Sterke Erven Logo
Kennisartikel

Inzicht in economische haalbaarheid met BIN

Praktijkdata wegen mee in beleidsafwegingen pluimveesector

Kennisartikel6 min
Nico Bondt
Nico Bondt
Al achtentwintig jaar onderzoekt Nico Bondt de pluimveesector. Als pluimvee-econoom bij Wageningen Social & Economic Research helpt hij beleidsmakers begrijpen wat plannen en maatregelen betekenen voor pluimveebedrijven. Met onder meer data uit het Bedrijveninformatienet (BIN) toetst hij de economische haalbaarheid: wat betekent dit voor pluimveehouders en kan de sector het dragen?

In bijna drie decennia zag Bondt niet alleen de sector veranderen, maar ook haar positie. Vooral als onderhandelingspartner, zegt hij. “Vroeger zat de sector meer aan tafel waar de beslissingen werden genomen. Nu is ze wat meer het lijdend voorwerp, soms zelfs in de hoek waar de klappen vallen.”

Toch ontbreekt de economische werkelijkheid van pluimveehouders niet aan die tafel, benadrukt Bondt. Bij nieuw beleid en actuele vraagstukken wordt altijd ook naar de economische haalbaarheid gekeken. Voor die toets wordt vaak een beroep gedaan op Bondt en zijn collega’s. Gegevens uit het Bedrijveninformatienet vormen daarbij een belangrijke basis: op sectorniveau geven ze een representatief beeld van de economische prestaties van de pluimveehouderij. Ze laten zien hoe de sector ervoor staat en hoeveel ruimte er is voor verandering. Zo zit de pluimveesector via haar cijfers toch indirect aan tafel.

Duurzaamheid in de pluimveesector: wat is economisch haalbaar?

Een groot thema in de pluimveesector is verduurzaming. De vraagstukken zijn breed: van milieu en klimaat tot dierenwelzijn en voedselveiligheid. Dat de sector zelf ook wil verduurzamen, staat volgens Bondt buiten kijf.

Maar het moet wel betaald worden. Het moet haalbaar zijn. Dat is precies waar wij voor gevraagd worden: is dit haalbaar?

Hier komt de waarde van de gegevens uit het Bedrijveninformatienet naar voren. “Die cijfers heb je nodig, anders kun je daar geen uitspraken over doen.”

Bij duurzaamheidsvraagstukken kijkt Wageningen Social & Economic Research naar de economische kant. Wat kost een verandering? Kunnen pluimveehouders de benodigde investeringen dragen? Wat betekent het voor het inkomen en de rentabiliteit? En waar liggen economisch gezien de grenzen? “Voor ons is het Bedrijveninformatienet een heel belangrijke basis om dit soort haalbaarheidstoetsen op een fatsoenlijke manier te kunnen doen”, zegt Bondt.

Pluimveesector blijft rendabel ondanks jaren van verandering

Hoewel de positie van de pluimveesector in bijna drie decennia veranderde, bleef de sector economisch overeind. Er kwam meer ruimte per dier, het aantal pluimveehouders nam af, bedrijven werden groter en ondertussen werden flinke stappen gezet in verduurzaming. Toch bleef er een rendabele sector staan. “Bij de laatste inkomensraming, eind vorig jaar, heb ik uitgerekend dat over de hele periode van de afgelopen twintig jaar het gemiddelde rendement in de pluimveehouderijsector 105 procent was”, vertelt Bondt. “Dat wil zeggen dat de opbrengsten net iets boven het kostenniveau zaten. Die marge is ook nodig om alle risico’s te kunnen dekken en als vergoeding voor het ondernemerschap. Een gemiddelde rentabiliteit van 105% is netjes, maar je wordt er niet stinkend rijk van.”

Om die economische ontwikkeling te kunnen volgen, is het BIN van belang. Inzicht in de economische uitgangspositie van de sector is nodig om te beoordelen hoeveel ruimte er is voor nieuwe maatregelen en investeringen. “We willen weten: is de pluimveehouderij rendabel en worden er fatsoenlijke inkomens gehaald?” Zou de rentabiliteit bijvoorbeeld structureel onder de 100 procent zakken, dan is dat volgens Bondt een stevig signaal richting beleidsmakers om voorzichtig te zijn met nieuwe maatregelen die extra kosten met zich meebrengen. Voor nu is Bondt positief:

De sector staat nog steeds als een huis.

