Canadezen tellen minder behandelingen met kunststof speeltjes dan met organische hokverrijking

Onderzoekers van het Prairie Swine Centre en de University of Saskatchewan vergeleken verschillende soorten hokverrijking op een commercieel varkensbedrijf en een proefbedrijf. Daarbij keken ze onder meer naar het aantal behandelingen per hok en de groei.
Op het commerciële bedrijf lag het gemiddelde aantal behandelingen per hok tijdens de opfok bij speeltjes van duurzaam materiaal op 17,62. Bij kettingen waren dat er 20,28 en bij vervangbare materialen 22,15. Ook tijdens de groei- en afmestfase scoorden duurzame speeltjes beter: gemiddeld 6,23 behandelingen per hok, tegenover respectievelijk 8,12 en 8,77. De verschillen waren statistisch significant.
Organisch materiaal niet voortdurend beschikbaar
Er zijn echter wel kanttekeningen te plaatsen. De vervangbare materialen waren niet altijd beschikbaar. Karton ging doorgaans twee tot drie dagen mee, katoentouw vier tot zeven dagen. Omdat het materiaal slechts eenmaal per week werd aangevuld, konden de varkens er een deel van de tijd niet over beschikken.
Dat kan de resultaten hebben beïnvloed. De onderzoekers schrijven zelf dat het verdwijnen van aantrekkelijk verrijkingsmateriaal zelfs extra frustratie kan veroorzaken. Je kunt dus niet zeggen dat duurzame speeltjes op zichzelf beter zijn dan organisch materiaal.
Ook op andere welzijnsindicatoren was het beeld minder uitgesproken. Zo werden op het commerciële bedrijf geen statistisch significante verschillen in staartschade gevonden tussen de drie vormen van hokverrijking. In groei was evenmin een verschil waar te nemen.
Nederlandse eisen aan hokverrijking
Desalniettemin zijn de resultaten opmerkelijk voor de Nederlandse situatie. Hier schrijft de NVWA voor dat hokverrijkingsmateriaal zowel eetbaar als wroetbaar moet zijn. Daarnaast moet het permanent beschikbaar zijn en moet minstens een kwart van de dieren in een groepshok het gelijktijdig kunnen gebruiken.
Het criterium van permanente beschikbaarheid blijkt daarin extra belangrijk. Te laat aanvullen kan juist voor extra frustratie en schade zorgen. Tegelijkertijd laten de resultaten van de Canadezen zien dat ook de aanwezigheid van niet-organisch afleidingsmateriaal gunstig kan uitpakken voor het welzijn van varkens.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Natasja Beverloo
Bron: Prairie Swine Centre


