Sterke Erven Logo

Invest-NL: Biologische gewasbescherming kan chemie op korte termijn niet vervangen

06 min
De Nederlandse agrifood-biotech staat mondiaal hoog aangeschreven, maar die positie staat onder druk.
Chemische gewasbescherming gaat op korte termijn niet vervangen worden door biologische alternatieven. De keten erachter is nog onvoldoende ontwikkeld om dit te commercialiseren en op te schalen. Invest-NL deed onderzoek naar de staat van de agrifood biotech. Ondanks dat het kennisniveau hoog is en de technologie vooraanstaand, moet er vooral worden gekeken naar het doorontwikkelen richting een geïntegreerd teeltsysteem met sterkere rassen, preventie, bodem- en teeltmaatregelen, monitoring, biologische middelen én gerichte toepassing van chemie.

‘Grootste voorwaarde voor succes van de verduurzaming is dat nieuwe oplossingen aantoonbaar werken én economisch uitvoerbaar zijn op het akkerbouwbedrijf’ is een belangrijke conclusie uit het rapport van Invest-NL. De onderzoekers hebben zich niet alleen gericht op Nederland, maar ook mondiale ontwikkelingen meegenomen. Het rapport is vrijdagochtend tijdens een bijeenkomst met zo’n honderd ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers overhandigd aan Ino Ostendorf, directeur Strategie, Kennis & Innovatie (SK&I) bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Nederland beschikt volgens Invest-NL over een uitzonderlijke combinatie van sterke agrifoodbedrijven, hoogwaardige kennisinstellingen, biotechnologische expertise, gespecialiseerde toeleveranciers en een internationaal concurrerende land- en tuinbouw. Die positie biedt kansen. Maar ze staat onder druk, doordat onder meer de Verenigde Staten en China sneller investeren in commercialisering en opschaling. Het rapport stelt daarom dat Nederland niet alleen goede technologie moet ontwikkelen, maar vooral beter moet worden in het daadwerkelijk naar de markt brengen daarvan.

Structurele problemen verzilveren agribiotech

Invest-NL onderscheidt drie structurele problemen. Er ontstaan te weinig nieuwe bedrijven uit veelbelovende kennis en technologie, bedrijven doen te lang over validatie en markttoelating, en te weinig ondernemingen bereiken uiteindelijk industriële schaal. De ambitie voor 2030 is daarom het aantal agrifood-biotechbedrijven te verdubbelen, de tijd tot marktintroductie met een factor drie te verkorten en vijf internationaal concurrerende Nederlandse biotechbedrijven te laten doorgroeien.

Voor de Nederlandse landbouw zijn vooral veredeling en genetica, en biologische landbouwinputs relevant. Bij veredeling heeft Nederland al een sterke internationale positie. Die kan worden uitgebouwd met genetica, fenotypering, kunstmatige intelligentie, data en nieuwe veredelingstechnieken. Nieuwe rassen moeten onder andere beter bestand zijn tegen droogte, ziekten en plagen, en efficiënter omgaan met water en nutriënten. Volgens het rapport kan dit bijdragen aan hogere opbrengsten per hectare en minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Maar de uiteindelijke winst hangt nadrukkelijk ook af van teeltsysteem en bodembeheer.

Biologische gewasbescherming groeit, maar ontwikkeling gaat richting ICM

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de groei van biologische gewasbescherming, biostimulanten en biofertilizers. Wereldwijd verwacht Invest-NL een zeer sterke groei van deze markt. Nederland loopt voorop met biologische bestrijding in de glastuinbouw, maar toepassingen in de open teelt zijn veel minder ontwikkeld. Juist daar liggen volgens het rapport kansen, maar ook grote praktische uitdagingen. De omstandigheden zijn minder controleerbaar, de marges per hectare zijn lager en de werking van biologische middelen kan sterker afhangen van weer, bodem, gewas en toepassing. Bovendien komen innovaties lastig van de grond en lukt het start-ups door het economische klimaat niet of nauwelijks om op te schalen.

Invest-NL benadrukt daarom dat biologische middelen meestal niet simpelweg een-op-een chemische middelen kunnen vervangen. De ontwikkeling gaat eerder richting Integrated Crop Management (ICM): resistente rassen, gezonde bodems, vruchtwisseling, monitoring, biologische bestrijding en alleen waar nodig gerichte chemische bestrijding. Voor brede toepassing zijn praktijkproeven per gewas, onafhankelijke data, goede advisering en economische onderbouwing noodzakelijk. Tegelijkertijd moet de toelating van biologische middelen volgens het rapport sneller en beter worden afgestemd op hun specifieke eigenschappen, zonder de veiligheidseisen te verlagen.

