Column van Robert Ellenkamp
'Nieuwe RIVM-metingen wijzen op lagere stikstofdepositie'

Het is al langer duidelijk waar de politiek naartoe wil met de veehouderij: minder dieren. En omdat we de wetgeving zo in elkaar hebben gezet dat stikstofdepositie op natuur de allesbepalende factor is geworden, heeft de politiek een argument om strenge wetgeving te implementeren. Omdat we nu stikstofnormen in de wet hebben staan die nooit te halen zijn, is Den Haag er gelukkig van overtuigd dat het anders moet. En mede door input van de landbouw gaan we toe naar uitstootnormen voor ammoniak en zoneringen.
Maar minister Van Essen gebruikt voor zijn berekeningen nog steeds het Aerius-model om tot de opgave van de landbouw te komen. Het is dus erg belangrijk dat het Aerius-model dan uitkomsten oplevert die kloppen. Anders zit de landbouwsector straks opgescheept met strenge normen die vanuit natuuroogpunt helemaal niet nodig zijn of een stuk minder streng hadden gekund. En precies dat lijkt nu te gebeuren.
Noordhollands Duinreservaat
Het RIVM meet sinds 2021 in het Noordhollands Duinreservaat met een zogenaamde Cotag-mast de droge stikstofdepositie. Door technische problemen is er nog geen complete jaarlijkse meetreeks beschikbaar. Daardoor kunnen er nog geen keiharde conclusies getrokken worden volgens het RIVM. Wouter de Heij bevestigde dat deze week in een publicatie die hij daarover schreef. Maar de metingen geven al wel het inzicht dat de droge depositie nergens boven de 0,75 kilogram stikstof per hectare uitkomt. Dit is geen jaargemiddelde. Maar als je de meetperiodes bij elkaar optelt, kom je nog steeds bij lange na niet aan de droge stikstofdepositie die het RIVM berekent met het Aerius-model.
Eigenlijk ligt die uitkomst veel dichter bij de metingen die het RIVM in 2015 deed in de duinen bij Den Haag. Pas in 2023 werden de resultaten daarvan gepubliceerd. Uit dat onderzoek bleek dat de droge stikstofdepositie een factor 2,4 lager is dan het model uitrekent. Omdat het verschil zo groot was, vond het RIVM dat die metingen niet konden kloppen. Maar de nieuwe metingen, ook al moeten we nog wat voorzichtig zijn met de uitkomsten, lijken de uitkomsten van de metingen uit 2015 te bevestigen. En als dat daadwerkelijk klopt, dan betekent dit dat de droge depositie in de duinen de helft minder is. Omdat droge stikstofdepositie ongeveer tweederde van de totale stikstofdepositie is, kom je uit onder de kritische depositiewaarde voor de natuur die voorkomt in de duinen.
Natuurdata
Vanuit natuurdata over die duingebieden weten we dat eigenlijk ook al. Door het stoppen van de verdroging van de duinen en goed natuurbeheer floreren de duinen. Dat zegt voormalig natuurbeheerder Kees Bruin in mijn documentaire en blijkt ook uit het boek Bloeiende duinen. Met de eerste prille resultaten van het RIVM-onderzoek vervalt de grondslag voor het instellen van een zonering voor stikstofdepositie bij het Noordhollands Duinreservaat. Datzelfde geldt voor de zonering van 500 meter langs de rest van de Nederlandse kust inclusief de Waddeneilanden.
Het betekent ook dat er in het Aeriusmodel iets niet klopt rondom droge stikstofdepositie. In ieder geval moet de depositie in de duinen naar beneden worden bijgesteld. Maar als de berekening van de droge depositie voor de duinen niet klopt, dan gaat er natuurlijk iets mis in de berekening. En die berekening geldt voor de droge depositie in heel Nederland. Dat betekent dat alle depositie-uitkomsten van het model niet kloppen. Daarmee zeg ik niet dat droge depositie overal met een factor twee te hoog wordt ingeschat.
Stikstofzonering Gelderland
Nogmaals, het ministerie rekent wel met de huidige uitkomsten van het model voor strenge wetgeving. Voordat die wetgeving definitief is, vraagt dat dus nog even een kritische blik. In de provincie Gelderland is het daar al deels te laat voor. Provinciale Staten stemde afgelopen woensdag als eerste provincie in met een stikstofzonering van 500 meter rondom de stikstofgevoelige habitattypen van vier Natura 2000-gebieden. Ook dit beleid is afgeleid van het Aeriusmodel en bevat dus berekeningen over droge depositie die niet lijken te kloppen. Gelderland onderbouwde de breedte van de zonering met het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Maar uit datzelfde onderzoek bleek dat er na 250 meter al geen verschil meer was met de achtergronddepositie. Voor de BBB in de Tweede Kamer was dat een reden om een motie in te dienen om de zonering maximaal te begrenzen op 250 meter rondom de stikstofgevoelige habitattypen. De Tweede Kamer stemde deze week echter tegen deze motie.
Wat de provincie Gelderland wel goed doet is de zonering instellen rondom de stikstofgevoelige habitattypen in plaats van de rand van het Natura 2000-gebied. Voor dat laatste bestaat immers geen wetenschappelijke onderbouwing. En de provincie moet de opgave in de zonering nog uitwerken, dus ook daar ligt nog een kans voor een reductieopgave die meer recht doet aan de wetenschap dan aan ideologie.
Robert Ellenkamp
Hoofdredacteur, onderzoeksjournalist en documentairemaker bij Agrio op het domein landbouw en natuur. Sinds 1999 werkzaam in de landbouwsector. Verdiept zich als onderzoeksjournalist sinds 2019 in stikstof en natuur.
Beeld: Quinton Hermsen



