Sterke Erven Logo

Praktijkdemo WaterWinst geeft aanleiding voor vervolgonderzoek

Verschillende bemestingsstrategieën leveren 7 ton verschil in prei op

04 min
De objecten binnen de praktijkdemo van WaterWinst
De objecten binnen de praktijkdemo van WaterWinst
Verschillende bemestingsstrategieën in het kader van praktijkdemo WaterWinst in Horst-America (LB) hebben tot een verschil van 7 ton geschoonde prei per hectare geleid. Het proefveld met kunstmest en biostimulanten kwam uit op 57 ton geschoonde prei per hectare, tegenover 50 ton bij de traditionele teeltmethode met drijfmest en kunstmest. De praktijkdemo laat verschillen zien in stikstofvoorraad, bladsap en beworteling. De uitkomsten werden donderdag gepresenteerd tijdens de Innovatiedag Prei in Castenray.

Het vergelijk werd gemaakt op een perceel van WaterWinst bij Agrovation met het ras Maxton F1. De strategie leverde dus qua tonnen opbrengstverschil op, terwijl de sortering tussen de objecten nauwelijks verschilde: respectievelijk 85 en 84 procent dikke prei. Tijdens de teelt waren wel opvallende verschillen zichtbaar in de stikstofvoorraad, nutriëntengehalten in het blad en de ontwikkeling van het wortelstelsel.

Grote verschillen in stikstofvoorraad

Tijdens de teelt werd de voorraad minerale stikstof (N) meerdere keren gemeten. Op 15 juni bedroeg de N-voorraad in de laag van 0 tot 30 centimeter 30 kilogram stikstof per hectare bij het object met drijfmest en kunstmest, tegenover 56 kilogram bij het object met kunstmest en biostimulanten. Op 6 juli was het verschil nog groter: 10 tegenover 110 kilogram stikstof per hectare. Ook de N-residumeting van 31 juli liet een verschil zien: 11 kilogram stikstof per hectare bij drijfmest en kunstmest, tegenover 26 kilogram bij kunstmest en biostimulanten.

Ook verschillen in de plant en het wortelstelsel

De verschillen waren niet alleen in de bodem zichtbaar. Op 20 juli bedroeg het gemeten totale stikstofgehalte in het jonge blad 1.032 ppm bij het object met drijfmest en kunstmest en 1.441 ppm bij het object met kunstmest en biostimulanten. Ook andere nutriëntengehalten verschilden tussen beide objecten.

Daarnaast was een verschil in beworteling zichtbaar. Bij het object met kunstmest en biostimulanten ontwikkelde het wortelstelsel zich duidelijk dieper en stond een zwaarder gewas. Volgens Guido Schriever, projectleider van WaterWinst, is juist de samenhang tussen deze waarnemingen interessant. „We zien een duidelijk verschil in opbrengst, maar we willen voorkomen dat we daar te snel één verklaring aan verbinden. We zien ook verschillen in stikstofvoorraad, nutriëntengehalten en beworteling. De interessante vraag is hoe die factoren met elkaar samenhangen.”

Mogelijke rol van biostimulanten

In het object met de hoogste opbrengst werd kunstmest gecombineerd met biostimulanten. De resultaten geven daarmee aanleiding om ook te kijken naar de mogelijke invloed van biostimulanten op de ontwikkeling en fysiologie van de plant.

„De vraag is niet alleen hoeveel stikstof je geeft, maar ook wat de plant daarmee kan doen”, aldus Schriever. „Als we beter begrijpen hoe wortel, bodem en plant op elkaar inwerken, kunnen we uiteindelijk gerichter sturen met bemesting.”

Van 7 ton verschil naar nieuwe praktijkkennis

Vanuit het praktijkprogramma WaterWinst wordt benadrukt dat de demo geen wetenschappelijke proef is met meerdere herhalingen en betreft het één teeltjaar. De resultaten kunnen daarom niet worden gebruikt om een directe oorzaak-gevolgrelatie vast te stellen. Toch zijn het opbrengstverschil van 7 ton geschoonde prei en de verschillen die tijdens de teelt zijn gemeten, wel aanleiding voor vervolgonderzoek.

Welke rol speelt het wortelstelsel bij de benutting van stikstof? Welke invloed hebben bodem en wortels op de beschikbaarheid van nutriënten? En kunnen teeltmaatregelen bijdragen aan een gewas dat beschikbare nutriënten efficiënter benut? Dat zijn vragen die binnen WaterWinst verder worden onderzocht. Het uiteindelijke doel is om praktijkkennis te ontwikkelen, waarmee telers gerichter kunnen sturen op nutriëntenbenutting en het beperken van verliezen naar bodem en water.

Over WaterWinst

WaterWinst is een praktijkprogramma in Limburg dat werkt aan schoon en voldoende water door nitraatuitspoeling te verminderen. Het programma vertaalt metingen en praktijkdata naar concrete inzichten en handelingsperspectief voor telers en adviseurs. Praktijkdemo’s vormen het centrale ‘hart’ waar kennis, innovatie en ervaring vanuit de hele keten samenkomen en waar zichtbaar wordt wat werkt in de dagelijkse praktijk. Zo ondersteunt WaterWinst de ontwikkeling naar weerbaar telen, met behoud van rendement én een goede water- en bodemkwaliteit. WaterWinst is een project van provincie Limburg, waterschap Limburg, WML, DAW en Propositie Heuvelland, LLTB.

Beeld: LLTB

Tags
AkkerbouwBiostimulantenDierlijke mestOrganische stofPlantversterkersTopgewasVollegrondsgroenteMestLimburg