Grasrijk rantsoen scoort goed op meerdere duurzaamheidsindicatoren

De resultaten van dit, door het Louis Bolk Instituut uitgevoerde, onderzoek werden onlangs gepresenteerd op het congres van de European Federation of Animal Science (EAAP) in Hamburg.
Grasaandeel varieert van 28 tot ruim 86 procent
Het aandeel vers gras en kuilgras in de geanalyseerde rantsoenen varieerde van 28 tot ruim 86 procent. De bedrijven werden op verschillende aspecten met elkaar vergeleken. Bedrijven met meer gras in het rantsoen produceerden gemiddeld minder melk per koe en per hectare dan bedrijven met weinig gras in het rantsoen.
Grasrijkere bedrijven halen gemiddeld meer eiwit van eigen land. En ze produceren een groter aandeel eiwitten dat alleen door dieren geconsumeerd kan worden. Deze zogenaamde feed-food-competitie is een indicator voor de efficiëntie van het gebruik van landbouwgrond voor de totale voedselproductie.
Verder kijken dan broeikasgasemissie alleen
De resultaten laten zien dat milieuprestaties niet in één indicator te vangen zijn. Tegenover de hoge broeikasgasuitstoot staat een positief effect van gras op de waterkwaliteit, stikstofverliezen, eiwit van eigen land en de rol van grasland in een duurzaam voedselsysteem, aldus Gerbrich Bonekamp, die de resultaten in Hamburg presenteerde.
Grasland levert een belangrijke bijdrage aan de bodem- en waterkwaliteit, koolstofopslag en biodiversiteit. Relatief extensieve melkveebedrijven met veel gras in het seizoen vormen dan ook een kansrijke ontwikkelrichting als het gaat om integrale duurzaamheid.
De grote onderlinge verschillen tussen bedrijven laten zien dat er nog voldoende ruimte is het op gras gebaseerde bedrijfssysteem verder te ontwikkelen op gebied van goed graslandbeheer, goede ruwvoerkwaliteit, weidegang en een efficiënte benutting van nutriënten.
Hermien van der Aa
Woont en werkt op een melkveebedrijf in Hernen met als neventakken educatie en zorglandbouw. Sinds 2020 parttime redacteur melkvee bij Agrio, waar ze hoofdzakelijk schrijft voor de website melkvee.nl, het vakblad Melkvee en de regiobladen
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Louis Bolk Insituut


