Sterke Erven Logo

Jagersvereniging: 75 procent Nederlanders vóór actief beheer wolven in buitengebied

05 min
Een wolf
75 procent van de Nederlanders kiest voor actief beheer van wolven in het buitengebied. Dat blijkt uit het Opinieonderzoek 2026 naar jacht, natuur en wildbeheer, uitgevoerd door Zest Marketing in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.

‘De houding van Nederlanders tegenover de wolf verandert’, constateert de Jagersvereniging. ‘De maatschappelijke discussie gaat steeds minder alleen over de vraag óf de wolf in Nederland thuishoort en steeds meer over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven aanvaardbaar zijn en wanneer ingrijpen nodig is.’

Naar nul

Op de vraag hoe Nederland met wolven in het buitengebied moet omgaan, kiest 47 procent volgens het onderzoek voor het jaarlijks bejagen van een aantal wolven. Nog eens 28 procent wil het aantal wolven door beheer terugbrengen naar nul. 24 procent vindt dat de natuur haar gang moet gaan en dat niet moet worden ingegrepen. ‘Daarmee is jaarlijkse bejaging de meest gekozen afzonderlijke aanpak’, stelt de Jagersvereniging.

Jaarlijkse bejaging

‘Sinds 2023 is vooral de groep die niet wil ingrijpen kleiner geworden. Die daalde van 35 naar 24 procent’, vervolgt de Jagersvereniging. ‘Tegelijkertijd steeg het aandeel dat het aantal wolven naar nul wil terugbrengen van 19 naar 28 procent. De voorkeur voor jaarlijkse bejaging bleef met 46 procent in 2023 en 47 procent in 2026 vrijwel gelijk.’ De uitkomsten betekenen niet dat een meerderheid van de Nederlanders de wolf volledig uit Nederland wil zien verdwijnen. 55 procent vindt dat speciale gebieden moeten worden aangewezen waar wolven kunnen verblijven. 17 procent vindt dat de wolf in heel Nederland moet kunnen. De grootste groep kiest daarmee voor een middenpositie: de wolf wel in Nederland, maar niet overal.

Maximumaantal

Volgens de Jagersvereniging blijkt uit het rapport ook dat het draagvlak voor het begrenzen van de omvang van de wolvenpopulatie toeneemt. ‘64 procent vindt dat de overheid een maximumaantal wolven moet vaststellen. In 2021 was dat nog 53 procent. Slechts 8 procent is hier in 2026 tegen. Daarnaast vindt 53 procent dat de landelijke en provinciale politiek meer ruimte moet krijgen om de omvang van de wolvenpopulatie te reguleren.’

Ingrijpen bij probleemwolven

Wanneer wolven problemen veroorzaken, kiest een ruime meerderheid eveneens voor actief ingrijpen, aldus het rapport. 29 procent kiest voor het verjagen van wolven op plaatsen met kwetsbare diersoorten, 28 procent voor het afschieten van wolven die problemen veroorzaken en 27 procent voor het verkleinen van het aantal wolven in bepaalde gebieden door bejaging. Slechts 15 procent vindt dat de mens niet moet ingrijpen.

Toename opvallend

De Jagersvereniging vindt het opvallend dat de voorkeur voor het beheren van probleemwolven sinds 2023 is toegenomen: van 20 naar 28 procent. ‘Het aandeel dat voor verjagen kiest, daalde tegelijkertijd van 38 naar 29 procent. Ook bij schade aan gehouden dieren verandert de publieke voorkeur. 40 procent kiest in 2026 voor vergoeding van de schade in combinatie met het afschieten van wolven die vee aanvallen. In 2023 was dat 30 procent. Daarmee is deze combinatie inmiddels de meest gekozen aanpak.’

Beschermde status

Een meerderheid van de respondenten vindt bovendien dat bescherming niet automatisch altijd hetzelfde hoeft te blijven. 56 procent vindt dat de beschermde status van soorten periodiek opnieuw moet kunnen worden beoordeeld wanneer omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld wanneer aantallen toenemen of schade ontstaat. In 2023 was dit 52 procent. Slechts 7 procent wijst zo'n periodieke evaluatie af.

Actief wolvenbeheer

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging ziet in de resultaten een duidelijke maatschappelijke verschuiving richting actief en gereguleerd wolvenbeheer. Laurens Hoedemaker, directeur van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging: „De discussie gaat steeds minder over vóór of tegen de wolf en steeds meer over verantwoord beheer. Dat vraagt om duidelijke keuzes over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven maatschappelijk aanvaardbaar zijn en wanneer kan worden ingegrepen.”

Aansluiten bij Duits beleid

Hoedemaker vertelt verder dat het rapport uiteraard naar de staatssecretaris en de vaste Kamercommissie van Landbouw wordt gestuurd. „Het is voor hen van belang om te weten dat er een breed draagvlak onder Nederlanders bestaat voor het beheer van wolven. Uit het onderzoek blijkt dat 28 procent van de Nederlanders helemaal geen wolven in Nederland wil hebben. Van 50 procent mag dat wel, maar dan in speciaal aangewezen leefgebieden. Nederland is een klein land. We hebben in Nederland minder dan 10.000 vierkante meter geschikt gebied voor wolven. We kunnen en mogen dus aansluiten bij het Duitse beleid, waarbij de wolf actief wordt beheerd. In de deelstaat Nedersaksen, net over de grens, wordt de wolf al effectief bejaagd. Als we in Nederland niet aansluiten op dat Duitse beleid, wordt de druk op de wolvenpopulatie om naar Nederland uit te wijken alleen nog maar groter.”

Ruim representatief

Hoedemaker vertelt ook dat het onderzoek meer dan representatief was. ‘Normaal gesproken is dat al met 800 respondenten uit verschillende regio’s, verschillende leeftijden en geslacht. Aan ons onderzoek werkten meer dan 3.000 respondenten mee.

Beeld: Ruth van Schriek

Tags
MelkveeBelangenbehartigingFaunabeheerMinisterie landbouwPolitiekTweede KamerSilvio Erkens