Sterke Erven Logo
12

Fotoserie: bijzondere visie op maïsteelt

1204 min
Afgelopen woensdag was er een afsluitend evenement rond Topmaïs. ’s Morgens bezochten de uitgenodigde veehouders het bedrijf van melkveehouder Kees Pijs uit Etten Leur. Pijs vertelde daar op een boeide manier zijn visie over de teelt en conservering van de snijmaïs. De vrijloopstal met strobodem stond hierbij centraal. Melkvee.nl maakte er een fotoserie van.
De basis van de maïsteelt is voor Pijs het gebruik van stromest. De veehouder heeft een 1200 vierkante meter grote vrijloopstal die gevuld is met stro. Het maïsland wordt bemest met 25 ton stromest per hectare. De stro laat hij eerst wel een halfjaar composteren. ‘De stromest draagt bij aan de organische stof-opbouw van de bodem.’
Volgens de analyse zit er per ton 6,91 kilo stikstof, 2,56 kilo fosfaat en 13,5 kilo kali in de stromest. ‘Ik hoef enkel nog wat stikstof als rijenbemesting toe te voegen om aan de nutriëntenbehoefte van de maïs te voldoen’, geeft Pijs aan.
Het stro wordt verdeeld met een stroverdeler. In de winter gaat er 7 kilo stro per koe per dag doorheen. In de zomer is dit wat minder omdat de koeien dan overdag buiten lopen.
Achter het voerhek liggen emissiearme roosters. Ook het jongvee loopt op roosters. Pijs laat wat drijfmest ruiken. ‘Het stinkt erg hè’, vraagt hij de aanwezigen met een sarcastische toon. De mest blijkt inderdaad niet te stinken. Dit komt volgens hem door het gebruik van koolstof (impact poeder), door het voer. Dit zorgt ervoor dat de drijfmest meer organische en minder minerale stikstof bevat. ‘Ik wil dat de bodem vooral zijn werk doet. In het voorjaar komt de groei misschien wat minder snel op gang omdat de mest minder minerale stikstof bevat, maar dit compenseert zich daarna ruimschoots terug en je hebt veel minder kans op verliezen’, aldus Pijs.
De veehouder uit Etten Leur vertelt de aanwezigen over de grondbewerking van het maïsland. ‘Ik werk met een ploeg zonder voorscharen. Zo houd ik de mest zoveel mogelijk bovenin. Het resultaat ziet er niet uit, maar het is wel het beste. Anders leg je de nutriëntenrijke grond onderin en duurt het veel langer voor de maïsplant bij de voedingsstoffen kan.’ Dit jaar wil Pijs zelfs proberen om niet te ploegen maar de grond enkel met de cultivator lost te trekken. ‘De bovengrond moet wel even los om het zaad te laten kiemen maar het liefst houd ik alles zoveel mogelijk op zijn plek.’ Spitten is wat hem betreft uit den boze. ‘Met spitten maak je de bovenlaag veel te fijn en bij een dikke bui slempt de bodem direct dicht. Ook breng je het bodemleven compleet van slag’, waarschuwt hij.
Pijs haalde afgelopen jaar, als deelnemer van Topmaïs, de 24e plaats met een kuil van 1017 VEM, 401 gram zetmeel en bijna 37 procent drogestof. Een prima resultaat. Hij streeft naar een optimale conservering door de bult goed aan te laten rijden.
De veehouder vertelt dat onder de kuil een laag stro ligt om de perssappen op te vangen. Hiermee voorkomt hij naar eigen zeggen voederwaardeverlies en kunnen perssappen niet in het oppervlaktewater terecht komen.
Om broei bij de zijkanten te voorkomen, legde Pijs een extra stuk plastic, deels onder de kuil. Deze vouwde hij naar boven tegen de zijkant en met een touw wat over de kuil is gespannen, wordt het plastic op zijn plaats gehouden. Ook voorkomt dit het indringen van zuurstof bij het uitkuilen.
De maïskuilen dekt Pijs af met een dikke laag zand, die hij er deels afschept met de shovel en deels met de schop. ‘Zand kost extra werk, maar als het broei voorkomt dan heb ik dat er wel voor over.’
De veehouder kocht destijds bewust een mengwagen zonder frees. ‘Ik wilde beslist niet frezen. Bij een mengwagen met frees ben je tegelijk ook aan het mengen. Hiermee meng je in verhouding veel te lang en verlies je de structuurwaarde van het voer.’
De koeien worden gemolken met een Delaval melkrobot. Omdat er veel toeristen langs komen, is er een glazen wand aangebracht zodat mensen niet te dicht bij de draaiende delen van de robot komen.
Pijs past een driewegkruising toe met Montbeliarde en Zweeds roodbont en Holstein, volgens het Procross-principe. De veehouder is ronduit tevreden over de kruislingen. ‘We voeren vrijwel geen koeien gedwongen meer af en de productie is met 9800 kilo melk en 3,60 procent eiwit in 305-dagen prima. Wij hebben beslist niet de indruk dat de kruislingen minder melk geven.’ De eerste Holstein uit Montbeliarde x Zweeds roodbont-kruislingen, zitten inmiddels al tussen het jongvee.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeVoerGrasMais