Kantelpunt voor voerverstrekking tussen 24 en 48 uur na uitkomst
'Vroege voeding bij vleeskuikens verbetert prestaties'

Tijdens een proef in het kader van het VLAIO-LA-traject Athletic Chicks werden de effecten van vroege voeding bij vleeskuikens, die uitkwamen in de stal, getest. De kuikens kregen ofwel onmiddellijk toegang tot voeder, ofwel pas na 24 uur, ofwel pas na 48 uur. De prestaties leken negatief beïnvloed bij 48 uur voederuitstel, terwijl er bij 24 uur voederuitstel nog compensatie mogelijk leek. Er werden geen effecten waargenomen op darmmorfologie, noch op nutriëntenmetabolisme.
Ongeveer 21 dagen nadat broedeieren ingelegd worden, komen kuikens uit. Ondanks het feit dat de eieren een uniform incubatieproces doorlopen, komen ze niet allemaal op exact hetzelfde tijdstip uit, maar is er sprake van een ‘hatch window’. Dat is het tijdsvenster tussen het moment waarop het eerste kuiken uitkomt en dat waarop het laatste kuiken uitkomt.
Geen toegang tot voeder en water
In de praktijk is het zo dat de kuikens in de broederij pas uit de uitkomstkast gehaald worden als het overgrote merendeel van de broedeieren reeds uitgekomen is. Een aantal kuikens zit op dat moment al even zonder voeder of water. Na het afrapen worden door de eendagskuikens nog een aantal stappen doorlopen alvorens ze getransporteerd worden van de broeierij naar het vleeskuikenbedrijf. Het is pas daar dat ze voor het eerst toegang krijgen tot voeder en water. Voor sommige kuikens kan die tijdspanne zonder voeder en water in zijn totaliteit sterk oplopen.
On-farm hatching
De pas uitgekomen kuikens direct toegang geven tot voeder en/of water is iets wat wel mogelijk is bij on-farm hatching (uitkomst in de stal). Daarbij worden de broedeieren op dag 18 van het incubatieproces overgebracht vanuit de broedkast (in de broederij) naar de vleeskuikenstal waar de kuikens gemiddeld een drietal dagen later uitkomen op het strooisel. Ze moeten dan geen transport meer ondergaan als eendagskuiken en ze kunnen ook onmiddellijk eten of drinken indien ze dat zouden wensen. De vraag is natuurlijk of die toegang tot voeder en/of water onmiddellijk na uitkomen al dan niet noodzakelijk is, of wat het meest optimale moment is om dit te verstrekken in het kader van gezondheid, welzijn en prestaties.
Athletic Chicks project
Resultaten uit eerdere studies zijn niet altijd eenduidig. Het onderzoeksconsortium van het VLAIO-LA-traject Athletic Chicks (UGent, ILVO, Proefbedrijf Pluimveehouderij, KULeuven) wil daarom de gezondheids- en welzijnseffecten van vroege voeding bij vleeskuikens onderzoeken. In dit artikel wordt een proef beschreven die werd uitgevoerd bij Ross 308-vleeskuikens die in de ILVO-proefstallen zijn uitgekomen.
Uitkomst in de stal
De geschouwde Ross 308-broedeieren werden op dag 18 van het incubatieproces door de broeierij overgebracht naar de ILVO-proefstallen waar ze manueel op houtkrullen werden geplaatst. 960 kuikens (uitgekomen in het midden van het ‘hatch window’ om de spreiding in biologische leeftijd zo klein mogelijk te houden) werden geselecteerd en opgevolgd in de proef. De kuikens werden ingedeeld naargelang het tijdstip van uitkomst en werden toegewezen aan één van de drie behandelingen (T0-T1-T2): T0 kreeg onmiddellijk toegang tot voeder; T1 pas na 24 uur en T2 pas na 48 uur. Water werd in alle groepen continu verstrekt.
