Stalmaatregelen helpen praktijkbedrijven bij reductie van ammoniak en methaan
Water op de vloer, vaker schuiven of ventilatie sturen?
Wat laten metingen en ervaringen van melkveehouders zien?

In totaal zijn vijf stalmaatregelen getest op 13 melkveebedrijven. Deze maatregelen zijn geselecteerd op haalbaarheid, kosten en arbeid. De maatregelen, of combinatie ervan, zijn niet op alle bedrijven toegepast. Met behulp van concentratiemetingen in de stal, zijn de ammoniak- en methaanemissies berekend. En via een enquête zijn de ervaringen en de houding van de melkveehouders ten opzichte van de stalmaatregelen in beeld gebracht.
Stalmaatregelen als aanvulling op managementmaatregelen
Binnen het project Netwerk Praktijkbedrijven is een routeplan en een stappenplan opgesteld voor het verminderen van de ammoniak- en methaanemissie. Het routeplan laat zien waar op het melkveebedrijf emissies ontstaan en reductie mogelijk is. Het stappenplan geeft een vervolgens een volgorde van maatregelen aan om deze reductie te realiseren.
Binnen het stappenplan van NPB hebben managementmaatregelen, zoals voeding en bedrijfsmanagement, prioriteit. Stalmaatregelen kunnen daarop een aanvulling vormen. Dit zijn maatregelen die ingrijpen op processen op de stalvloer, in de mestkelder en in de ventilatie en kunnen daarmee bijdragen aan verdere emissiereductie.
Gemengd beeld van effect en toepasbaarheid
De resultaten laten een genuanceerd beeld zien. Sommige maatregelen geven aanwijzingen voor emissiereductie en worden positief beoordeeld, terwijl andere maatregelen vooral praktische voordelen hebben of nog verdere ontwikkeling vragen.
Vijf stalmaatregelen in beeld
- Druppelen of sproeien van water op de stalvloer
Door water toe te dienen op de stalvloer, wordt urine verdund en sneller van de vloer afgevoerd, waardoor minder ammoniak kan ontstaan. Deze maatregel laat een indicatieve daling van de ammoniakemissie zien (circa 14% tijdens toepassing), zonder effect op methaan. De maatregel is alleen gedurende een deel van het voorjaar, de zomer en een deel van het najaar toegepast. Het effect varieert per bedrijf en lijkt afhankelijk van onder meer vloertype en watergebruik. Melkveehouders zijn overwegend positief vanwege een schonere stal en eenvoudige toepassing, maar noemen ook aandachtspunten zoals extra mestvolume en mogelijk hogere uitrij- of mestafzetkosten. - Intensiever schuiven van de vloer
Door mest en urine vaker van de vloer te verwijderen, wordt de contacttijd tussen mest en urine verkort waardoor minder ammoniak kan ontstaan. In dit onderzoek werd geen effect op ammoniak- of methaanemissie gemeten. De veehouders waarderen de maatregel wel vanwege een betere stalhygiëne en schonere dieren en bevelen deze maatregel om die reden aan. - Mest verdunnen en mixen in de kelder
Door mest in de kelder te verdunnen met water en te mengen, neemt de ammoniumconcentratie in de bovenlaag van de mest af, waardoor minder ammoniak kan vrijkomen. Deze maatregel is alleen tijdens een gedeelte van het jaar toegepast. Tijdens toepassing werd een indicatieve ammoniakreductie gemeten (circa 23%, wat neerkomt op ongeveer 2% op jaarbasis). Het effect op methaan is niet eenduidig. De veehouders zijn positief over toepasbaarheid en mestkwaliteit, maar wijzen op mogelijk hogere kosten door extra mestvolume. Hoewel de verwachting was dat ook de methaanemissie zou verminderen door deze maatregel, lieten de emissieresultaten juist een stijging zien van de methaanemissie. - Ventilatiesturing op basis van CO₂-concentratie in de stal
Door de ventilatie in de stal te beperken, neemt de luchtstroom over de stalvloer en in de kelder af waardoor de ammoniakemissie beperkt wordt. Hoewel het ventilatieniveau in de stal kon worden verlaagd, leidde dit niet tot aantoonbare emissiereductie. De maatregel laat wel potentie zien, maar vraagt nog verdere technische ontwikkeling en optimalisatie. Dit onderzoek heeft niet onderzocht wat het effect was van ventilatiesturing op de methaanemissie. - Electrolyzed Oxidizing Water (EOW)
EOW is een urease-remmer welke de (bacteriële) urease-activiteit op de stalvloer remt, waardoor de omzetting van ureum naar ammoniak wordt vertraagd. Deze maatregel verminderde wel de urease-activiteit, maar er werd geen effect gevonden op de ammoniakemissie. De praktijkervaring is licht negatief door technische problemen, hogere kosten en extra arbeid, waardoor deze maatregel op dit moment niet klaar is voor de praktijk. Er wordt geen effect verwacht van EOW op de methaanemissie, en dit is niet onderzocht in dit onderzoek.
