NVWA en NAK inspecteren weer op wratziekte

Tijdens de inspectie van 2025 zijn in totaal 125 percelen bezocht, laat een woordvoerder van de NVWA desgevraagd weten. Deze percelen lagen in de preventiegebieden A, B en C. In gemeente Midden-Groningen is toen één vondst van wratziekte gedaan. Symptomen werden gezien in de rassen BMC en Festien. Om welk pathotype (ofwel fysio) van de ziekte het gaat, is nog niet bekend, volgens de woordvoerder. Wanneer wratziekte wordt aangetroffen op een perceel, moeten de aardappelen worden vernietigd en mogen er twintig jaar lang geen aardappelen worden geteeld op het desbetreffende perceel.
In Nederland zijn zogenoemde preventie- en kerngebieden op verzoek van telers aangewezen om verdere verspreiding van wratziekte zo veel mogelijk te voorkomen. De preventie- en kerngebieden zijn verdeeld in A, B en C en zeven kerngebieden. In deze gebieden mogen enkel resistente rassen en minder vatbare rassen voor de in die gebieden aanwezige pathotypen worden geteeld.
Preventiegebied A is een noordoostelijk zand- en dalgrondgebied. Daar mogen bij de consumptie- en zetmeelaardappelteelt (inclusief TBM-teelt) alleen rassen worden geteeld met een (veld)resistentiecijfer van 6 of hoger tegen de pathotypen 2/6 (G1/O1). Voor pootgoedteelt van de NAK geldt een cijfer van 5 of hoger. In preventiegebied B geldt enkel voor de zetmeelaardappelteelt (ook TBM) dezelfde regel als in gebied A. In Zuidoost-Nederland (preventiegebied C) geldt dat alleen rassen geteeld mogen worden met een (veld)resistentiecijfer van 6 of hoger tegen pathotype 1(D1).
Dan zijn er nog zeven kerngebieden. In die gebieden zijn enkel rassen toegestaan met een (veld)resistentiecijfer van 6 of hoger tegen de pathotypen 2/6 (G1/O1) en 18 (T1). Voor de nieuwe pathotypen 38 (Nevşehir), 42(Erica) en de SenBelita-breaker zijn nog geen kerngebieden bepaald.
Omdat in de afgelopen jaren in Noordoost-Nederland verschillende nieuwe fysio’s zijn aangetroffen en het volgens de NVWA nog niet duidelijk is welke rassen hiertegen resistent zijn, kan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit geen passend advies geven over resistente rassen. Samen met de sectororganisaties werkt de NVWA aan een oplossing.
Wratziekte (Synchytrium endobioticum) is een quarantaineorganisme waarvoor EU-wetgeving van kracht is. EU-lidstaten zijn daarom verplicht om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van deze ziekte. De NVWA is verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan en de NAK let tijdens de bemonstering voor bruin- en ringrot ook op symptomen van wratziekte. Wanneer een inspecteur een perceel bezoekt, wil dat overigens niet zeggen dat er een vermoeden is van wratziekte. De jaarlijkse inspecties zijn onderdeel van het verplichte fytosanitair toezicht.
Vooral tijdens en kort na de oogst worden de controles uitgevoerd. ‘De inspecteur kijkt of er aangetaste aardappelen of losse wratten op het perceel of een aardappelhoop aanwezig zijn. De inspecteur controleert het perceel volgens een vaste werkwijze en neemt een zeefgrondmonster als dat nodig is’, omschrijft de NVWA het verloop van het onderzoek. Telers zijn verplicht om deel te nemen aan het onderzoek.
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: Susan Rexwinkel

