Gedoogregeling bovengronds mest uitrijden vervalt

Dit wetenschappelijk onderzoek heeft volgens het ministerie van LVVN geen overtuigende positieve effecten aangetoond, die de toename in ammoniakemissie bij bovengrondse aanwending kunnen rechtvaardigen vergeleken met emissiearme aanwending in de bodem.
Bedrijven met bovengrondse bemesting extensiever beheerd
Het onderzoek is uitvoerig beschreven in het rapport ‘Effect van mesttoedieningstechniek op bodemleven en gasvormige emissies’ van Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk Instituut. Met daarin de resultaten van literatuuronderzoek, metingen op veertig melkveebedrijven, tweejarige veldproeven en laboratoriumonderzoek naar emissies uit mest.
De onderzochte bedrijven die bovengronds mest uitrijden, werden extensiever beheerd en gebruikten minder kunstmest per hectare. De drijfmest van deze bedrijven bleek daardoor gemiddeld minder stikstof en ammonium te bevatten. De gedoogregeling stelde dan ook onder meer de eis dat het gemiddelde stikstofoverschot niet meer dan 100 kilogram stikstof per hectare mocht bedragen.
Voor- en nadelen van emissiearme mesttoediening
De hoofdboodschap van het rapport is dat emissiearme mesttoediening duidelijk beter is voor het beperken van ammoniakverlies en de benutting van stikstof door het gewas. Maar het gaat mogelijk ten koste van meer lachgasemissie en een slechtere fysieke bodemstructuur. Daarnaast is er bij aanhoudende droogte op kleihoudende gronden volgens het rapport risico op scheurvorming en uitdroging bij zodenbemesting.
Voor het bodemleven zelf is geen overtuigend bewijs gevonden voor langdurige schade, concluderen de onderzoekers. Nitraatuitspoeling lijkt niet door de toedieningstechniek te worden bepaald.
Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ruth van Schriek



