Extra sojahullen in zeugenvoer levert geen sterkere biggen op

Sojahullen zijn de vezelrijke buitenste vliesjes van sojabonen. Anders dan sojaschroot, dat vooral als eiwitbron wordt gebruikt, bevatten sojahullen relatief weinig eiwit. De onderzoekers wilden vaststellen of extra voedingsvezels rond het werpen en tijdens de lactatie gunstig zijn voor de prestaties van zeugen en de gezondheid van hun biggen.
De dieren kregen vanaf dag 106 van de dracht één van drie rantsoenen, met respectievelijk 0, 8 of 16 procent sojahullen. Vervolgens werden onder meer de toomgewichten, het aantal gespeende biggen en de samenstelling van de melk onderzocht.
Geen verschil in toomgewicht
De extra sojahullen hadden geen significant effect op het toomgewicht bij geboorte of spenen. Ook het aantal gespeende biggen bleef vergelijkbaar tussen de drie groepen. Verder vonden de onderzoekers geen verschillen in de melksamenstelling of de hoeveelheid immunoglobuline G, een antistof die belangrijk is voor de afweer van jonge biggen.
Wel werden enkele verschillen gemeten in ontstekingsgerelateerde bloedwaarden van de biggen. Die vertaalden zich echter niet in aantoonbaar betere technische resultaten.
Voordelen voor de zeug niet onderzocht
De onderzoekers benadrukken dat het uitblijven van betere biggenprestaties niet betekent dat extra vezels in zeugenvoer geen waarde hebben. Vezelrijk voer draagt bij aan een betere verzadiging en het verminderen van ongewenst gedrag als staartbijten. Dit onderzoek richtte zich vooral op de technische prestaties van de zeugen.
Tekst: Bart van de Laak
Beeld: Agrio archief
Bron: University of Illinois


