Sterke Erven Logo

Vroege maisrassen noodzaak in nieuwe mestbeleid

02 min
De maatregelen in het zesde actieprogramma gaan een grote impact hebben op de maisteelt op zand- en lössgrond. De eerste belangrijke verandering gaat per 2019 in en betreft de eisen omtrent het vanggewas.

Vanaf volgend jaar hebben maistelers op zand- en lössgrond 3 opties:

· Uiterlijk 1 oktober een vanggewas na de maisoogst inzaaien

· Onderzaaien van een vanggewas

· Inzaaien van een hoofdgewas met hoge stikstofopname na de mais in de maand oktober

Vanggewas zaaien = vroeg hakselen

Uiterlijk 1 oktober een vanggewas inzaaien betekent dat de maisoogst behoorlijk vervroegd zal moeten worden. Telers kunnen hierop anticiperen via de maisrassenkeuze. Door op de lichtere gronden te kiezen voor zeer vroege tot vroege maisrassen is de kans groter dat in september goed afgerijpte mais geoogst kan worden.

Prima opbrengstpotentie

Voor elk gewas geldt: hoe meer groeidagen er benut kunnen worden, des te hoger de opbrengstpotentie. Middenvroege maisrassen kunnen daardoor een hogere drogestofopbrengst per hectare leveren dan vroege maisrassen.

Door veredeling is dit verschil echter steeds kleiner geworden. De beste vroege rassen doen in drogestof- en kVEM-opbrengst niet of nauwelijks onder voor het gemiddelde van middenvroege rassen.

Meer zekerheid bij afrijping

In een minder gunstig groeiseizoen of nat najaar is de kans zelfs groot dat het vroege ras meer voederwaardeopbrengst geeft dan een later ras. Mais die niet goed is afgerijpt bereikt namelijk niet zijn gewenste zetmeelopbrengst, dat een belangrijk aandeel heeft in de totale voederwaarde. Vroege maisrassen geven dus een stuk meer zekerheid.

Tekst:

Tags
MelkveeVoerGrasMais