Pikblok hoeft niet meer jaarlijks te worden geanalyseerd
IKB Ei wijzigt analyse-eis voor pikblok

Daarnaast zijn er meer wijzigingen voor legpluimveebedrijven die deelnemen aan IKB Ei. Zo moet iedere pluimveehouder sinds 1 januari dit jaar samen met de dierenarts een bioveiligheidsplan opstellen. De resultaten van de hygiënescan moeten worden opgenomen in het bedrijfsgezondheidsplan (BGP).
Bovendien zijn de douchevoorschriften verduidelijkt om een eenduidige beoordeling mogelijk te maken. Een doucheruimte moet afsluitbaar zijn en geen inkijk bieden. Daarnaast is opgenomen dat bedrijfseigen kleding schoon en niet doorschijnend moet zijn.
Normen watermonsters gelijkgetrokken
Ook zijn de chemische normen voor watermonsters, voor het verplichte jaarlijkse wateronderzoek, gelijkgetrokken met de normen die gelden binnen IKB Kip. De chemische normen voor watermonsters zijn:
- Zuurgraad (pH): tussen 3,8 en 8
- Permanente hardheid: max 20ᵒD
- Ijzergehalte (Fe): max 2,5 mg/l
- Nitriet: max 0,1 mg/l
- Mangaan (Mn): max 1,0 mg/l
De microbiologische normen zijn:
- Totaal kiemgetal: max. 10.000 kve/ml
- E.coli max. 1 kve/ml
- Gisten en schimmels: max. 10.000 kve/ml
Acties kunnen bijvoorbeeld het reinigen en ontsmetten van het drinkwatersysteem zijn, controle en eventueel vervanging van (onderdelen van) het drinkwatersysteeem, bijvoorbeeld de ontijzeringsinstallatie. Daarnaast is de meldtermijn voor kritische stoffen aan de NVWA gewijzigd van 24 uur naar 4 uur, in lijn met de wettelijke eisen.
Salmonellamonsters opfok
Voor IKB Ei opfok leghennenbedrijven is verduidelijkt wanneer salmonellamonsters genomen moeten worden als koppels van verschillende leeftijden op verschillende momenten in dezelfde stal worden geplaatst.
De eis is als volgt: 'Aanvoer van pluimvee dat niet aan dit voorschrift voldoet is toegestaan, indien het betreffende pluimvee bij aankomst direct door bemonstering en onderzoek van de inlegvellen na aanleveren is onderzocht op relevante Salmonella serotypes (SEe, STt,). Wanneer de koppels van verschillende leeftijden aankomen op verschillende momenten in de stal, dan moeten de inlegvellen van elk koppel onderzocht worden. Binnen vier weken nadat het eerste koppel in de stal is geplaatst, moet door middel van overschoenen opnieuw onderzocht worden of er relevante Salmonella serotypes (SE, ST) aanwezig zijn.'
'Bemonstering en onderzoek geldt gelijk over alle koppels die binnen deze vier weken zijn geplaatst na plaatsing van het eerste koppel. Stel dat er nog een koppel na vier weken wordt bijgezet in de stal nadat het eerste koppel is geplaatst, dan zal er daarna nogmaals bemonstering en onderzoek van overschoenen moeten plaatsvinden. Het betreffende pluimvee wordt zes weken na plaatsing in het IKB Ei-programma opgenomen, wanneer het onderzoek naar Salmonella negatief was. Bedrijven met een Belplume-erkenning zijn te vinden op www.belplume.be.'
Stempelen van eieren
Daarnaast zijn voor leghennenbedrijven (legeindbedrijven) de voorschriften voor het stempelen van eieren (E7.3, E7.4 en E7.5) aangepast, zodat deze beter aansluiten bij de geldende wetgeving.
Deze eisen luiden nu als volgt: 'Het merken van de eieren vindt plaats in de productieinrichting conform Verordening (EU) nr. 2023/2464 art. 1. Juist betekent dat de eieren worden gemerkt met een producentencode die bestaat uit een vastgesteld registratienummer volgens de eisen uit richtlijn 2002/4/EG: het houderijsysteem, land van herkomst en een uniek identificatienummer van de inrichting. Aanvullend dient ook een tweecijferig stalnummer geprint te worden ter identificatie van een individueel koppel die worden gehouden in gescheiden gebouwen van eenzelfde inrichting. Wanneer een koppel met dezelfde herkomst en leeftijd verdeeld over meerdere stallen in hetzelfde huisvestingssysteem wordt gehouden, dan is het gebruik van één tweecijferig stalnummer voor alle stallen toegestaan. Een uitzondering voor het merken met de producentencode geldt wanneer het om technische redenen niet mogelijk is gebarsten of bevuilde eieren te merken (Verordening (EU) nr. 2023/2466 art. 4). Onder gebarsten of bevuilde eieren wordt ook de aanduiding tweede soort gebruikt. Vaccin eieren hoeven niet gestempeld te worden, tenzij ze afgezet worden als consumptie eieren.'
'Bij de controle wordt voor eieren met onleesbare print een tolerantie van 20% toegestaan conform Verordening (EU) nr. 2023/2465 art. 20.'
