Sterke Erven Logo
Opinie

Opinie van Hans Hoekman

'Landelijke afstandsnorm geitenhouderijen gebaseerd op pseudowetenschappelijk onderzoek RIVM'

Opinie06 min
Geit in geitenstal
Geitenhouders zitten opgescheept met een landelijke afstandsnorm van 500 meter. Het kabinet stemde daar op 10 juli mee in, maar volgens Hans Hoekman is de norm gebaseerd op pseudowetenschap van het RIVM.

Op 10 juli heeft de ministerraad ingestemd met het voorstel van minister Hermans (VVD) en staatssecretaris Erkens (VVD) om een landelijke afstandsnorm in te voeren van 500 meter voor geitenhouderijen. De afstandsnorm is gebaseerd op epidemiologisch onderzoek van het RIVM. Uit dit onderzoek zou blijken dat mensen die binnen 500 meter van een geitenhouderij wonen een aanzienlijk grotere kans hebben op een longontsteking.

In het artikel RIVM en de Gezondheidsraad trappen in valkuilen epidemiologisch onderzoek stel ik dat het RIVM zo’n beetje alles fout heeft gedaan wat fout kan worden gedaan tijdens het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van geitenhouderijen (VGO-onderzoek). En dat er geen snipper bewijs is voor het door het RIVM gevonden verband tussen de nabijheid van geitenhouderijen en de kans op longontsteking.

NRC-artikel: VGO-onderzoek mislukt

Deze stellingen worden bevestigd in het NRC-artikel Heeft de geit het weer gedaan? In dit artikel concludeert Marc Bonten, hoogleraar moleculaire epidemiologie van infectieziekten aan het UMC Utrecht, dat het VGO-onderzoek volledig is mislukt, merkt medisch statisticus Maarten van Smeden op dat het door het RIVM gevonden ‘robuuste en consistente verband tussen de nabijheid van geitenhouderijen en de kans op longontsteking’ met een korrel zout moet worden genomen en noemt veterinair epidemioloog Ynte Schukken het onderzoek een ‘fishing expedition’.

Het NRC-artikel is gepubliceerd op 9 juli. De ministerraad stemde op 10 juli in met het invoeren van een landelijke afstandsnorm voor geitenhouderijen. In de ministerraad zitten achttien ministers. Lezen deze ministers geen NRC? Begrijpen ze het artikel niet? Of wíllen ze het artikel niet begrijpen? Waarschijnlijk het laatste. Want het is niet geloofwaardig dat geen enkele minister het NRC-artikel heeft gelezen. En zelfs een minister zonder enige wetenschappelijke opleiding zou na het lezen van het artikel moeten begrijpen dat er geen snipper bewijs is voor de stelling dat geitenhouderijen gezondheidsrisico’s veroorzaken.

Wetenschap of pseudowetenschap

De reden waarom de ministers het NRC-artikel niet willen begrijpen, is waarschijnlijk de Q-koorts. Een infectieziekte die onder andere door geiten werd verspreid en waaraan naar schatting 25 tot 116 mensen zijn overleden, doordat de overheid destijds (2007) veel te laat ingreep. Een fout die geen enkele minister wil herhalen.

De Q-koorts is waarschijnlijk ook de reden waarom het RIVM koste wat het kost wou aantonen dat er een verband is tussen de nabijheid van geitenhouderijen en de kans op longontsteking. Dat hierdoor de scheidslijn tussen wetenschap en pseudowetenschap werd overschreden, nam het RIVM blijkbaar op de koop toe.

Geen bewijs te vinden

Pseudowetenschappers doen zich voor als wetenschappers door wetenschappelijk klinkende taal te gebruiken, maar hun stellingen missen feitelijk bewijs, zijn vaak niet toetsbaar en negeren kritisch tegenbewijs. In de VGO-rapporten staat geen feitelijk bewijs voor een (oorzakelijk) verband tussen de nabijheid van een geitenhouderij en een grotere kans op longontsteking. Het epidemiologisch onderzoek was volgens veterinair epidemioloog Schukken een ‘fishing expedition’ en is hierdoor niet toetsbaar. En een onderzoek naar ziekenhuisopnamen rond geitenhouderijen, waaruit bleek dat omwonenden niet vaker antibiotica kregen van hun huisarts vanwege een longontsteking en ook niet vaker werden opgenomen in een ziekenhuis (kritisch tegenbewijs), werd door de opstellers van de VGO-rapporten genegeerd.

