Bouwplan 2027: bereid je voor op nieuwe regels voor rustgewassen en eco-regeling

Nieuwe periode voor rustgewassen vanaf 2027
Teel je op zand- of lössgrond? Dan start op 1 januari 2027 een nieuwe periode van vier jaar voor de rustgewasverplichting. Je teelt uiterlijk in 2030 op ieder perceel minimaal één goedgekeurd rustgewas. De periode van 2023 tot en met 2026 telt daarbij niet meer mee.
Maak daarom nu al een planning per perceel. Leg vast in welk jaar je een rustgewas teelt en verdeel deze waar mogelijk over de periode van 2027 tot en met 2030. Natuurlijk blijft de gewasrotatie daarbij leidend.
Drie manieren om aan de rustgewasverplichting te voldoen
Je kunt de verplichting op verschillende manieren opnemen in je bouwplan.
Hoofdteelt
Je teelt een gewas dat op de officiële lijst met rustgewassen staat, zoals gras, granen, cichorei of vezelvlas.
Combinatieteelt
Je zaait een mengsel waarvan minimaal twee derde bestaat uit gewassen die op de rustgewassenlijst staan.
Volgteelt
Na een korte hoofdteelt zaai je uiterlijk op 31 augustus een onbemest vanggewas. Dit vanggewas blijft minimaal staan tot 1 februari van het volgende jaar. Kies je voor volgteelt? Dan gelden extra voorwaarden:
- het vanggewas mag geen onderzaai zijn;
- je geeft de inzaaidatum uiterlijk 15 oktober door via de Gecombineerde opgave;
- deze route is vooral geschikt na vroege aardappelen, erwten, vroege granen en sommige groentegewassen.
Na laat geoogste aardappelen, suikerbieten of mais blijkt de uiterste inzaaidatum in de praktijk vaak lastig haalbaar.
Houd verschillende regels uit elkaar
Binnen één bouwplan kunnen meerdere regelingen tegelijk van toepassing zijn:
- de verplichte rustgewasteelt vanuit het mestbeleid;
- de vrijwillige eco-activiteit Rustgewas;
- de regels voor gewasrotatie binnen het GLB, waaronder GLMC 7.
Een gewas dat meetelt voor de rustgewasverplichting, telt niet automatisch mee voor de eco-activiteit. De voorwaarden en gewassenlijsten verschillen namelijk. Controleer daarom per perceel en per gewascode welke regels gelden. Gebruik voor je aanvraag altijd de definitieve gewascodelijst voor 2027 zodra RVO deze publiceert.
Eco-regeling vanaf 2027: kijk naar punten én opbrengst
Vanaf 2027 verdwijnen de medailleniveaus brons, zilver en goud binnen de eco-regeling. RVO baseert de vergoeding op de gemiddelde waarde van correct uitgevoerde eco-activiteiten per subsidiabele hectare. Daarbij geldt een maximum van € 200 per hectare.
Daarnaast moet je gemiddeld minimaal vijf punten per subsidiabele hectare behalen. Ook blijven er minimale eisen gelden per eco-doel. De vaste eis voor biodiversiteit wordt met 0,5 punt verlaagd. Die punten mag je voortaan verdelen over één of meerdere eco-doelen.
Controleer daarom bij elk scenario:
- Behaal je de minimumeis per eco-doel?
- Kom je uit op gemiddeld minimaal vijf punten per subsidiabele hectare?
- Welke gemiddelde vergoeding per hectare blijft over?
Een hoge vergoeding betekent niet automatisch dat je voldoende punten behaalt. Andersom kan een activiteit nodig zijn om aan de voorwaarden van de eco-regeling te voldoen, terwijl de financiële opbrengst beperkt blijft.
Maak je bouwplan uitvoerbaar
Een bouwplan kan op papier goed scoren, maar in het veld anders uitpakken. Kijk daarom niet alleen naar punten en vergoedingen, maar ook naar de praktische uitvoering. Goed agrarisch bedrijfsadvies kan helpen om regelgeving, teelttechnische keuzes en de financiële gevolgen in samenhang te bekijken. Let bijvoorbeeld op:
- de verwachte oogstdatum;
- de uiterste inzaaidatum;
- de berijdbaarheid van de bodem;
- de beschikbaarheid van loonwerk en machines.
Bereken ook vooraf wat de gevolgen zijn als een nateelt vervalt. Zo voorkom je dat je eco-regeling afhankelijk wordt van één perceel of één risicovolle activiteit.
Bouw een veiligheidsmarge in
Vanaf 2027 kan RVO bij een eerste constatering van een onjuist uitgevoerde eco-activiteit direct een korting van 3% op de eco-premie toepassen. Werk daarom met een buffer en stuur niet op het absolute minimum.
Denk bijvoorbeeld aan:
- meer dan vijf punten per subsidiabele hectare;
- een alternatieve eco-activiteit op een ander perceel;
- extra areaal om uitval op te vangen;
- een oplossing die niet afhankelijk is van één laat ingezaaid vanggewas.
Lukt een activiteit niet? Trek deze dan zo snel mogelijk in via de Gecombineerde opgave en controleer opnieuw of je nog aan alle voorwaarden voldoet.
Let op de combinatie met ANLb
Maak je gebruik van akkerranden, vogelakkers of andere ANLb-beheerpakketten? Controleer dan of dezelfde oppervlakte ook mag meetellen voor een eco-activiteit.
Let daarbij op:
- de pakketcode;
- de ligging van het beheer;
- mogelijke uitsluitingen of verrekeningen van betalingen;
- de subsidiabiliteit voor de basispremie.
Voor vogelakkers kunnen de ANLb-pakketten 16a, 16b, 40a en 40b onder voorwaarden meetellen als rustgewas voor de mestregel. Ook de overlap tussen bepaalde eco-activiteiten en ANLb-pakket 80a wijzigt vanaf 2027. Controleer daarom altijd de actuele voorwaarden.
Start nu met je bouwplan voor 2027
Een goede voorbereiding begint met inzicht per perceel. Door de rustgewasverplichting tijdig te spreiden, voldoende punten op te bouwen en rekening te houden met uitvoeringsrisico’s, houd je je bouwplan zowel teelttechnisch als financieel haalbaar.
Controleer vlak voor je aanvraag altijd de definitieve gewascodes, vergoedingen en voorwaarden. Zo voorkom je verrassingen en kun je op tijd bijsturen.
Meer weten?
aaff is graag overal van betekenis. Heb je vragen over de gevolgen van de nieuwe regels voor rustgewassen of de eco-regeling voor jouw bouwplan? Neem dan contact op met onze specialisten.

Hans de Bie
- Business developer melkveehouderij
- 06 21 34 55 57
- hans.de.bie@aaff.nl
Tekst: Tim Ruijs

aaff
Als ondernemer in de agro sector heb je te maken met veranderende wet en regelgeving die van invloed zijn op je bedrijfsvoering. Dat brengt risico's met zich mee. aaff volgt de ontwikkelingen in de regelgeving en de markt op de voet en weet dit goed te vertalen naar de impact op jouw bedrijf. aaff is overal van betekenis en bekijkt aan de hand van jouw wensen en mogelijkheden samen met jou je financiële resultaten en mogelijkheden. Welke aanpassingen kun je in je bedrijfsvoering doorvoeren om het resultaat te verbeteren?


