Sterke Erven Logo
13

Fotoserie Regiodag 'Voederwinnen of voederverliezen'

1304 min
Afgelopen donderdag organiseerde het regionale landbouwblad Vee&Gewas een Regiodag Melkvee op het melkveebedrijf van de kersverse NAJK-voorzitter André Arfman. Het thema was ‘Voederwinnen of voederverliezen’. Diverse sprekers gaven hun visie over dit onderwerp. Melkvee.nl maakte er een fotoserie van.
Ondanks het mooie weer, waardoor veel melkveehouders aan het inkuilen waren, kwamen er toch ruim 100 melkveehouders op de Regiodag af. Melkveehouder André Arfman uit Vorden (GD) stelde zijn bedrijf met 175 stuks melkvee beschikbaar voor het evenement.
Ruwvoeradviseur Gerard Abbink van Groeikracht beet de spits af met de presentaties. Volgens Abbink is er meer focus op grasbenutting noodzakelijk. Dit komt mede ook omdat het maïsaandeel door de wetgeving de laatste jaren is gedaald van gemiddeld zes naar vier kilo drogestof per koe, aldus de ruwvoeradviseur.
Abbink vertelde de aanwezigen dat de verteerbaarheid van de graskuilen steeds hoger wordt. Om de benutting van voederwaarde te verhogen en de koe gezond te houden, is het nodig om bij hoog verteerbaar gras droger in te kuilen. Structuurrijk gras mag wat hem betreft wat vochtiger ingekuild worden, tussen de 30 en 40 procent drogestof.
Brand Jan van den Bosch van Bosch Beton gaf in zijn presentatie aan waar veehouders op moeten letten bij het aanleggen van een sleufsilo. „Zet de sleufsilo, als het mogelijk is, met de uitkuilopening naar het Noordoosten en zet er bij voorkeur geen achterwand in”, stelde hij.
Volgens Van den Bosch kunnen veehouders er op wachten dat de overheid de regels rond perssappen gaat aanscherpen. Om daarop voor te bereiden is het volgens hem verstandig om voor een vloeistofdichte vloer te kiezen en om de vier meter een afvoer te plaatsen.
Bij de workshop van Agridek, die door de ondernemers Jan Sake en Hotze Bosch uit het Friese Swichum wordt gerund, kregen veehouders uitleg over het automatische afdeksysteem dat het bedrijf ontwikkelde. Jan Sake Bosch deponeerde de stelling dat een sleufsilo waar 50 centimeter boven de rand wordt gekuild, te klein is.
Bosch noemde vijf voordelen van het inkuilen in één silo: een constant rantsoen, hoge inkuilcapaciteit, vaker en minder hectares in één keer inkuilen, door over elkaar kuilen een hoog aandeel kilo’s drogestof per vierkante meter en een vaste voersnelheid.
In theorie is het mogelijk om met dezelfde fosfaatproductie dubbel zoveel melk te produceren, aldus Gerard Polinder, specialist rundvee bij voerfabrikant De Heus. Hij hield de melkveehouders voor dat vooral een efficiëntere jongveeopfok en meer melk per koe daaraan bij kan dragen. Ook adviseerde hij om de energiedekking van het rantsoen twee procent hoger te houden dan de norm. Door deze ‘veiligheidsmarge’ aan te houden is de kans groter dat het eiwit, en daarmee ook het fosfaat, in het voer optimaal wordt benut.
Polinder zijn collega, Edwin van Werven, vertelde in de stal bij Arfman hoe veehouders praktische maatregelen kunnen nemen om een hogere fosfaatefficiëntie te halen. Een inkuilmiddel heeft daarbij volgens hem aantoonbaar een positief effect. Daarnaast levert eerder afkalven van vaarzen en een hogere energiewaarde in de kuil direct voordeel volgens Van Werven. „50 VEM per kilo drogestof extra betekent op een bedrijf met een jaarproductie van 900.000 kilo melk, 20.000 kilo melk extra.
Om het optimale inkuilmoment te bepalen is het juist schatten van het drogestofpercentage erg belangrijk. Edward Ensing van Barenbrug liet tijdens een workshop zien hoe veehouders dat het beste kunnen beoordelen. Een hand vol gras en dan één minuut dichtknijpen. Vervolgens kan middels de hoeveelheid vocht in de hand en het uitvouwen van het product een aardige inschatting gemaakt worden van het drogestofpercentage.
Wanneer het vierde blad komt bij Engels raaigras, sterft het onderste blad af, vertelt Ensing. Die zorgt voor schimmel in de kuil. Ook liet hij zien waar in de plant de meeste suiker (onderste gedeelte van de stengel) en waar het meeste eiwit (voor in het blad) zit.
Jan Kappers, sector manager melkveehouderij van Alfa Accountants, raadt melkveehouders aan om hun bedrijf boekhoudkundig op te splitsen in drie bedrijven. Een deel ruwvoer, een deel melkvee en een deel jongvee. „Zo krijg je veel meer inzicht wat de geldstromen zijn binnen deze processen”, legde hij uit.
Kappers zette twee bedrijfssituaties naast elkaar; één met een 305-dagen productie van 8.500 kilo melk per koe en één met 10.000 kilo melk per koe. De totale voerkosten per koe ligt gemiddeld 120 euro hoger bij een hoogproductief bedrijf. Dit is acht cent per kilo melk. „Ook met een lage melkprijs loont het dus om te investeren in een hoge productie”, aldus Kappers.

Tekst:

Beeld: Ingrid Zieverink

Tags
MelkveeVoerGrasMais