Uierontwikkeling bij zeugen: een onderschatte factor voor sterke biggen

Elke speen heeft zijn eigen functie en ontwikkeling
Iedere speen beschikt over een eigen melkproductiesysteem. De ontwikkeling van de verschillende spenen verloopt grotendeels onafhankelijk van elkaar en is afhankelijk van een goede aanvoer van voedingsstoffen.
De ontwikkeling van de melkklier start al vroeg
De melkklier ontwikkelt zich al tijdens het foetale leven en groeit verder tijdens de opfok, puberteit, dracht en lactatie.
Ook de opfok van gelten speelt een belangrijke rol. De periode tussen ongeveer 25 en 65 kg lichaamsgewicht is bepalend voor de ontwikkeling van onder andere de geslachtsorganen. Een goede eiwitvoorziening is daarbij essentieel.
Te zware gelten bij de eerste dekking kunnen vervetten. Ook aan het einde van de dracht kan vervetting nadelig zijn. Vooral de achterste spenen ontwikkelen zich dan soms minder goed, waardoor ze later minder bruikbaar zijn.
In de laatste twee tot drie weken voor het werpen vindt een belangrijke groeifase van de uier plaats. De uier moet zich dan over de hele lengte goed ontwikkelen, inclusief de achterste spenen.
Voldoende energie, eiwit en water zijn daarbij essentieel. Een dragende zeug moet dagelijks 14 tot 16 liter water opnemen. Let rond het verplaatsen naar de kraamstal op stress en een verminderde voer- en wateropname, omdat dit de uierontwikkeling negatief kan beïnvloeden.
Speengebruik stimuleert de uierontwikkeling bij zeugen
Tijdens de lactatie blijft de melkklier zich ontwikkelen. Zuigende biggen stimuleren de melkklier, waardoor deze actief blijft. Wordt een speen weinig gebruikt, dan blijft de ontwikkeling achter en neemt de melkproductie af.
Vooral bij jonge zeugen kan onvoldoende benutting van functionele spenen langdurige gevolgen hebben. Besteed daarom bij gelten extra aandacht aan een goede en uniforme bezetting van de beschikbare spenen.
Biggen overleggen goed voor toom én uier
Het overleggen van biggen draagt niet alleen bij aan het creëren van uniforme tomen. De uierontwikkeling bij zeugen wordt er namelijk ook door ondersteund. Als alle spenen regelmatig gebuikt worden, krijgen ze een vergelijkbare mate van stimulatie. Dit zorgt voor een goede ontwikkeling van de verschillende melkklieren, wat een stabiele melkproductie oplevert.
Biestmanagement: de eerste 12 uur maken het verschil
Rondom het werpen komt de melkproductie op gang en wordt biest beschikbaar voor de biggen. Biest bevat essentiële afweerstoffen, maar de concentratie hiervan neemt snel af.
Juist de eerste 12 uur na het werpen zijn daarom cruciaal. Goed biestmanagement is onmisbaar, zeker bij grote tomen. Maatregelen zoals split suckling kunnen helpen om meer biggen tijdig toegang te geven tot voldoende biest.
Hoe beoordeel je de uierontwikkeling bij zeugen?
Veel zeugenhouders kijken pas naar de uier wanneer er problemen ontstaan. Juist tijdens de eerste lactatie kun je waardevolle informatie verzamelen over de uierontwikkeling en het gebruik van functionele spenen.
Met een praktische bedrijfscheck kun je 20 gelten beoordelen op dag 4 na werpen. Op dat moment zijn eventuele afwijkingen nog te corrigeren.
Beantwoord daarbij de volgende vragen:
- Hoeveel functionele spenen worden daadwerkelijk gebruikt?
- Zijn er spenen die consequent leeg blijven?
- Zijn voorste spenen duidelijk beter ontwikkeld dan achterste?
- Liggen biggen regelmatig bij dezelfde favoriete spenen?
- Zijn er speenbeschadigingen zichtbaar?
- Hebben de achterste biggen dezelfde ontwikkeling als de voorste?
Zie je regelmatig lege spenen of duidelijke verschillen tussen voor- en achteruier? Dan ligt daar mogelijk een kans voor verbetering van speengebruik, toomuniformiteit, melkproductie of overleggen.
Een goede uier als basis voor de hele lactatie
Een goed ontwikkelde uier ontstaat al tijdens de dracht en wordt verder gevormd door een goede benutting van alle functionele spenen tijdens de lactatie. Daarmee leg je de basis voor voldoende melk, vitale biggen en een gelijkmatige toom.
Benieuwd wat de uiers van jouw zeugen vertellen? Onze zeugenspecialisten kijken graag mee naar speengebruik, biestmanagement en uierontwikkeling. Vaak leveren enkele observaties al waardevolle inzichten op voor de volgende worp.
Meer weten?
Ben je zeugenhouder en wil je met één van onze specialisten sparren over de uierontwikkeling op jouw bedrijf? Neem dan contact met ons op. Je kunt ons bereiken door te bellen naar 088 488 29 74 of door een mail te sturen naar klantenservice@agrifirm.com

Over Agrifirm
Al meer dan 100 jaar bundelt Royal Agrifirm Group coöperatieve kennis om boeren en telers te ondersteunen met hoogwaardige producten, advies en innovatie. Vanuit een sterke internationale positie en met een wereldwijd netwerk werkt Agrifirm aan duurzaam en succesvol ondernemen. Samen met leden en partners draagt de organisatie bij aan een verantwoorde en toekomstbestendige voedselketen.



