Sterke Erven Logo
15

Traditionele gras- en maïsteelt ter discussie op innovatiedag

1505 min
Jarenlang is er in de gras- en maïsveredeling gefocust op zo veel mogelijk drogestofopbrengst met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Tijdens de innovatiedag die zaaizaadfabrikant DSV in Ven-Zelderheide (LB) afgelopen dinsdag hield, werd de focus duidelijk anders gelegd. Zo kregen de bezoekers middels een aantal workshops kennis met onder andere, extreem vroege maïsrassen, sorghum, soortenrijk grasland en andere vormen van groenbemesting. Melkvee.nl was erbij aanwezig en maakte er een fotoserie van.
Nic Boerboom vertelde alle ins en outs over sorghum. Dit gewas zou naar de toekomst een goed alternatief kunnen zijn als derde gewas. DSV is nu vijf jaar bezig met de veredeling van het gewas en er is volgens het zaaizaadbedrijf nog minimaal 5 jaar nodig om tot goede rassen te komen die geschikt zijn als veevoer en goed passen binnen Nederlandse omstandigheden wat teelt betreft.
De potentie is groot. Het tot vier meter hoge gewas, haalt zo 12 ton drogestof per hectare, aldus DSV. Bovenin de plant zit de ‘pluim’ waar kleine zaadjes worden gevormd die voor wat zetmeel zorgen.
Het gewas lijkt veel op maïs zonder kolf. De voederwaarde moet daarom met name uit de plant komen, die met ongeveer 17 procent vooral meer suiker en met 12 tot 14 procent, ook meer eiwit bevat dan snijmaïs.
Ondanks de focus op innovatie, ontbrak het gangbare rondje langs de maïsrassen niet, waarbij veehouders kunnen vergelijken hoe de rassen het ten opzichte van elkaar doen. Productmanager Jos Deckers vertelt dat DSV, die haar moederbedrijf in Duitsland heeft, geen specifieke rassen voor de Nederlandse markt kweekt, maar rassen die het in Duitsland goed doen, ook in Nederland te testen.
Specifiek aandacht kreeg het extreem vroege ras Joy, met een FAO van 150. Deckers geeft aan dat er een nieuwe benadering van maïsteelt aan het ontstaan is, waarbij maïs onderdeel van het bouwplan wordt. Eerst een paar snedes gras oogsten, of juist na het oogsten nog op tijd een wintergewas zaaien, is daarbij goed mogelijk.
Opvallend zijn de zijscheuten bij één van de rassen. Deckers geeft aan dat ze het liever niet zien, maar dat het ook niet heel erg is. „Het geeft wat extra opbrengst maar het kost iets voederwaarde.”
DSV ziet graag een strakke kolflijn. Het gewas rijpt daardoor gelijkmatiger af, zo is de verklaring.
Grasonderzaai in snijmaïs, is de laatste jaren ook in opgang. Dit moet uitspoeling van nutriënten voorkomen en eventueel de draagkracht verbeteren. Dit jaar is er 2 mei maïs gezaaid en 10 juni de onderzaai. Dit is duidelijk te laat, gezien de geringe hoeveelheid gras die er staat. „Vorig jaar was het net andersom”, merkt één van de aanwezige veehouders op. „Toen stond er veel te veel. Dat gaat naar mijn gevoel ten koste van de opbrengst.”
Iets waar al veel over is geschreven, is shredlage. Dit kon uiteraard niet ontbreken op de innovatiedag. Grove stukken plant en toch een fijngemalen korrel is het resultaat. De veehouders discussiëren met elkaar of de kosten echt terug worden verdient. Dat het een betere vertering en mogelijk meer melk oplevert, dan geloven ze wel, maar zou de kuil koud blijven? Er treedt gevoelsmatig meer lucht in en wat te denken van de extra transportkosten vanwege het luchtigere product? „Als we er over vijf jaar nog van horen dan is het goed”, zo concludeert één van de boeren nuchter.
Soortenrijk grasland, een onderwerp waar Bernard Bles wat over mag vertellen. Er wordt wat lacherig over gedaan en Bles lacht met de boeren mee, maar vervolgt dan serieus. „Wij zijn als maar gefocust op een monocultuur met vooral Engels raaigras, maar wat kunnen andere grassen, kruiden en vlinderbloemigen hier nog aan toevoegen?”, zo vertelt hij de aanleiding van de proef, die ook op dezelfde manier bij DSV in Bremen wordt uitgevoerd. „We vergeten wat er in de grond gebeurd en om productief land te houden met lagere stikstofnormen is dat erg belangrijk”, vervolgt hij.
De proef bestaat uit stroken met verschillende mengsels waar deels 120 en deels 240 kilo zuivere stikstof aan is toegevoegd. Elke proef wordt vier keer herhaald. Volgend jaar komen de definitieve resultaten beschikbaar, maar Bles weet alvast te vertellen dat de kruiden er allemaal al uit zijn. „Die voegen dus niets toe”, concludeert hij. Uit de eerste opbrengstmetingen blijkt één mengsel goed voor 19 ton drogestof bij 240 kilo stikstof en, opmerkelijk genoeg, 18 ton bij 120 kilo stikstof. Dezelfde opbrengstverschillen blijken ook bij de andere mengsels zichtbaar. „Je kunt je dus afvragen wat die extra kilo’s stikstof nog opleveren”, legt hij de veehouders voor, die de proef inmiddels heel wat serieuzer nemen.
Achter glas is duidelijk zichtbaar wat bepaalde grassen onder de grond aan wortelstelsel kunnen ontwikkelen.
Naast de gangbare vanggewassen, laat DSV ook een groenbemestermengsel zien die vooral geschikt is vóór maïsinzaai. Dit kan een oplossing zijn voor maïstelers die op percelen waar een vroeg akkerbouwgewas heeft gestaan (voor augustus geoogst) eerst wat structuurproblemen willen aanpakken, om er het volgend jaar maïs te telen. Ook maakt het gewas makkelijker fosfaat vrij uit de bodem, waar de maïs van kan profiteren, zo wordt er vertelt.
Hoe goed kennen veehouders de bekende grassen uit elkaar? Een leuke test haalt het kennisniveau van de aanwezigen boven water.
Engels raaigras, straatgras en klaver, dat gaat nog wel. Maar hoe haal je Timotee en kweek uitelkaar en hoe herken je gestreepte witbol. Het levert nog wel wat zweetdruppels op. Slechts één van de veehouders had dan ook alle antwoorden goed.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeVoerGrasMais