Sterke Erven Logo

Royal GD: kalvergezondheid bij kalf bij de koe vergelijkbaar met gangbaar

04 min
Kalf in de wei bij de koe
De belangrijkste uitkomst van het onderzoek naar de gezondheid en biestopname van kalveren die langer bij de koe blijven, is dat de kalvergezondheid op deze bedrijven niet aantoonbaar afwijkt van de gemiddelde kalvergezondheid in Nederland. Voor een sector die zoekt naar manieren om de tijd dat het kalf bij de koe blijft te verlengen, is dat een relevante eerste conclusie, stellen onderzoekers van Royal GD.

Het onderzoek, in opdracht van het ministerie van LVVN uitgevoerd door Royal GD, levert daarmee een eerste onderbouwing voor de haalbaarheid van het systeem om het kalf bij de koe te houden. Voor een verdere onderbouwing is aanvullend onderzoek noodzakelijk, concludeert Royal GD in het rapport.

Langer bij de koe heeft nauwelijks effect op de kalfgezondheid

De gezondheid van kalveren die langer bij de koe dan wel pleegmoeder blijven, wijkt niet of nauwelijks af van de gemiddelde gezondheid van Nederlandse kalveren afgeleid van het KalfOK-systeem. Maar de onderzoekers trekken nadrukkelijk geen harde conclusies over de effecten van het systeem op de diergezondheid. Daarvoor is de onderzochte groep van 19 bedrijven te klein en wijkt de bedrijfsvoering van de onderzochte groep teveel af van de aanpak van de ‘gemiddelde’ Nederlandse melkveehouder.

Kalveren krijgen voldoende afweerstoffen binnen

De biestopname en met name de opname van voldoende afweerstoffen wordt regelmatig betwist bij de minder gecontroleerde toediening van biest in het kalf-bij-de-koesysteem. Het onderzoek laat zien dat 84 procent van de bloedmonsters van de onderzochte bedrijven voldoende antistoffen bevat. In de reguliere referentiegroep, bestaande uit 951 monsters uit de biestopnamecheck, bevatte 81 procent van alle monsters voldoende antistoffen.

Deze resultaten suggereren dat zelfstandig drinken met gerichte controle tot een goede biestopname kunnen leiden. De onderzoekers waarschuwen wel dat in groepsystemen met pleegmoeders het risico bestaat dat sterkere kalveren meer melk opnemen dan hun zwakkere soortgenoten.

Minder antibiotica bij het kalf-bij-de-koesysteem

Terwijl de routinematig verzamelde gezondheidsgegevens van zowel de kalf-bij-de-koeboeren als de reguliere bedrijven die met het KalfOK-systeem meedoen vrijwel gelijk waren, lag het antibioticagebruik bij de kalf-bij-de-koeboeren lager dan het landelijk gemiddelde. Daar komt bij dat de boeren die het kalf bij de koe houden minder behandelen tegen cryptosporidiose en coccidiose. Het lagere antibioticagebruik kan mogelijk verklaard worden, doordat de kalf-bij-de-koeboeren allemaal een biologisch of biologisch dynamisch bedrijfsvoering hanteren. Maar dat betekent volgens de onderzoekers niet dat deze bedrijven ook automatisch minder gezondheidsproblemen hebben.

Wel is het zo dat deze boeren vaker een gesloten bedrijfsvoering hebben, waardoor het risico op het introduceren van nieuwe ziekteverwekkers kleiner is.

Voor een betrouwbare analyse van de verschillen in kalvergezondheid is meer onderzoek nodig, concluderen de onderzoekers.

Later afkalven, langere tussenkalftijd, geen verschil in vruchtbaarheid

Op kalf-bij-de-koebedrijven kalven vaarzen vaak later af en is de tussenkalftijd langer dan bij het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf. Wat opvalt, is dat het aantal inseminaties per koe nagenoeg gelijk loopt, waardoor van een verschil in vruchtbaarheid geen sprake lijkt. Als mogelijke verklaring denken de onderzoekers aan de gekozen bedrijfsstrategie en de extensieve bedrijfsvoering.

Een eerste analyse van het celgetal wijst uit dat het celgetal bij kalf-bij-de-koeboeren gemiddeld hoger ligt in vergelijking met het gemiddelde van de Nederlandse veestapel. Maar de conclusie dat het kalf-bij-de-koesysteem de uiergezondheid verslechtert, gaat de onderzoekers te ver. Nader onderzoek zou hier meer inzicht in moeten brengen.

Iedere boer houdt zijn kalf anders bij de koe

In totaal werkten negentien boeren mee aan het onderzoek. Al deze boeren hanteerden hun eigen werkwijze. Een werkwijze die kan variëren in de tijd dat een kalf bij de koe blijft, de wijze van huisvesten, de beschikbare arbeid, samenstelling van de veestapel en het melksysteem. Dat maakt de onderlinge vergelijking van cijfers en de vergelijking met sectorgenoten ingewikkeld. Voor meer inzicht in de gezondheid van zowel het kalf als de koe is dan ook aanvullende onderzoek nodig, volgens de betrokken onderzoekers.

De overstap naar het kalf-bij-de-koesysteem vraagt om aanpassingen in de huisvesting en het management. Maar wat boeren vooral nodig hebben om dit systeem tot een succes te maken, is de overtuiging dat het kan, aldus ervaren kalf-bij-de-koeboeren.

Beeld: Ellen Meinen

Bron: Royal GD

Tags
BiologischMelkveeDierenwelzijnDiergezondheid