Sterke Erven Logo
Kennispartner

Hoe voorkomt u een tweedeworpsdip?

Kennispartner4 min
Ongeveer vijftig procent van de zeugenbedrijven heeft last van een tweedeworpsdip. Een lager aantal levend geboren biggen van meer dan één big is geen uitzondering. Op veel bedrijven werkt het zelfs door in de derde worp. Wat kunt u doen om een tweedeworpsdip te voorkomen?

Wat is een tweedeworpsdip?

Bij een tweedeworpsdip blijft de productie van tweedeworpszeugen achter bij de productie van eersteworpszeugen. Dit uit zich in een langer interval spenen-dekken, een lager afbigpercentage en een duidelijk lager totaal aantal geboren biggen in de tweede worp. Op bedrijfsniveau kan de productie wel 0,5 gespeende big per zeug achterblijven. Bij een bedrijfsomvang van 600 zeugen betekent dit een omzetverlies tot wel € 15.000 per jaar.   

Wat is de oorzaak van een tweedeworpsdip?

Een belangrijke oorzaak van een tweedeworpsdip is te veel gewichtsverlies (>12%) tijdens de lactatie. Bij magere zeugenlijnen komt dit vaker voor. Andere oorzaken zijn te veel biggen spenen en te weinig groei in de dracht. Een gelt moet 60-70 kg groeien tijdens de dracht en mag 30-40 kg afvallen tijdens de lactatie. Veel gewichtsverlies betekent ook veel spierverlies. Tijdens de volgende worp moeten deze weer worden opgebouwd. Dit kost energie en eiwit. Dit leidt tot veel embryonale sterkte en terugkomers.

Hoe kan het conditieverlies berekend worden?

Een snelle manier om het conditieverlies te berekenen is door de negatieve energiebalans (NEB) te bepalen. De formule hiervoor is: NEB = EW-inname lactatie / toomgroei

Bijvoorbeeld: 28 kraamdagen x 6 kg voer = 168 kg voer x 1,07 EW = 180 EW-inname tijdens de lactatie. Indien hiermee 75 kg toomgroei wordt behaald dan ligt de NEB op 180/75 = 2,4. De NEB ligt idealiter tussen 2,4 en 2,6. Een NEB onder de 2,4 betekent teveel conditieverlies in de kraamstal wat kan leiden tot een tweedeworpsdip.

Managementmaatregelen om tweedeworpsdip te voorkomen

Voedingsmaatregelen om tweedeworpsdip te voorkomen

Oplossing: maatwerk

Om het tweedeworpssyndroom op te lossen is maatwerk nodig. Wordt er tijdens de zeugencyclus voldaan aan de behoefte van het dier? Om dit te bepalen maken we een gedegen analyse van de kengetallen en doen we metingen in de stallen, waaronder spek- en spierdiktemeting. Op basis hiervan adviseren we welke voeders passen en welk voerschema daarbij hoort. Onze Structo-zeugenvoeders bevatten unieke eiwitcomponenten en veel vezels. Dit zorgt voor rust bij de zeugen. De zeugen halen zo meer voeding uit het voer waardoor de conditie van de zeugen op peil blijft.

Meer weten of vragen?

Heeft u vragen of wilt u een passend advies dan kunt u terecht bij Eelco van de Hoef. Ook kunt u uw gegevens achterlaten via het contactformulier.

Contactformulier

Gerelateerde artikelen

Hoe houdt u de melkproductie van de zeugen op peil, ook tijdens de zomer?
Verborgen verlies bij zeugen kan oplopen tot 30.000 euro

Tags
VarkensFokkerijVoer
Logo AgruniekRijnvallei

Over AgruniekRijnvallei

AgruniekRijnvallei (AR) is een actieve land- en tuinbouwcoöperatie van en voor agrarische ondernemers. Samen met veehouders, akkerbouwers en fruittelers werken we aan een toekomstbestendige sector. We leveren hoogwaardige gangbare en biologische voeders voor herkauwers, pluimvee, varkens en paarden. En ook voor mineralen, ruwvoeders, meststoffen en zaaizaden kun je bij AR terecht. Met praktisch advies helpen onze specialisten je het maximale uit je rantsoen en bedrijf te halen.