Het VGO-onderzoek voldoet dus aan alle criteria voor pseudowetenschappelijk onderzoek. Dit hoeft weliswaar niet te betekenen dat de zestien hoofdauteurs en vijftig (!) onderzoekers die hebben meegewerkt aan VGO-III pseudowetenschappers zijn. Maar omdat slecht kunnen omgaan met kritiek ook een eigenschap is van pseudowetenschappers, doet de reactie van het RIVM op het NRC-artikel het ergste vermoeden. Want in plaats van te erkennen dat het VGO-onderzoek volledig is mislukt en er geen snipper bewijs is voor de stelling dat geitenhouderijen gezondheidsrisico’s veroorzaken, diende het RIVM een klacht in bij het NRC. In deze klacht beweert het RIVM dat ze wel een robuust verband hebben aangetoond tussen de nabijheid van geitenhouderijen en een verhoogde kans op longontsteking, dat ze geen relevante informatie uit een promotieonderzoek hebben weggelaten en dat ze geen druk hebben uitgeoefend op onderzoekers. Beweringen die aantoonbaar niet kloppen, maar desondanks voor het NRC reden was om deze beweringen als ‘aanvullend wederhoor’ onder het NRC-artikel te plaatsen. En voor de Ombudsman NRC reden was om een rubriek te schrijven, waarin de auteur van een uitmuntend wetenschappelijke NRC-artikel wordt weggezet als ‘geen ervaren onderzoeksjournalist’.

Ambtenaren VWS

Op 4 september 2026 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) antwoorden gegeven op vragen van Caroline van der Plas (BBB) over onder andere de kritiek van deskundigen in het NRC-artikel op de wetenschappelijke onderbouwing van het VGO-III-onderzoek. Met het antwoord ‘Het is niet aan het kabinet om deze individuele punten van kritiek op het VGO-onderzoek technisch-inhoudelijk te beoordelen en te wegen’ geven de ambtenaren van het ministerie van VWS impliciet toe dat ze wetenschap niet van pseudowetenschap kunnen onderscheiden. Bovendien is dit antwoord volledig in strijd met het antwoord ‘Het kabinet onderschrijft het belang van peer-review en wetenschappers die onderzoek van andere onderzoekers beoordelen’.

Commissie van Toezicht RIVM

De Commissie van Toezicht RIVM heeft als taak het wetenschappelijk niveau van het RIVM te bewaken. Dat de leden van deze commissie hun taak niet serieus nemen, blijkt uit het feit dat VGO-III niet het enige pseudowetenschappelijk rapport is dat het RIVM heeft gepubliceerd. Een ander pseudowetenschappelijk rapport is RIVM report 2025-0081, waarin wordt gesteld dat de onzekerheid van een met Aerius berekende stikstofdepositie niet groter, maar kleiner wordt op grote(re) afstand van de bron. Dit pseudowetenschappelijk RIVM-rapport is weliswaar door TNO gefileerd, maar wordt desondanks door MOB/Geetacs gebruikt om de 25 kilometer-afkapgrens in Aerius aan te vechten.

Rechters en pseudowetenschap

Dat rechters geen wetenschappelijke rapporten kunnen analyseren, laat staan wetenschap van pseudowetenschap onderscheiden, blijkt uit dit advies van de Raad van State, waarin staat dat provincies vanwege het pseudowetenschappelijk onderzoek van het RIVM een geitenmoratorium kunnen instellen. En uit deze uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin staat dat de rechtbank Geetacs deskundig acht op het gebied van stikstofdepositieberekeningen.

Gelukkig kunnen rechters de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) om advies vragen, en heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant dit gedaan. De 25 kilometer-afkapgrens zal hierdoor waarschijnlijk in stand blijven. Want de StAB kan wetenschappelijke rapporten wél analyseren en wetenschap van pseudowetenschap onderscheiden.

Dus als de StAB door een rechter om advies wordt gevraagd voor een rechtszaak over de afstandsnorm van 500 meter voor geitenhouderijen, dan zal de StAB – als de juiste argumenten/beroepsgronden zijn ingediend – waarschijnlijk bevestigen dat in de VGO-rapporten geen snipper bewijs staat dat geitenhouderijen gezondheidsrisico’s veroorzaken.

Hans Hoekman

Hans Hoekman heeft meer dan 25 jaar ervaring als vergunningverlener voor onder andere de complexe industrie. Daarnaast is hij meer dan 5 jaar adviseur geweest van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB, 2002-2007 en 2022). De StAB is de wettelijke adviseur van rechtbanken en de Raad van State op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening.

Hoekman houdt zich momenteel vooral bezig met de stikstofproblematiek. Dat doet hij onder meer als adviseur via zijn bedrijf Hoekman Milieu Advies.

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Tags
MelkveeGeitenPolitiek