Sterke Erven Logo

Koorevaar wil opheldering over 'late communicatie' GLMC 7-vrijstelling

03 min
GLMC 7: minimaal op 1/3 van het bouwland een ander hoofdgewas telen.
CDA-Kamerlid Jan Arie Koorevaar vraagt minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) om opheldering over de communicatie rond de Goede Landbouw- en Milieucondities (GLMC) 7-vrijstelling voor bedrijven met minder dan 30 hectare landbouwgrond. Dit zijn de Europese gedrags- en beheersregels die landbouwers moeten volgen om in aanmerking te komen voor inkomenssteun (zoals de basispremie) vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Hij wil weten of het klopt dat deze uitzondering pas tegen het eind van het huidige teeltseizoen door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) duidelijk is gecommuniceerd naar de betreffende ondernemers.

Een woordvoerder van het Kamerlid laat weten dat er verschillende signalen uit de agrarische achterban kwamen dat er pas laat in het teeltseizoen werd gecommuniceerd over de uitzondering op GLMC 7 voor bedrijven met minder dan 30 hectare landbouwgrond. Koorevaar wil daarom duidelijkheid van Van Essen over wanneer er is gecommuniceerd over de uitzonderingsregel, blijkt uit Kamervragen. ‘Waarom is deze informatie niet eerder en duidelijker gecommuniceerd aan landbouwbedrijven, zodat zij voor de start van het teeltseizoen wisten of de verplichtingen uit GLMC 7 op hen van toepassing waren?’, schrijft hij.

GLMC 7 is een van de in totaal negen conditionaliteiten binnen het GLB. GLMC 7 heeft betrekking op het verplicht roteren van gewassen op bouwland.

Financiële gevolgen

Het CDA-Kamerlid vraagt ook of de minister voorafgaand aan het huidige teeltseizoen wist was van deze uitzondering. Ook wil Koorevaar van de minister weten of hij ervan op de hoogte is dat landbouwbedrijven in sommige gevallen al teeltmaatregelen hebben genomen of opbrengsten hebben misgelopen omdat zij niet wisten dat zij onder een uitzondering vielen.

Over de vraag welke financiële gevolgen landbouwbedrijven mogelijk hebben ondervonden doordat zij hun bouwplan of gewasrotatie hebben aangepast in de veronderstelling dat GLMC 7 op hen van toepassing was, wil Koorevaar ook duidelijkheid. Tevens vraagt het Kamerlid of de minister bereid is om te onderzoeken of het mogelijk is bedrijven die inkomsten zijn misgelopen of aantoonbare kosten hierdoor hebben gemaakt tegemoet te komen.

Reactie RVO

De redactie van Sterke Erven Akkerbouw heeft bij RVO nagevraagd wanneer en via welke kanalen er over de uitzondering op GLMC 7 voor bedrijven met minder dan 30 hectare is gecommuniceerd. Een woordvoerder laat weten dat in december 2025 de omnibus-verordening is gepubliceerd waarin de vrijstelling voor landbouwbedrijven onder de dertig hectare staat. Het gaat om de verordening 2025/2649, punt 71. Op 1 mei dit jaar is dit nogmaals gecommuniceerd richting de Vereniging van Accountants- en Belastingadviesbureaus (VLB). De VLB behartigt de fiscale, juridische en bedrijfskundige belangen binnen de agrarische sector. Op 3 augustus is de wijziging op de RVO-website gepubliceerd, aldus de woordvoerder.

Tekst:

Beeld: Ellen Meinen

Tags
BiologischAkkerbouwGLBRegelgevingTweede KamerJaimi van Essen