Risico niet alleen bij de boeren

Voor boeren speelt bovendien een verdelingsvraagstuk: de extra kosten en risico's van nieuwe teeltsystemen liggen vaak bij de teler, terwijl voordelen ook bij afnemers, retailers of de maatschappij terechtkomen. Invest-NL pleit daarom voor afspraken binnen de keten en tijdelijke risicodeling om toepassing in de praktijk mogelijk te maken.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het rapport is vrijdagochtend tijdens een bijeenkomst overhandigd aan Ino Ostendorf, directeur bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
Het rapport is vrijdagochtend tijdens een bijeenkomst overhandigd aan Ino Ostendorf, directeur bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).

Belangrijkste conclusies uit onderzoek Invest-NL voor de Nederlandse akkerbouw

  • Veredeling wordt nog belangrijker. Nieuwe rassen met resistentie tegen ziekten en plagen en een betere tolerantie tegen droogte en andere klimaatstress kunnen een belangrijke manier worden om met minder chemie en inputs te blijven produceren.

  • NGT's, genetica, AI en fenotypering kunnen de ontwikkeling van zulke rassen versnellen. Voor Nederland is het van belang dat ook akkerbouwgewassen, eiwitgewassen en andere open-teeltgewassen toegang krijgen tot kennis, proefvelden en technologie. Invest-NL noemt daarvoor expliciet gedeelde infrastructuur voor strategisch belangrijke openteeltgewassen.

  • Biologische gewasbescherming in de open teelt staat nog relatief aan het begin. De Nederlandse voorsprong zit vooral in de glastuinbouw. Kennis daaruit moet volgens het rapport gericht worden vertaald naar de open teelt.

  • Biologische middelen zijn meestal geen simpele vervanger van chemie. Akkerbouwers moeten rekening houden met een verschuiving naar geïntegreerde teeltsystemen met preventie, monitoring, resistente rassen, bodemmaatregelen en gerichte interventies.

  • Praktijkproeven per gewas zijn cruciaal. Een middel dat onder gecontroleerde omstandigheden werkt, moet ook onder uiteenlopende bodem-, weers- en teeltomstandigheden betrouwbaar blijken. Het rapport bepleit daarom gewasspecifieke validatieplatforms met uniforme protocollen en zowel agronomische als economische gegevens.

  • De economische risico's mogen niet volledig bij de boer terechtkomen. Nieuwe biologische strategieën kunnen extra kosten of opbrengstrisico's veroorzaken. Invest-NL vindt dat afnemers en andere ketenpartijen mede verantwoordelijkheid moeten nemen, bijvoorbeeld via afnameafspraken, resultaatbetalingen of tijdelijke risicodeling.

  • Toelating is een belangrijk knelpunt. De huidige Europese regelgeving voor gewasbeschermingsmiddelen is volgens het rapport sterk vanuit chemische middelen opgebouwd. Procedures voor biologische producten zijn daardoor vaak langdurig, duur en onzeker.

  • Biostimulanten en biofertilizers zijn kansrijk, maar Invest-NL is terughoudender over hun Nederlandse potentieel. Ze kunnen bijdragen aan nutriëntenefficiëntie, bodemgezondheid en weerbaarheid, maar Nederland heeft hierin geen vergelijkbare internationale voorsprong als bij veredeling of biologische bestrijding.

Potentie van Nederlandse agrobiotech: 17 miljard euro

Lukt het om Nederland om bedrijven sneller op de markt te krijgen en te laten opschalen, dan kunnen agrifood-biotechbedrijven in 2040 zo’n 17 miljard euro extra omzet per jaar halen, becijfert Invest-NL. Het rapport is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op vijftien jaar investeringsdata, en brengt de belangrijkste groeikansen en belemmeringen in kaart. Een financieringsroute daarvoor ontbreekt nog, stelt Invest-NL. Bestaande steunregelingen passen vaak niet, en sluiten deze bedrijven soms zelfs uit, juist omdat ze jarenlang verlies lijden. Met de juiste keuzes verdienen Nederlandse bedrijven in 2040 zo’n 8 miljard euro per jaar aan deze ingrediënten. Bij ongewijzigd beleid blijft het bij ongeveer 2 miljard euro.

Invest-NL maakt financiering mogelijk voor ondernemingen, projecten en fondsen die bijdragen aan een innovatief, duurzaam en weerbaar Nederland. Dat doen we op drie manieren: we investeren zelf, met geduldig en flexibel kapitaal. We nemen financieringsknelpunten weg, want soms moeten eerst de randvoorwaarden kloppen voordat investeren mogelijk wordt. En we ontwikkelen samen met institutionele investeerders, cofinanciers en overheden financieringsoplossingen, waarmee meer investeringen mogelijk worden. Met expertise en netwerk op het gebied van deep tech, high tech en AI, energie, biobased en circulaire economie, agrifood, en life sciences en health helpen we oplossingen schalen.

Beeld: Invest-NL, Martin de Vries

Bron: Rapport Invest-NL

Tags
AkkerbouwAgribusinessBiologischFinancieelGewasbeschermingICMOndernemerschapTopgewasVeredelingLandbouw in transitie