Sterke Erven Logo

Biohuis werkt aan schadefonds binnen deelconvenant gewasbescherming

03 min
Gewasbescherming in tarwe
Biohuis neemt namens de biologische sector het voortouw bij de uitwerking van het Deelconvenant Biologisch, dat onderdeel wordt van het Convenant Gewasbescherming. De inzet is om voor het einde van dit jaar te komen tot een gedragen ontwikkelrichting voor weerbare biologische teeltsystemen en een schadefonds voor biologische telers die schade oplopen door gewasbeschermingsmiddelen die zij zelf niet hebben gebruikt.

Het schadefonds moet biologische telers meer zekerheid bieden wanneer hun gewassen, door contaminatie met gewasbeschermingsmiddelen van derden, schade ondervinden. Door residuvondsten kunnen partijen worden afgekeurd, ook wanneer de gevonden waarden onder de wettelijke normen liggen. Hoe het fonds precies wordt ingericht en gefinancierd, staat volgens Biohuis-directeur Sander van Diepen nog open. „We hebben eens gedacht aan bijdragen door fabrikanten of aan een opslag op de verkoop van beschermingsmiddelen, maar alles is nog open. De komende tijd is bedoeld om invulling te geven aan de juridische structuur, de criteria, de doelgroep en hoe dit financieel te dekken is”, aldus Van Diepen.

Weerbare teeltsystemen en kennisontwikkeling

Een tweede belangrijke pijler is de ontwikkeling van een kennisagenda voor weerbare teeltsystemen. Die gaat volgens Van Diepen verder dan alleen onderzoek naar residuen op biologische gewassen. „Die kennisagenda gaat over hoe je naar een weerbaar teeltsysteem gaat, en hoe de biologische sector hier verder op kan doorontwikkelen.” Volgens Van Diepen kan de biologische sector ook zelf verder verduurzamen.

Hoewel biologische telers slechts een beperkt aantal gewasbeschermingsmiddelen mogen gebruiken, kunnen ook toegestane middelen effecten hebben op bijvoorbeeld het waterleven. „Ook in de biologische sector zijn er nog stappen te zetten om te telen met zo min mogelijk effecten op je omgeving. De ontwikkeling van weerbare teeltsystemen kan bovendien kennis opleveren die ook buiten de biologische sector toepasbaar is.”

Langjarig en stabiel beleid is volgens Biohuis een belangrijke randvoorwaarde. Beleid moet ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van biologische teeltsystemen en tegelijkertijd bijdragen aan bredere maatschappelijke en ecologische doelen, zoals de doelstellingen voor Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Ook vindt Biohuis het van belang dat er structureel financiering beschikbaar komt voor fundamenteel onderzoek en innovaties die niet direct commercieel te vermarkten zijn, maar wel van belang zijn voor de ontwikkeling van weerbare teeltsystemen.

Biohuis en Bionext werken samen met kennispartners

Biohuis en Bionext nemen vanuit de biologische sector een centrale rol in de uitwerking van het deelconvenant. Daarbij wordt samengewerkt met een brede groep kennis- en ketenpartners. Onder meer Wageningen University & Research (WUR), onderzoeks- en adviesbureau CLM en het Louis Bolk Instituut leveren expertise. Ook partijen op het gebied van water, natuur en biodiversiteit zijn betrokken, waaronder de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN), de Unie van Waterschappen en BoerenNatuur. Vanuit de financiële sector sluiten onder meer Triodos Bank en Rabobank aan.

De uitwerking vindt plaats in een reeks van vier bijeenkomsten. De voortgang wordt tussentijds gedeeld met de achterban. Het doel is om in december 2026 een concreet plan van aanpak en een kennisagenda op te leveren. Daarmee wil de biologische sector bijdragen aan een breed gedragen en toekomstbestendige aanpak voor weerbare teeltsystemen en de positie van biologische telers daarin.

Beeld: Ellen Meinen

Tags
AkkerbouwBiologischGewasbeschermingInnovatieBelangenbehartigingPlantgezondheid