Friese Vogelwachten: goed jaar voor grutto, kievit, scholekster en tureluur

Het voorjaar van 2026 was warm en bijzonder droog, constateert BFVW in zijn jaarbericht, dat het vrijdag in Nes presenteerde. ‘Voor weidevogels maakt dat geen ideaal voorjaar, omdat er bij droge omstandigheden vaak minder voedsel beschikbaar is. Toch ontwikkelde het seizoen zich in veel regio’s positief. Daarbij speelde vooral het grote aantal veldmuizen een belangrijke rol. Voor veel predatoren vormden de muizen een gemakkelijk alternatief voedsel, waardoor de druk op nesten en kuikens van weidevogels afnam.’
Koude start
Het jaar begon koud, met een lange periode van vorst, sneeuw en ijzel. Pas in de laatste week van februari liepen de temperaturen langzaam op. ‘Daardoor werd eerst verwacht dat de weidevogels later dan gebruikelijk aan het broedseizoen zouden beginnen’, vervolgt BFVW. ‘Niets bleek minder waar: alle vier de hoofdsoorten hadden juist opvallend vroege eerste legsels. Vanaf maart zette warm en zonnig weer de toon. Vooral april was uitzonderlijk droog, waardoor de bodem op veel plaatsen snel uitdroogde. In mei viel eindelijk weer wat regen, maar ook deze maand bleef warm en zonnig. Juni bracht opnieuw hoge temperaturen en na een droge start ook veel regen en zware onweersbuien. In juli keerde het droge, warme en zonnige weer terug. Veel jonge vogels zochten in dit uitzonderlijk droge voorjaar vooral plasdrassen en bevloeide percelen op. Op deze natte percelen was nog wel voldoende voedsel te vinden.’
Broedsucces grutto
BFVW kon voor de tweede keer in het bestaan van het jaarbericht melden dat de gruttopopulatie op provinciaal niveau waarschijnlijk voldoende jongen heeft voortgebracht om op peil te blijven. Daarbij blijkt uit de cijfers dat in de westelijke helft van de provincie (plus eilanden) een hoger bruto territoriaal succes (BTS) is behaald dan in de oostelijke helft.
Voorzichtig optimisme
Volgens Inge van der Zee, projectcoördinator van het jaarbericht namens de BFVW, overheerst na afloop van het seizoen een gevoel van voorzichtig optimisme. „Alle hoofdsoorten laten een plus zien en het broedsucces is voldoende. Daar zijn we blij mee. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn: één goed jaar maakt nog geen herstel. De hoge muizenstand heeft de weidevogels dit jaar een handje geholpen, doordat predatoren voldoende alternatief voedsel konden vinden. De grote uitdaging blijft om ook in minder gunstige jaren voldoende jonge vogels groot te krijgen.”
Weidevogelprijs
Tijdens de bijeenkomst werd ook de Boerefûgellânpriis uitgereikt. Deze Friese prijs is bedoeld voor boeren die op eigen initiatief én op eigen kosten op hun land een warm thuis creëren voor weidevogels. De voordrachten worden gedaan door veldmensen en ook de beoordeling vindt plaats door mensen met veel praktijkervaring in de weidevogelbescherming. Daarmee is het echt een prijs van weidevogelliefhebbers voor weidevogelboeren.
Gevarieerd mozaïeklandschap
De eerste prijs ging naar Rienk Zijsling uit IJlst. De jury waardeerde het gevarieerde mozaïeklandschap dat hij in de Ruterpolder heeft ontwikkeld. ‘Door de inzet van onder meer een mobiele melkstal, vaste stalmest, beweiden en greppelplasdrassen vormen zijn percelen de kern van een groter weidevogelgebied’, aldus de jury. De tweede prijs werd toegekend aan Thomas de Boer uit Nijelamer. De jury opnieuw: ‘Op zijn bedrijf staan bodemkwaliteit, overleg met nazorgers en praktische maatregelen voor weidevogels centraal.’ De jury prijst vooral zijn instelling dat het belang van de vogels voor financieel voordeel mag gaan.
Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Robert Ellenkamp

