Brussel wil ook vloeibaar digestaat als kunstmest erkennen

Een reden om de regels te verruimen is het streven van de EU om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse inputs voor de landbouw. De Commissie had eerder al aangegeven te onderzoeken hoe de renure-regels kunnen worden uitgebreid.
Zolang kunstmest voornamelijk van buiten de Europese Unie komt blijft de Europese landbouw gevoelig voor prijsschokken daarvan. Dat was te zien bij de Russische invasie van Oekraïne en nu weer bij de Amerikaanse oorlog in het Midden-Oosten. De Commissie werkt al langer aan het verminderen van deze afhankelijkheden; de verruiming van de renure-regels is een van de resultaten van dat streven.
Naast de lagere afhankelijkheid van het buitenland zet de Commissie met dit voorstel een verdere stap in haar streven om de landbouwsector meer circulair te maken.
Digestaat moet aan strenge renure-criteria voldoen
De regeling geldt enkel voor de vloeibare fractie. Die moet voldoen aan de renure-criteria; een hoog aandeel minerale stikstof (minstens 90 procent van het totale stikstofgehalte), of een lage C/N-verhouding (de hoeveelheid organisch gebonden koolstof, in kilo’s, mag hooguit drie keer zoveel zijn als de hoeveelheid stikstof in de mest).
Omdat onbewerkt digestaat uit mest deze criteria zelden haalt, schrijven de nieuwe regels centrifugatie voor. Van die methode is wetenschappelijk bewezen dat die de vereiste resultaten haalt.
Daarnaast mag het digestaat enkel uit agrarische grondstoffen gewonnen worden; uit mest, stro, agro-voedselresten en apart ingezameld bioafval. Daarmee wil de Commissie voorkomen dat het digestaat verontreinigd wordt met andere stoffen. Digestaat van rioolslib, gemeentelijk afval of baggerslib wordt in de regeling expliciet verboden.
Nieuwe regels voor het groeiseizoen begint
De gewijzigde regels liggen tot 13 november ter inzage. De Commissie nodigt belangstellenden uit om feedback te geven. Na het afsluiten van deze consultatie wordt het voorstel eerst voorgelegd aan het Nitraatcomité, en daarna aan het Europees Parlement en de lidstaten. Dat proces duurt zo’n drie maanden; als die instituties de nieuwe regels goedkeuren, kunnen die dus ingaan voordat het nieuwe groeiseizoen begint.
Wim van Gruisen
Zoon van een Zuid-Limburgse pluimveehouder met eigen slachterij, geschoold als econoom. Sinds 2011 in dienst van Agrio, waar hij artikelen schrijft voor de regio- en vakbladen en de Agrio-websites. Zijn focus lag aanvankelijk op landbouweconomie, tegenwoordig vooral op de Haagse en Brusselse politiek.
Beeld: Dati Bendo, Europese Commissie


