Op het oog gezond, maar intern onrijp: geboortegewicht big niet allesbepalend

Dat blijkt uit onderzoek van onder meer het Franse onderzoeksinstituut INRAE en varkensonderzoeksinstituut IFIP. Onrijpheid bij de geboorte is een belangrijke risicofactor voor biggensterfte. Daarbij gaat het niet uitsluitend om te kleine of te lichte biggen. Volgens de onderzoekers geeft geboortegewicht maar beperkt informatie over de fysiologische ontwikkeling van een dier.
Vorm van de kop als maatstaf
Voor het onderzoek werden 278 pasgeboren biggen van Landrace, Large White en kruisingen van beide lijnen onderzocht. De onderzoekers beoordeelden eerst de lichamelijke rijpheid aan de hand van de vorm van de kop. Ernstig onrijpe biggen hebben kenmerkende uiterlijke eigenschappen die samenhangen met een onvoldoende vergevorderde ontwikkeling voor de geboorte.
Vervolgens namen de onderzoekers in de eerste uren na de geboorte bloed af. In het bloed werden 55 metabolieten gemeten, kleine stoffen die ontstaan of worden gebruikt bij de stofwisseling. 14 daarvan bleken samen een herkenbaar patroon voor onrijpe biggen te vormen. De modellen herkenden alle ernstig onrijpe biggen die op basis van de vorm van de kop als zodanig waren aangemerkt.
Opvallend was echter dat van de 63 biggen die op basis van hun uiterlijk als rijp werden beoordeeld, er volgens de bloedanalyse 20 toch onrijp bleken. Dat komt neer op bijna een derde van de dieren.
Aanknopingspunten voor verder onderzoek rijpheid
De methode is niet ontwikkeld om varkenshouders na iedere geboorte bloed bij biggen te laten afnemen. De onderzoekers zien vooral mogelijkheden voor verder onderzoek naar de oorzaken van onrijpheid. De metabole kenmerken kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om te onderzoeken welke genetische factoren bepalen of een big voldoende ontwikkeld ter wereld komt. Ook kan worden onderzocht of voeding van de zeug invloed heeft op de rijping van de biggen voor de geboorte.
Of metabole onrijpheid daadwerkelijk beter voorspelt welke biggen zullen uitvallen, is met dit onderzoek overigens niet aangetoond.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Ellen Meinen
Bron: IFIP


