Sterke Erven Logo
5

Aphanomyces: van lichte aantasting tot volledig rotte suikerbieten

505 min
Aphanomyces-aantasting in suikerbiet
Aphanomyces kan op (lichte) zand- en dalgronden flink toeslaan in suikerbieten. De waterminnende bodemschimmel veroorzaakt in een vroeg stadium (kiem)plantwegval en in een later stadium wortelrot. De ernst van de schade varieert, maar kan oplopen tot honderd procent. Sinds 2022 worden suikerbietrassen beoordeeld op hun gevoeligheid voor aphanomyces binnen het rassenonderzoek suikerbieten, uitgevoerd door het IRS. Vorige maand werd de aphanomycesproef bij proefbedrijf ’t Kompas in Valthermond (DR) gerooid en beoordeeld. „Dat is vroeg. Normaal beoordelen we deze proef vaak in september”, vertelt Jurgen Maassen, coördinator voorlichting bij het IRS.

Dat de proef beduidend vroeger dan voorgaande jaren is gerooid en beoordeeld, komt volgens Jurgen Maassen door de combinatie van (voldoende) vocht en de warme junimaand. „In Valthermond is in vergelijking met andere delen van het land best wat neerslag gevallen. Daarnaast zijn de bieten twee keer beregend met 16 millimeter. Het vocht en de hoge temperaturen in juni hebben ervoor gezorgd dat er al vroeg aphanomycesaantastingen zijn.”

Rassen waarvan bekend is dat ze gevoelig zijn voor de bodemschimmel dienen als referentiepunt voor het bepalen van het rooi- en beoordelingsmoment van de proef. „Zien we in die rassen aantastingen? Dan gaan we ook onze proef rooien en beoordelen”, legt Maassen uit. En dat moment was dit jaar op 23 juli.

Handwerk

Het rooien is grotendeels handwerk. De bieten worden met een werktuig achter een trekker voorzichtig opgelicht in de grond zodat ze daarna gemakkelijker handmatig gerooid kunnen worden. Het werktuig gaat tot een diepte van circa 20 centimeter de grond in. Na het rooien wordt het loof met de hand verwijderd en worden de bieten op een rij gelegd zodat proefveldmedewerkers van het IRS en medewerkers van het proefbedrijf van de WUR ze kunnen beoordelen. De bieten zijn gezaaid op een perceel met een pH van 5,1 en zijn blootgesteld aan een natuurlijke aphanomycesdruk.

Score van 0 tot en met 9

In de proef worden in totaal twintig rassen beoordeeld op hun gevoeligheid voor aphanomyces. Het betreft rassen in het tweede en derde onderzoeksjaar. Rassen worden in totaal twee jaar onderzocht op hun gevoeligheid voor aphanomyces zodat er over twee teeltseizoenen onderzoeksgegevens beschikbaar zijn en voordat ze op de rassenlijst verschijnen. In het onderzoek wordt de mate van wortelrot beoordeeld. Naar (kiem)plantwegval (waarin de schimmel tot het 12-bladstadium schade kan veroorzaken) wordt in deze proef niet gekeken.

Nadat de bieten terug in de rij zijn gelegd, gaan de medewerkers aan de slag met de beoordeling. Drie tweetallen lopen de verschillende objecten langs en kennen een cijfer toe aan de mate van aantasting door aphanomyces. „De scoring loopt van 0 tot en met 9. Een score 0 betekent geen symptomen en een score 9 staat voor 100 procent rot. De twintig rassen liggen in vier herhalingen. De scores worden over de vier herhalingen gemiddeld en die resultaten toetsen we statistisch zodat we uiteindelijk de gevoeligheid van een ras voor aphanomyces kunnen bepalen”, vat Maassen de methodiek in een notendop samen. „Bij een beginnen de aantasting krijg je oppervlakkige, schurftachtige plekken op de biet. Dat gaat over in wortelrot en grillige misvorming van de biet. Uiteindelijk gaat er steeds meer weefsel verloren en krijg je diepe insnoeringen die van buiten naar binnen trekken. De schimmel slaat als eerste toe boven in de biet.”

De beoordelingsschaal laat zien welke schadebeelden bij welk cijfer passen. Een lichte aantasting wordt gekenmerkt door enkele schurftachtige plekjes, terwijl zware aantastingen resulteren in zware insnoeringen en 75 of zelfs 100 procent rot.

Rassenlijst

Wanneer een ras gevoelig blijkt te zijn voor de bodemschimmel, wordt dat vermeld op de rassenlijst voor suikerbieten. Omdat de schimmel vooral op lichte zand- en dalgronden voorkomt, krijgen telers op die gronden dan ook het advies om niet voor deze rassen te kiezen. „Op de rassenlijst van dit jaar hebben de rassen Accelor, Francina KWS, BTS 2655 N en Pomona een zogenoemde waarschuwing gekregen.” De resultaten van deze aphanomycesproef zullen worden meegenomen in de rassenlijst van 2027.

Aphanomyces is een algemeen voorkomende bodemschimmel. Bestrijden kan niet, maar je kan wel de omstandigheden zo aanpassen dat de schimmel geen schade veroorzaakt. Een daarvan is het hanteren van een ruime rotatie. „Onderzoek laat zien dat bij een rotatie van 1 op 3 je een 12 procent lagere suikeropbrengst hebt ten opzichte van een rotatie van 1 op 5”, vertelt Maassen.

Daarnaast is een lagere pH een risicofactor. „Met het oog op aphanomyces wil je wel een pH van 6,0 of hoger, maar dat is in een bouwplan met aardappelen vaak juist niet wenselijk. We adviseren telers wel om te streven naar een pH tussen de 5,5 en 5,8.” Verder zijn een goede afwatering en bodemstructuur belangrijk: de schimmel verspreidt zich via water en gedijt goed in vochtige omstandigheden. Bij een slechtere bodemstructuur kan de bodem natter worden én blijven. Onkruidbeheersing speelt ook een belangrijke rol, aangezien melganzenvoet en papegaaienkruid waardplanten zijn voor de schimmel.

Tekst:

Beeld: Renske van Valburg

Tags
AkkerbouwBladschimmelsBodemstructuurSuikerbietenTopbodemTopgewasDrenthe