Is vaccineren tegen vogelgriep economisch haalbaar?

Bondt en zijn collega’s onderzoeken ook wat vaccineren tegen vogelgriep economisch betekent voor pluimveehouders. “Aan ons wordt gevraagd: kan de sector dat dragen of krijgen ze daar grote problemen mee?” zegt Bondt. Gegevens uit het Bedrijveninformatienet geven inzicht, maar vertellen niet het hele verhaal. Daarvoor wordt breder gekeken, bijvoorbeeld naar de gevolgen voor dierenwelzijn en de volksgezondheid.

Een ander voorbeeld laat zien hoe BIN-data ook achteraf inzicht geven in de gevolgen van veranderingen in de sector. Het antibioticagebruik in de pluimveehouderij is in de afgelopen twintig jaar sterk teruggedrongen. Wat betekende die ontwikkeling voor de economische prestaties van bedrijven?

Antibioticagebruik omlaag, financiële resultaten op peil

Twintig jaar geleden was er angst voor de gevolgen van het terugdringen van antibioticagebruik in de veehouderij, herinnert Bondt zich. Minder antibiotica gebruiken werd door sommigen zelfs gezien als mogelijke doodsteek voor de sector. Binnen het Bedrijveninformatienet werd daarom het antibioticagebruik nauwkeurig gevolgd. “Net zoals we de inkomens jaar in jaar uit monitoren, hebben we dat toen ook met antibioticagebruik gedaan.”

In de jaren daarna werd het antibioticagebruik met meer dan 50 procent teruggebracht. Omdat van dezelfde bedrijven ook de economische resultaten bekend waren, kon worden onderzocht of die sterke reductie ten koste is gegaan van het bedrijfsresultaat. Bondt: “In maart 2019 hebben we die analyse gedaan: zien we nu ook een relatie tussen de economische resultaten en het antibioticagebruik? Nou, die bleek er dus niet te zijn. Ondanks dat vleeskuikenbedrijven het gebruik fors gereduceerd hadden, zijn de economische resultaten op peil gebleven. Dat laat zien dat de sector tot veel in staat is: opnieuw werd een belangrijke verduurzaming gerealiseerd, binnen de grenzen van de economische haalbaarheid.”

Dit voorbeeld laat zien wat langdurige monitoring kan opleveren: niet alleen vooraf berekenen wat een verandering mogelijk betekent, maar ook volgen wat er in de praktijk daadwerkelijk gebeurt.

Waarom zijn praktijkdata van pluimveehouders nodig?

“Wat het maatschappelijk actuele onderwerp ook is, er wordt vrijwel altijd naar de economische haalbaarheid gekeken”, zegt Bondt. Daarvoor zijn actuele, betrouwbare cijfers uit de praktijk nodig. Via het Bedrijveninformatienet (BIN) leveren ondernemers gegevens aan die samen een representatief beeld geven van de sector. Die data worden gebruikt voor onafhankelijk onderzoek en om beleid beter te laten aansluiten op wat economisch haalbaar is. De bedrijfsgegevens worden strikt vertrouwelijk behandeld. Data van individuele BIN-deelnemers worden niet gepubliceerd. Wie gegevens deelt, krijgt daar ook inzicht voor terug. Via Mijn Agrimatie kunnen BIN-deelnemers hun eigen bedrijfsrapport bekijken en resultaten vergelijken met vergelijkbare bedrijven. Naast de overheid behoren ook sectorpartijen en het bedrijfsleven tot de opdrachtgevers van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek door WUR.

Pluimveehouders die willen weten hoe deelname werkt, vinden meer informatie op de website van Wageningen University & Research: wur.nl/bedrijveninformatienet

Meer informatie

Tekst:

Beeld: Wageningen University & Research

Tags
PluimveeBedrijfsreportageDataDierenwelzijnFinancieelMinisterie landbouwRegelgevingVogelgriep
Logo Bedrijveninformatienet WUR

Over Bedrijveninformatienet WUR

Het Bedrijveninformatienet (BIN) is een netwerk van circa 1.500 land- en tuinbouwbedrijven die praktijkgegevens delen voor onafhankelijk onderzoek. Samen geven zij inzicht in de economische en duurzame ontwikkeling van de Nederlandse landbouw. Deelnemers ontvangen waardevolle bedrijfsinformatie en vergelijkingen, terwijl hun gegevens bijdragen aan kennis, beleid en een toekomstbestendige sector.