Sterke Erven Logo
9

Bodemspecialist adviseert Topmaïsteler Hemstede

904 min
De bodemanalyse bevat veel informatie. De drie Topmaïstelers willen graag weten hoe ze al deze kengetallen kunnen gebruiken om hun maïsteelt te verbeteren. Bodemspecialist Arjan Reijneveld van Eurofins helpt hun daar bij. Hierbij een foto-impressie van het bezoek bij Jan Hemstede in Ommen. Daarnaast verschijnen komende weken verschillende artikelen waarbij een aantal belangrijke kengetallen uitvoerig worden belicht.
Hemstede heeft een maand geleden zijn bodem laten scannen met een Verisscan. Zijn loonwerker Harry Koonstra heeft er perceelskaarten van gemaakt. De pH van het perceel varieert tussen de 5,0 en de 5,7. Volgens Reijneveld niet heel slecht voor zandgrond, al kan er wat hem betreft nog wel wat kalk bij. Vooral in het midden van het perceel, blijkt de pH wat lager.
Door plaatsspecifiek te bekalken kan er wat meer kalk op de plekken met de laagste pH, terwijl de kopeinden en de randen nauwelijks bekalkt hoeft te worden. Ze zijn het er samen over eens dat op deze manier de kalk efficiënter benut wordt en er sneller toegewerkt kan worden naar een optimale bodem-pH. (V.l.n.r. loonwerker Harry Koonstra, bodemspecialist Arjan Reijneveld en melkveehouder Jan Hemstede)
Het organisch stof-gehalte van het perceel is met gemiddeld 2,8 procent wat aan de lage kant. De perceelskaart van de Verisscan laat wel behoorlijke verschillen zien. Zo bevatten sommige delen wel ruim 8 procent. Reijneveld wijst naar een bijlage van de bodemanalyse. Daar is de organische stof-balans te vinden. Daarop wordt middels een figuur aangetoond hoeveel toevoer van organische materiaal er nodig is om het percentage organische stof op peil te houden. Een deel wordt opgevangen door de gewasresten, het vanggewas, en het organische deel uit drijfmest. Vanwege de beperkte hoeveelheid stalmest wat Hemstede beschikbaar heeft, besluiten ze dit vrijwel alleen te rijden op de delen van het perceel met een laag percentage organische stof.
Ook het kengetal CEC komt ter sprake. Reijneveld geeft aan dat je het kunt vergelijken met een voorraadkast. „Bij de ene bodem is die groter dan de andere. De CEC-bezetting geeft aan hoe ver de ‘voorraadkast’ is gevuld.” Ook meldt de analyse hoe de verschillende elementen zich met elkaar verhouden. De CEC-bezetting bij het maïsperceel van Hemstede is 81 tot 84 procent, en ligt ruim boven het regiogemiddelde, maar onder het optimum van > 95. Het toevoegen van organische stof kan dit verhogen. Volgens de specialist zijn de CEC en de fosfaatbeschikbaarheid de belangrijkste kengetallen die iets zeggen over de opbrengstpotentie.
Op het land zelf prikt Reijneveld met een prikstok op meerdere plekken van het perceel om de kwaliteit van de grond te beoordelen.
De bodemspecialist concludeert dat er geen storende lagen aanwezig zijn in de bouwvoor. „Alle gronddeeltjes zijn mooi homogeen gemengd. De grond houdt daardoor het vocht goed vast.”
Waar de perceelskaart al grote verschillen in organische stof aangeeft, blijkt dat duidelijk zichtbaar door de lichte plekken in het perceel. Ook het vanggewas staat hier veel dunner. „De grond is hier wat droogtegevoeliger”, merkt Hemstede op.
Ondanks het lage aandeel organische stof op de lichte plekken, valt de structuur van de grond Reijneveld niet tegen. „De grond is ook hier homogeen, al is het wat korreliger. Daarnaast kom ik geen grove, onverteerde stukken organische stof tegen. De stalmest die er vorig jaar opgebracht is, is dus goed verteerd. De bodem heeft flink zijn best gedaan.”
Door de hogere temperatuur van afgelopen weken zijn al witte wortelpuntjes te zien bij het vanggewas. De bovenste laag grond voelt al niet meer koud aan. Onderin blijkt de grond wel wat kouder. Hemstede wil deze week nog de groenbemester onderwerken, zodat die nog tijd heeft om te verteren en niet onnodig direct beschikbare voedingsstoffen uit de bodem onttrekt.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeVoerBodemGrasMais