft zich hiervoor ook al een concreet tussendoel gesteld. Binnen het programma Toekomst Bollenvak is afgesproken de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen in 2030 met 50 procent te verminderen ten opzichte van 2019. Ook moet de emissie van gewasbeschermingsmiddelen, stikstof en fosfaat naar oppervlaktewater zoveel mogelijk worden beperkt.

Bodem belangrijk productiemiddel

Waar gewasbescherming nu vaak centraal staat in discussies over de toekomst van de bollenteelt, krijgt ook de bodem een veel nadrukkelijkere rol. In 2035 moet de bodem niet alleen het gewas dragen, maar ook bijdragen aan de weerbaarheid van het bedrijf, aldus SBO. ‘Een gezonde bodem moet ziekten en plagen helpen onderdrukken, water beter kunnen vasthouden en bijdragen aan de beschikbaarheid van voedingsstoffen.’ SBO wil daarom meer kennis ontwikkelen over bodemkwaliteit en bodempathogenen. Ook het beperken van uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater is een belangrijk onderzoeksthema. De ambitie voor 2030 is dat de organische-stofbalans op ieder bollenteeltbedrijf neutraal of positief is. Groenbemesters, organische stof en een uitgekiend bouwplan moeten bijdragen aan een levende en weerbare bodem.

Water kwestie van precisie

Ook water krijgt een andere betekenis. ‘Extreem weer maakt de teeltplanning onvoorspelbaarder en zet de oogstzekerheid onder druk’, concludeert SBO. Tegelijkertijd nemen de eisen aan de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater toe. ‘De bollenteelt van 2035 moet daarom efficiënter omgaan met water. Slimme irrigatiesystemen moeten water geven op het moment dat het gewas dat daadwerkelijk nodig heeft. Sensoren kunnen daarbij informatie leveren over de omstandigheden in bodem en gewas.’

Hergebruik water

SBO ziet daarnaast mogelijkheden voor gesloten teeltsystemen en het hergebruik van water en nutriënten. Het doel is tweeledig: zo min mogelijk water gebruiken én voorkomen dat nutriënten en andere stoffen uit het systeem verdwijnen.

Data worden een belangrijk productiemiddel. ‘AI, sensoren en big data behoren tot de onderzoeksthema's die de komende jaren verder moeten worden ontwikkeld.’ SBO onderzoekt onder meer de mogelijkheden van een ‘data-ecosysteem’ voor de sector, bijvoorbeeld in de vorm van een bollenteeltdatahub en datagedreven beslismodellen. Daarbij ontstaat wel een nieuwe vraag: wie is eigenaar van de data? De sector wil technologie benutten, maar zal tegelijkertijd afspraken moeten maken over digitaal eigenaarschap.

Verdere automatisering

Een andere verandering die zich volgens SBO ook op het erf zal laten zien, is de verdere automatisering van het werk. ‘De bollenteelt is arbeidsintensief, vooral tijdens planten en oogsten. Tegelijkertijd wordt het steeds lastiger om voldoende seizoenarbeiders te vinden.’ SBO ziet daarom kansen voor mechanisering, automatisering, robotisering en AI. ‘Daarbij gaat het niet alleen om de techniek zelf. Een robot die technisch werkt, maar economisch niet uit kan, levert een teler weinig op.’ Daarom wil SBO maatregelen en nieuwe bedrijfssystemen ook nadrukkelijk economisch laten doorrekenen.

Biodiversiteit onderdeel bedrijf

De bollenteler van 2035 krijgt tot slot ook meer te maken met de omgeving rond het perceel. Volgens SBO kan een grotere biodiversiteit op landbouwbedrijven niet alleen bijdragen aan maatschappelijke doelen, maar ook de weerbaarheid van de geteelde gewassen vergroten. ‘Het versterken van biodiversiteit wordt daarmee niet uitsluitend gezien als iets dat naast de productie gebeurt, maar als onderdeel van een robuuster teeltsysteem’, aldus SBO tot besluit.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwAutomatiseringBloembollenMaatschappijMechanisatiePrecisielandbouwLandbouw in transitieNoord-HollandZuid-Holland