Minister ziet weinig effect van boomsingels op stikstofdepositie

Dat schrijft Van Essen in antwoorden op Kamervragen van SGP-Kamerlid Flach. Die vroeg aandacht voor de mogelijke bijdrage van boomsingels aan het verminderen van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Afhankelijk van situatie
Boomsingels kunnen een deel van de ammoniakuitstoot uit de lucht opvangen en de verspreiding ervan beïnvloeden. Volgens de minister hangt het effect sterk af van de situatie, waaronder de afstand tot natuurgebieden, de omvang van de emissiebron en de soort en omvang van de beplanting. Bij het berekenen van de ammoniakuitstoot van een stal spelen boomsingels geen rol. De uitstoot zelf verandert er namelijk niet door. Wel kunnen landschapskenmerken, waaronder bepaalde boomsingels, worden meegenomen in modellen die de verspreiding van stikstof berekenen. Het zeer lokale effect van speciaal aangeplante bomen wordt daarin momenteel niet afzonderlijk verwerkt.
Geen vervolgonderzoek
Het ministerie heeft met deskundigen gesproken over de mogelijkheden om het effect van boomsingels nader te onderzoeken. Daaruit kwam naar voren dat alleen strategisch geplaatste beplanting van aanzienlijke omvang naar verwachting effect heeft. Bovendien duurt het volgens de minister zeker tien jaar voordat de bomen voldoende zijn gegroeid. Het effect neemt vervolgens snel af naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Om die redenen is geen vervolg gegeven aan het onderzoek.
Ook ziet Van Essen voorlopig geen aanleiding om een rekeninstrument te ontwikkelen, waarmee veehouders de invloed van boomsingels op hun stikstofdepositie kunnen aantonen. Fijnmaziger rekenen is technisch mogelijk, maar leidt volgens hem ook tot nieuwe onzekerheden. De huidige modellen rekenen al op een hoog detailniveau.
Wel ruimte voor maatwerk
Provincies kunnen bij het verlenen van een natuurvergunning wel rekening houden met de invloed van boomsingels op de verspreiding en depositie van stikstof. Daarvoor is een specifieke analyse nodig, mogelijk aangevuld met wetenschappelijk onderzoek. Het positieve effect moet voldoende wetenschappelijk zijn onderbouwd en voor de betreffende situatie vaststaan.
De aanleg van boomsingels wordt wel op andere manieren gestimuleerd. Via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) kunnen agroforestry en houtige landschapselementen meetellen voor de basispremie en in aanmerking komen voor extra subsidie via de ecoregeling. Voor bijvoorbeeld voederhagen zijn ook vergoedingen mogelijk via het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).
Andere positieve effecten
Volgens de minister dragen boomsingels onder meer bij aan biodiversiteit, bodemgezondheid, klimaat en dierwaardige veehouderij. De subsidieregelingen zijn echter niet specifiek bedoeld om boomsingels als stikstofmaatregel te stimuleren. Een directe erkenning van boomsingels als maatregel tegen de stikstofproblematiek ziet het kabinet op dit moment niet zitten.
Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Bram Teeuwsen