Uitval stempelapparatuur
Als de stempelapparatuur door onvoorziene omstandigheden niet functioneert, stelt het bedrijf Meldpunt IKB of de Certifcerende Instantie en de afnemer waaraan deze eieren worden geleverd, hiervan voorafgaande aan de levering van de eieren op de hoogte. De interpretatie van dit voorschrift ziet er als volgt uit: 'Uitval van de stempelapparatuur gebeurt middels een schriftelijk bericht (calamiteitenformulier) waarin ten minste de volgende informatie is opgenomen:
De bedrijfsgegevens (onder andere Kipnummer, bedrijfsnaam, gegevens contactpersoon, gegevens bedrijfslocatie). Datum wanneer het eiermerksysteem kapot is gegaanen datum waarop het eiermerksysteem wordt gerepareerd. Verder is verplicht de gegevens in te vullen van de stallen waarvan de eieren niet gemerkt kunnen worden (aantal stallen, stalnummers plus houderijsystemen), maar ook de gegevens van pakstation waaraan de eieren ongemerkt worden geleverd en welke de eieren zal merken met de producentencode van de productie-inrichting (onder andere bedrijfsnaam, erkenningsnummer, locatieadres).'
'De apparatuur dient binnen maximaal twee werkdagen te worden gerepareerd. Indien dit langer duurt, dient de pluimveehouder een de reden aan te geven waarom het langer duurt en aangeven hoe eieren in de tussentijd worden afgeleverd. Indien tijdens een IKB-inspectie wordt geconstateerd dat de eieren niet zijn of worden gestempeld, omdat de apparatuur niet functioneert, toont het bedrijf aan dat de stempelapparatuur daadwerkelijk niet functioneert.'
Wintergarten
Daarnaast meldt IKB Ei dat de voorschriften wat betreft een wintergarten voor biologische bedrijven zijn verplaatst naar de specifieke voorschriften voor biologische huisvesting (H3.1.1 en H3.11.3). Ook heeft IKB Ei de nieuwe regelgeving voor de wintergarten bij biologische bedrijven toegevoegd in een bestaand en nieuw voorschrift (I.6 en I2.1).
Het voorschrift I.6 luidt als volgt: 'Pluimvee in biologische huisvesting heeft ten minste openingen van de binnenstal naar de wintergarten ( veranda) met samen een totale lengte van ten minste 2 meter per 100 m2 bruikbare oppervlakte van het minimumoppervlak van de binnenruimte van de pluimveestal. Wanneer het overdekte buitengedeelte meetelt voor de bezetting hebben de openingen van de veranda naar de openluchtruimte samen een totale lengte van ten minste 4 meter per 100 m2 bruikbare oppervlakte van het minimumoppervlak van de binnenruimte van de pluimveestal.'
Verder luidt het voorschrift I2.1 als volgt: 'Er is een overdekte buitenruimte aanwezig. De wettelijke autoriteit heeft officiëel bevestigd dat de overdekte buitenruimte voldoet aan de regelgeving.' IKB Ei geeft hierover de volgende uitleg aan biologische leghennenhouders. 'De Wintergarten is een scharrelruimte, die in directe verbinding staat met de stal en waar alle dieren gemakkelijk en onbeperkt toegang tot hebben, en die overdekt is en beschikt over een verharde vloer. De scharrelruimte moet duidelijk lichter zijn dan het stalinterieur en op zodanige wijze zijn beschermd tegen weersinvloeden dat deze ook bij slecht weer kan worden gebruikt (bijvoorbeeld door het aanbrengen van jaloezieën). De Wintergarten dient een oppervlakte te hebben van minimaal 50 procent van het stalvloeroppervlak. De uitloopopeningen naar de overdekte buitenruimte zijn tenminste 35 centimeter hoog en 40 centimeter breed en zijn gelijkmatig over de hele buitenmuur verdeeld. De uitloopopeningen liggen op gelijksvloers niveau en zijn niet boven elkaar aangebracht. Bij verhoogd liggende uitloopopeningen vanaf een hoogte van 30 centimeter zijn passende in-/uitstaphulpen aanwezig.'
'De Wintergarten mag niet meetellen bij de berekening van de bezettingsdichtheid en het minimumoppervlak van de binnen- en buitenruimte, tenzij het extra overdekte buitengedeelte dat bestemd is voor pluimvee voldoet aan de regelgeving en officieel bevestigd is door de wettelijke autoriteit.'
Plusmodule Zonder Eéndagshaantjes Doden
Daarnaast meldt IKB Ei dat de voorschriften voor de nieuwe plusmodule Zonder Eéndagshaantjes Doden (ZED) zijn toegevoegd. Deze gelden voor broederijen, opfokleghennenbedrijven, legeindbedrijven en pakstations en zijn opgenomen in bijlage. Opfokkers kunnen hier de plusmodule ZED bekijken en leghennenhouders hier.
Tom Schotman
Opgegroeid op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender. Schrijft sinds augustus 2013 voor Pluimveeweb.nl, vakblad Pluimveeweb, Pigbusiness.nl, vakblad Pig Business en de regionale agrarische vakbladen van Agrio.
Beeld: Susan Rexwinkel

