Sterke Erven Logo

‘Timing en vorm bemesting goed kiezen voor minder N-overschot in de winter’

03 min
De keuze voor de soort mest of bodemverbeteraar en het moment van toedienen zijn sterk bepalend voor de achterblijvende stikstof aan het eind van het groeiseizoen en daarmee voor het uitspoelingsrisico. Rekening houden met de opname-efficiëntie van gewassen en groenbemesters levert winst op, zegt Romke Postma van het Nutriënten Management Instituut (NMI). Postma gaf uitleg over dit onderwerp op de themamiddag van het Actieplan Bodem & Water in Flevoland.

Om beter inzicht te krijgen in het overschot van stikstof in het winterseizoen, monsterden dertig akkerbouwers en veehouders in het gebied op dieptes tot 90 centimeter hoeveel stikstof er in december te vinden was in hun bodems. In die periode blijkt stikstof in diepere lagen te zitten. Daarom denkt Postma dat het over de winter tillen van stikstof en andere elementen in een groenbemester een goede keuze is. Hij verwacht minder uitspoeling en meer beschikbaarheid in de volgende teelt. Het de winter over laten staan van de groenbemester kan in zijn ogen nog een stapje extra toevoegen.

Er blijken grote verschillen in nagelaten stikstof te zitten. Postma geeft aan dat de plaats en daarmee het type, of de zwaarte, van de grond zichtbaar is in de hoeveelheid stikstof in de diepere bodemlagen. Het beeld dat het ene gewas stikstof efficiënter opneemt dan het andere wordt bevestigd. Pootgoed laat een stikstofrijkere bodem na dan bijvoorbeeld graan. In jaren met extremer weer, na droge zomers met minder mineralisatie en in natte winters zijn de uitspoelingsrisico’s groter.

Wegvangen

Een groenbemester of vanggewas kan veel doen voor het vasthouden van de stikstof. Postma: „Zaai je half augustus, dan kan hij nog wel 100 kilo stikstof opnemen. Een maand later gezaaide groenbemesters kunnen nog maar 50 kilo opnemen.”

Telers bemesten de groenbemester vaak, omdat dit beter in het teeltschema past. Postma zegt dan dat het rekening houden met wat de groenbemester kan opnemen en wat het voorgewas is van belang is. Bij een stikstofarme graanstoppel is de behoefte groter, terwijl bij een minder efficiënt voorgewas stikstof verloren kan gaan. De bodem houdt stikstof maar beperkt vast. „Dat hangt van de grondsoort af, maar ik zou er niet te optimistisch over zijn.”

Postma concludeert dat het goed is aan het eind van het jaar het profiel zo leeg mogelijk te hebben. De metingen bij de boeren dragen volgens hem bij aan de bewustwording van wat mogelijk is en wat verloren kan gaan. Ook dit jaar is er een subsidie beschikbaar om de bodemmonsters in december weer te nemen. Omdat 2021 een erg natte zomer kende, zijn de deelnemers nieuwsgierig wat dit met het gedrag van stikstof in de bodem heeft gedaan.

Delen

Omdat voorafgaand aan het seizoen niet bekend is wat de factor weer bij gaat dragen aan mineralisatie, gewasopname en uitspoeling, denkt Postma dat een gedeelde mestgift slim is. „Dan kan je als teler in het seizoen bijsturen en spelen met de omstandigheden.” Postma raadt aan rekening te houden met de vorm van de mest. Stikstof in stabielere organische mestsoorten gedraagt zich anders dan in drijfmest of kunstmest.

Beeld: Jorg Tönjes

Tags
AkkerbouwDierlijke mestTopbodem