Sterke Erven Logo
8

Van kengetallen naar praktijkadviezen

804 min
Voor Topmaisteler Bart de Kruijf is het een sport om te streven naar de maximale kilo’s VEM en zetmeel per hectare. Om dit te bereiken wil hij graag weten hoe hij de kengetallen op de bodemanalyse kan gebruiken om de maisteelt te verbeteren. Bodemspecialist Arjan Reijneveld van Eurofins ging daarom bij hem op bezoek.
Eén van de grootste uitdagingen op de kleigrond bij de Kruijf in Werkhoven (UT) is het verhogen van het aandeel organische stof. De veehouder teelt namelijk mais in continuteelt, omdat de andere percelen minder geschikt zijn voor mais. De bodemanalyses laten dit duidelijk zien. Op één perceel komt het percentage organische stof niet boven de 3 uit. Reijneveld geeft aan dat voldoende organische stof voor een kleigrond vooral van belang is voor de bodemstructuur. „Het zorgt voor een betere lucht- en waterhuishouding, een betere bewerkbaarheid en ook de slempgevoeligheid is dan minder.”
Op de kleigrond is een vanggewas niet verplicht. De Kruijf wil ook geen vanggewas toepassen om het organische stof te verhogen. „Ik wil met zo weinig mogelijk bewerkingen toe. Bij neerslag is er al snel kans op structuurschade. Dat risico wil ik niet nemen.” Hij wil daarom van Reijneveld weten wel soort organische stof hij aan moet voeren. Die adviseert hem een compostsoort te nemen die duidelijk gerijpt is en wat veel effectief materiaal heeft. „Het mooist voor dit doel is een product wat niet meer mineraliseert. Dat geeft een stabiele effectieve toevoeging van organische stof.” Als richtlijn geeft hij mee om te kijken naar het drogestofpercentage van de compost. „Hoe hoger het aandeel drogestof hoe beter.” Wel waarschuwt hij om uit te kijken waar de compost vandaan komt. „Pas op met bijvoorbeeld bermmaaisel. Door de uitstoot van auto’s kunnen er veel ‘zware’ metalen in voorkomen, die de opname van andere elementen verdringen.”
Naast organische stof is ook het aandeel calcium op kleigrond van belang. „Dit zorgt ervoor dat de grond rul blijft”, vertelt de specialist. Tussen de twee percelen waar De Kruijf mais op teelt, blijkt de zuurtegraad nogal te verschillen. Daarom adviseert Reijneveld om op het perceel met een voldoende hoge pH gips te strooien. „Gips verhoogt wel het aandeel calcium maar niet de pH”, legt hij uit. Wel waarschuwt hij voor een te grote hoeveelheid in één keer. „Gips bevat naast calcium ook zwavel. Zwavel is heel belangrijk, maar overmaat schaadt.
Opvallend is ook het hoge aandeel magnesium in de bodem bij De Kruijf. Reijneveld geeft aan dat hij beter geen magnesiumhoudende kalk kan strooien. Dit gebeurde in het verleden wel. Magnesium is volgens hem niet direct schadelijk, maar het verdringt het aandeel kali iets. En dat is juist wat de grond bij de maisteler wel goed kan gebruiken.
Gewapend met een prikstok, beoordeelt Reijneveld de bodem in de praktijk. De Kruijf heeft de grond in de herfst geploegd en de vorst van afgelopen winter heeft de bodemstructuur goed gedaan. De specialist is dan ook lovend over de mooie luchtige structuur van de bodem.
Het achterste deel van het perceel is duidelijk zwaarder (hogere afslibbaarheid) dan het voorste deel. Dit blijkt uit de slempkorst die is ontstaan door de regen van de dagen ervoor. Ook blijkt de klei wat vettiger en voelt Reijneveld meer weerstand wanneer hij de prikstok in de grond steekt.
Toch is de bodemspecialist ook niet ontevreden over de bodemstructuur op de zwaardere klei. „De grond valt direct uit elkaar als je er tegenaan schopt. Ook zijn er veel wormen actief. Dat is een goed teken.”
De Kruijf doet er alles aan om het overtollige water zo goed mogelijk af te voeren. Daarom heeft hij halverwege het perceel, waar de grond zwaarder wordt, een diepe greppel gegraven, zodat het water snel weg kan.

Beeld: Sjouke Jacobsen

Tags
MelkveeVoerGrasMais