Sterke Erven Logo

'Aanvoersnelheid maïs bepalen door zelf kuil aan te rijden'

05 min
Topmaïs volgt dit seizoen de nummers een, twee en drie van laatste editie van de Maïschallenge, een initiatief van NAJK en Limagrain. Jeffrey Bos uit Wieringerwaard (NH) werd tweede bij het project. De relatief laat gezaaide maïs in Noord-Holland werd afgelopen week gehakseld. Bos rijdt zelf de kuil aan met de shovel. Het voordeel is dat hij de aanvoersnelheid in de hand heeft.

10 oktober

Eind september nam Bos een aantal planten mee naar een demoveld waar de maïs werd bemonsterd met een NIRS-apparaat. Conclusie, de maïs kan nog 14 dagen wachten. Wel was zetmeelgehalte opvallend hoog voor het toen nog niet volledig rijpe gewas. De maïsteler deed ook een proef met maïs met een hogere stoppellengte. „Het voederwaardeverschil was nauwelijks zichtbaar.”
De dagen erna viel er behoorlijk regen. Ook Noord-Holland kreeg de volle laag. Begin deze week droogde het mooi op en afgelopen woensdag ging de maïs eraf.
Het land goed begaanbaar. „Tot een uur of 11 was het droog. Daarna begon het licht te regenen. Daardoor werd de grond wat vettig. Maar desondanks konden we de maïs er prima af krijgen", aldus de maïsteler.
Bos schat de opbrengst rond de 55 ton bij ongeveer 38 procent drogestof. De opbrengst is iets lager dan vorig jaar, toen ruimschoots 60 ton van een hectare werd gehaald. De voederwaarde verwacht de veehouder veel van. „Ik denk toch zeker 1.000 VEM en 400 gram zetmeel.”
De veehouder reed zelf mee met een dubbeldoelwagen. Ook het aanrijden werd in eigen beheer gedaan. De loonwerker hakselde de maïs en reed ook met een silagewagen de maïs aan de bult.
Alleen bij de laatste twee hectare voegde Bos een broeiremmer toe. Voor de rest ziet hij geen voordeel van een inkuilmiddel in de maïs. De veehouder vindt het een groot voordeel dat ze zelf de maïs aanrijden. „Dan heb je het aanrijden in eigen hand en kun je zelf bepalen of de maïs goed genoeg is vastgereden en wanneer de volgende wagen mag lossen.”
Na het aanbrengen van onderfolie en kuilplastic, is de kuil afgedekt met zandslurven aan de zijkant en banden bovenop. De kuil gaat pas in januari open. Bos heeft nog wat oude maïs met perspulp ingekuild en wil dat eerst opvoeren.
De veehouder laat alvast zien waar hij volgend jaar maïs wil telen. Dit betreft een perceel waar aardappelen heeft gestaan en waar de groenbemester goed is aangeslagen. Op het perceel waar dit jaar de maïs stond, komt geen groenbemester. „Ik was dit eerst wel van plan. Ook al zijn wij het op de kleigrond niet verplicht, het geeft een mooie bodemstructuur en je voedt de bodem met extra organisch stof. Maar nu het zo nat is, heeft het geen zin. Dan doe je alle voordelen teniet.”

18 september

26 juni

Eind mei, begin juni, begon had de maïs toch wat last van de kou en begon het geel te kleuren, zo vertelt Bos. Dit is inmiddels weer goed bijgetrokken. In totaal viel er 130 millimeter neerslag over de maand juni. Daardoor zit er voldoende vocht in de grond.
Door de warme, droge dagen zijn er scheuren in de bovenste laag ontstaan. Bos is er wel blij mee. „Door de grote hoeveelheden water die soms in een keer viel, slempte de grond dicht. Nu kan er weer zuurstof bij komen. Ik heb zelfs overwogen om de schoffel er een keer door te trekken. Maar dat is niet meer nodig."
De grond voelt warm aan, aldus de veehouder. Hij verwacht dat de maïs nu hard doortrekt. Op dit moment meet de maïs rond de 85-90 centimeter. Bos gaat binnenkort een grondmonster nemen om te kijken of een bijbemesting nog lonend is.

Jeffrey boert samen met zijn ouders en broer op 90 hectare land waarvan 6 hectare maïs. Ze melken 170 koeien. „De grondsoort is zware klei. Je moet geduld hebben op deze grond. Vooral in het voorjaar duurt het langer voordat je het kan gaan bewerken. Voor ons is het makkelijker om gras te telen. Toch wordt er wat maïs verbouwd omdat dit goed in het rantsoen past.”

Rond de kerst werd het land geploegd en de groenbemester ondergewerkt. Na de oogst vorig jaar zaaide de veehouder namelijk gele mosterd in. „Wij hoeven niet verplicht een groenbemester te telen, maar om de bodemstructuur te verbeteren doen we dan wel. Daarnaast voegt het veel organische stof toe aan de bodem.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Doordat de kleigrond in Noord-Holland wat trager op temperatuur is, ging Bos dit voorjaar iets later aan de slag op het land dan de andere twee maïstelers. Eind april kwam 50 kuub drijfmest per hectare op het land. „Dat is voor ons al vroeg.” De mest werd met de sleepslang met bouwlandbemester ingewerkt. Een paar dagen na het sleepslangen heeft de veehouder het bemeste maisland met de rotorkopeg zaaiklaar gemaakt.

De veehouder zaaide begin mei een vroeg ras: LG 31.211. „Dit ras doet het bij ons goed. Het kan er vroeg af terwijl het toch een mooie verhouding aan kolf en plantmassa heeft.” Het zaad is gecoat met een Starcover-coating. „Vorig jaar hebben we dit voor het eerst gedaan. Je zag vooral een betere beginontwikkeling. Later zag je geen verschil meer. Maar omdat we later zaaien is een goede beginontwikkeling wel belangrijk.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Bos was van plan om dit jaar een deel van zijn areaal later te bemesten met kunstmest, als de maïs ongeveer 30 centimeter hoog staat. De loonwerker is er echter nog niet op ingericht. Daarom heeft hij alle mest nog bij het zaaien toegepast. „Ik geloof wel in het later bemesten van de maïs. De planten hebben in het begin nog niet zoveel stikstof nodig, maar pas als de planten goed aan de groei zijn. Door later te bemesten, denk ik dat je de benutting kunt verbeteren en daarmee een hogere opbrengst kunt realiseren. Als het kon, zou ik zelfs de drijfmestgift later toevoegen.”

Beeld: Jeffrey Bos

Tags
MelkveeGrasVoerMais