Sterke Erven Logo
27

'Onkruidmengsel', vaker wiedeggen, stro hameren en meer op ruwvoerdag

2705 min
Een groep van zestig leergierige melkveehouders werd op het bedrijf van de familie De Ruijter in Cromvoirt bijgepraat over alle nieuwe ontwikkelingen omtrent de ruwvoerteelt. Aan bod kwamen onder meer nieuwe regels voor de maïsteelt, biodiversiteit in het grasland, het vruchtbaar houden van de bodem en nieuwe producten voor in de rantsoenen van de melkkoeien.

Wilt u ook één van de gratis ruwvoerdagen bezoeken? Kijk voor een locatie bij u in de buurt op www.ruwvoerdagen.nl.

Jan, Ans Johan en Julia de Ruijter heetten bezoekers welkom op hun melkveebedrijf. Op de foto ontbreekt het vijfde gezinslid Sophia. De familie houdt zo'n 100 melkkoeien, die gemiddeld 9.000 kg melk produceren met 4,65 procent vet en 3,70 procent eiwit.
Fleckvieh is het meest voorkomende ras in het koppel koeien. Wanneer de koeien te breed zijn, kruist Jan de dieren in met Brown Swiss. Sinds Johan zich bemoeit met de fokkerij gaat er ook weleens een rietje Jersey in om de gehaltes vet en eiwit in de melk te stimuleren. De Ruijter is heel tevreden over het Beierse ras. De veearts is naar eigen zeggen 'nauwelijks meer nodig'.
Gert Anker van De Heus vertelt onder meer over de wiedeg, die volgens hem veel vaker gebruikt zou moeten worden. „Nu wordt die vaak alleen in het voorjaar gebruikt, maar gedurende het seizoen kun je er ook prima ondiep wortelende grassen als ruwbeemd mee uit de grasmat halen.”
Arjan Lassche van KWS adviseert maïstelers niet langer te wachten met beregenen. „Als je die mogelijkheid hebt, doe het dan! Wanneer de maïs krult, ben je eigenlijk al te laat. Dan staat de groei stil.” Een veehouder uit de zaal vroeg zich af waarom de regels juist in de maïsteelt zo fors worden aangescherpt, terwijl in de aardappelteelt uitspoeling waarschijnlijk net zo veel voorkomt. Lassche heeft daar een simpele verklaring voor: „Maïs is met 200.000 hectare in Nederland nog steeds veruit het grootste akkerbouwgewas. Aardappeltelers worden voorlopig buiten schot gehouden.” De eis om maïs voor een bepaalde datum te oogsten of onderzaai toe te passen, lijkt Lassche vrijwel onhaalbaar. „Het probleem is vooral de beschikbaarheid van de loonwerker. Als de maïs voor 1 oktober geoogst moet zijn, plant bijna iedere veehouder de hakseldatum in de laatste week van september. Dat kan niet.” Volgens Lassche moet je maïs eigenlijk veel meer bemesten dan de huidige normen. „Een vet gewas kan niet groeien zonder vette bemesting. Maar ik wil jullie beslist niet drijven tot het overtreden van de regels. Maïs telen op een oude graszode kan ook interessant zijn, mits er voldoende vocht is om de mineralisatie van die zode op gang te houden. Extra bijbemesten is dan nauwelijks nodig.”
Pieter Vos van Barenbrug demonstreerde diverse grasrassen, waaronder een biodiversiteitsmengsel en rietzwenkgras. Dat laatst ras is volgens Vos niet geschikt om te weiden, maar past wel uitstekend in kuilgras en is minder droogtegevoelig.
Het biodiversiteitsmengsel van Barenbrug is ontwikkeld om te voldoen aan de biodiversiteitseisen van melkfabrieken als A-ware. In het mengsel zit onder andere rolklaver, witte klaver, rode klaver, smalle weegbree, karwij en cichorei. Voordeel van dit mengsel ten opzichte van een grasklavermengsel is dat er slechts eenderde van ingezaaid hoeft te worden om aan de eisen van de melkfabriek te voldoen. „Een onkruidmengsel”, zegt één van de aanwezige melkveehouders lachend. Vos: „We hebben de planten, die onder boeren bekend staan als onkruid, ook veredeld, waardoor de kwaliteit beter is dan het 'wilde' onkruid.”
Thijs Janssen van De Heus pleit voor gehamerd stro in de droogstand. „Het binnenste van stro is smakelijk. Door gehamerd stro te voeren, neemt de koe er meer van op.”
Volgens Janssen is het kengetal VEM uit de tijd: „Palmpit heeft volgens de analyse bijvoorbeeld 940 VEM, maar de koe kan dat bijna niet gebruiken. Wij rekenen daarom tegenwoordig met het glucose leverend vermogen (GLV).
Milou Fleuren vertelt over de effecten van het goedje 'Omnigen'. „Wat het exact is, kan ik niet eens zeggen. Dat is het geheim van een slimme Amerikaan. Er is echter wel enorm veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, waaruit onder meer blijkt dat het de weerstand van de koe verhoogt en helpt tegen de gevolgen van hittestress.”
Wim Jaspers van Van Iperen vindt dat veehouders te weinig aandacht hebben voor de exacte samenstelling van rundveedrijfmest. „Waarschijnlijk zijn niet alleen stikstof- (N), fosfaat- (P) en kali- (K) gehaltes in de mest de laatste 15 jaar gedaald, maar ook de sporenelementen. Toevoegen van sporenelementen bij de kunstmest blijkt de opbrengst van het grasland te verbeteren. Daarbij wordt het ruwvoer op die manier ook gezonder, doordat de plant de sporenelementen organisch bindt. Dat is beter voor de koe dan anorganische sporenelementen.”
Koen van Bergen van Agra-Matic mineraal gaat nog verder in op de mineralenvoorziening voor een vruchtbare grond. Hij legt uit waarom bijvoorbeeld calcium zo belangrijk is. „Calcium zorgt ervoor dat kleideeltjes of koolstofatomen 'op afstand van elkaar' gehouden worden. Zo behoudt de grond een betere structuur. Zwavel is vooral belangrijk voor de opbouw van aminozuren. Dat element is vooral nodig bij de eerste twee snedes, omdat in latere snedes genoeg zwavel vrijkomt uit mineralisatie in de grond. Die mineralisatie is in de eerste twee snedes nog niet op gang gekomen.”
Na afloop van het leerzame evenement kon iedereen onder het genot van een koud drankje napraten, waarna de bezoekers met een tas vol informatie huiswaarts keerden.

Beeld: Geert van den Biggelaar, Karin Heijting

Tags
BiologischMelkveeVarkensPluimveeVoerGrasMaisStikstofemissieNoord-Brabant