Sterke Erven Logo

Collectieve aanpak BVD en IBR uitgesteld tot januari 2019

02 min
De AMvB, die ervoor moest zorgen dat de collectieve aanpak van BVD en IBR per 1 januari 2018 in zou gaan, is niet tijdig gereed. Daarom wordt de verplichte aanpak met een jaar uitgesteld. De NZO wil zo lang niet wachten en gaat de aanpak van IBR en BVD bij melkveebedrijven per 1 april 2018 via de leveringsvoorwaarden afdwingen.

Toon van Hoof, die de laatste vijf jaar voorzitter was van de stuurgroep ‘Voorbereiding collectieve aanpak IBR en BVD in Nederland’ is op zijn zachtst gezegd niet te spreken over de plannen van de NZO en legt zijn functie per direct neer: „Natuurlijk baal ik er ook van dat de verplichte aanpak zo lang op zich laat wachten”, laat hij desgevraagd weten. „Met enkel een aanpak van beide ziektes in de melkveehouderij, schieten we echter geen donder op. De hele rundveesector moet meedoen. De tijdwinst voor de uitroeiing van de ziekte in de totale rundveesector is met het plan van de NZO nul.”

Geen goede argumenten

Dat de NZO het plan toch vervroegd invoert, valt slecht bij Van Hoof: „Ik heb van hen niet één argument gehoord, waaruit ik kon concluderen dat dat zinvol was. Daarbij hebben ze de stuurgroep niet eens ingelicht over het feit dat ze met een privaat plan kwamen.”

Stuurgroep blijft

De stuurgroep blijft ook zonder Van Hoof bestaan. Jos Verstraten van ZLTO meldt dat er nog geen opvolger voor de oud-voorzitter in beeld is. „Er is een reële kans dat er niet eens een nieuwe voorzitter komt”, zegt hij. „De stuurgroep zit in een afrondende fase. Een nieuwe voorzitter is daarom wellicht overbodig.”

Beeld: Susan Rexwinkel

Tags
MelkveePolitiekRegelgevingDiergezondheid