Kanttekeningen bij het onderzoek
De gevonden resultaten in dit onderzoek zijn indicatief van aard. Op veel bedrijven zijn meerdere maatregelen tegelijk toegepast en het aantal metingen was beperkt. Daardoor zijn effecten niet altijd goed van elkaar te onderscheiden. Ook verschillen tussen bedrijven, zoals vloertype, zijn niet volledig meegenomen.
Conclusie en vervolg
Voor ammoniak reductie, lijken de maatregelen druppelen of sproeien van water en het verdunnen en mixen van mest het meest kansrijk voor verdere toepassing in de praktijk. Ventilatiesturing vraagt verdere ontwikkeling en het gebruik van EOW wordt momenteel niet geschikt geacht. Uit dit onderzoek komen op dit moment geen maatregelen naar voren om methaanemissie te reduceren. Er is binnen dit onderzoek niet gekeken naar interacties tussen maatregelen en het effect daarvan op de ammoniak- en methaanemissie.
Het rapport adviseert om de maatregelen op grotere schaal en onder beter gecontroleerde omstandigheden verder te onderzoeken. Binnen Netwerk Praktijkbedrijven is vervolgonderzoek inmiddels gestart. Daarnaast is op het gebied van water door WUR onderzoek gedaan in het project ‘Spoelen met water voor reductie van ammoniakemissie uit melkveestallen’. Daarover wordt later dit jaar gerapporteerd.
Over het Netwerk Praktijkbedrijven
Netwerk Praktijkbedrijven ondersteunt melkveehouders bij het werken aan reductie van ammoniak- en methaanemissie, met als doel een reductie van 30% te bereiken. Binnen het project wordt samen met deelnemende bedrijven gezocht naar praktische maatregelen die bijdragen aan deze reductie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar meetresultaten, maar ook naar de ervaringen van melkveehouders in de praktijk.
Het project maakt onderdeel uit van het Programma Integraal Aanpakken, gesubsidieerd door het ministerie van LVVN, en is een initiatief van LTO Noord en Wageningen Livestock Research (WLR).
Beeld: Harry Kolenbrander

Netwerk Praktijkbedrijven
Ruim 100 melkveehouders zetten in Netwerk Praktijkbedrijven stappen om de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen. Vanaf 2021 combineren zij praktijkonderzoek en een integrale aanpak om een pakket met haalbare maatregelen samen te stellen. De basis ligt bij rantsoen, maar ook stal, beweiding en het uitrijden en opslaan van mest worden onderzocht. Wat werkt en wat werkt niet? Volg de ontwikkelingen van de deelnemers en ontdek wat past bij jouw bedrijf.
Netwerk Praktijkbedrijven is een initiatief van LTO Noord en Wageningen University & Research en maakt deel uit van het programma ‘Integraal Aanpakken’. Het project wordt gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