Prestaties
De T2-kuikens hadden voor de volledige ronde de hoogste/slechtste voederconversie van alle behandelingen en leken over alle fases heen een lager lichaamsgewicht te bereiken ten opzichte van de T0-kuikens. De prestaties bij de T1-groep leken wel nog gecompenseerd/ingehaald te kunnen worden doorheen de proef. Gelijkaardige resultaten werden ook in andere studies gezien, wat een indicatie aantoont van een mogelijk kantelpunt tussen 24 uur en 48 uur biologische leeftijd om toegang te krijgen tot voeder, waarbij het steeds moeilijker lijkt te worden om net wel/niet te kunnen compenseren voor mogelijke nadelige gevolgen op de prestaties.
Gevulde kroppen
Tijdens de proef werd ook gekeken naar het aantal gevulde kroppen bij de kuikens om een inschatting te kunnen maken van het moment waarop de dieren spontaan begonnen te eten. Bij de T0-kuikens werd op een biologische leeftijd van 28 uur bij 50 procent van de kuikens een gevulde krop waargenomen, stijgend naar 100 procent op 44 uur biologische leeftijd. Bij T1-kuikens, die pas op 24 uur biologische leeftijd voedertoegang kregen, had 50 procent een gevulde krop rond 29 uur biologische leeftijd en 100 procent was gevuld tegen 44 uur. Bij T2-kuikens, die pas op 48 uur biologische leeftijd voor het eerst toegang tot eten kregen, werd er reeds op 52 uur biologische leeftijd bij 100 procent van de kuikens een gevulde krop gedetecteerd.
Betere darmmorfologie?
Vaak gaat men ervan uit dat vroege voeding de peristaltische beweging in de darmen zou stimuleren, waardoor ook de absorptie van de dooierrest vlotter zou moeten gaan. Dit was echter niet te zien in deze studie, maar ook niet in andere studies.
Er werden in deze studie ook geen significante verschillen gedetecteerd in de morfologie van het duodenum, het deel van de darm waar de eerste vertering van de nutriënten gebeurt. In andere studies waren wel nadelige effecten te zien in de darmmorfologie, zoals kleinere darmvilli bij kuikens die niet onmiddellijk voeder kregen, maar dat was hier dus niet het geval.
Nutriëntenmetabolisme
Een pas uitgekipt kuiken moet zijn metabolisme laten overschakelen van de vertering van vetrijke nutriënten (dooierrest) naar de vertering van een koolhydraatrijk voeder. In deze studie werden verschillende metabolieten opgevolgd in het bloed om na te gaan hoe de dieren hiermee omgingen, maar er werden geen verschillen tussen de behandelingsgroepen waargenomen. Dit kan suggereren dat de kuikens over een aangeboren metabolisch programma beschikken waardoor ze hun metabolisme stabiel kunnen houden, en het dus niet afhangt van het moment van de eerste voederinname.
Conclusie
In deze proef had het uitstellen van de voederinname tot 48 uur na uitkomst geen meetbare effecten op de morfologie van het duodenum, noch op het nutriëntenmetabolisme. Wel bleek een voederuitstel van 48 uur funest voor de totale voederconversie. Bovendien leek het finale eindgewicht in alle levensfases lager te zijn bij 48 uur voederuitstel, en is er een mogelijke indicatie dat er tussen 24 uur en 48 uur voederuitstel een kantelpunt ligt waarop het steeds moeilijker wordt voor de vleeskuikens om de mindere prestaties te compenseren tegen slachtleeftijd.
Tom Schotman
Opgegroeid op een vleeskuikenbedrijf in het Achterhoekse Vragender. Schrijft sinds augustus 2013 voor Sterke Erven Pluimvee (voorheen Pluimveeweb.nl en vakblad Pluimveeweb), Sterke Erven Varkens (voorheen Pigbusiness.nl en vakblad Pig Business) en de regionale agrarische vakbladen van Agrio; Sterke Erven Noord, Oost, Zuid en West.
Beeld: Pluimveeloket
Bron: Pluimveeloket



