Emelten beheersen in suikerbieten vraagt maatwerk per perceel

Dit jaar is tot dusver (half mei, red.) 125 hectare suikerbieten overgezaaid als gevolg van emeltschade. „Vorig jaar was dat rond de 350 hectare”, vertelt Geenen-Frijters. Ze plaatst hierbij wel de kanttekening dat de overzaaicijfers enkel betrekking hebben op percelen die vrijwel volledig zijn weggevreten en overgezaaid. „Er zijn ook behoorlijk wat percelen met schade maar die om uiteenlopende redenen (nog) niet zijn overgezaaid.” Emeltschade is niet regio gebonden en kan op elke grondsoort voorkomen.
Droge start
De droge start van het teeltseizoen heeft eraan bijgedragen dat er dit jaar tot nu toe beduidend minder hectares zijn overgezaaid dan vorig jaar. Emelten, larven van langpootmuggen, gedijen namelijk goed onder natte omstandigheden. Er zijn twee soorten emelten die in suikerbieten voor schade kunnen zorgen. De langpootmuggen zetten in het najaar hun eitjes af, bij voorkeur in een grasachtige. „In natte jaren neemt de schade toe. Het is ontzettend droog geweest na het zaaien. Daarbij spelen de omstandigheden in de winter ook een rol. De eitjes, maar ook hele jonge emelten zijn erg gevoelig voor droogte. Het is gedurende afgelopen winter vrij droog geweest”, duidt Geenen-Frijters.
Beheersingsmaatregelen
Onlangs is een nieuw onderzoeksrapport ‘Beheersingsmaatregelen van bodemplagen in suikerbieten’ verschenen waar ook Geenen-Frijters als onderzoeker bij betrokken was. Dit was onderdeel van de PPS Grondige Aanpak Bodemplagen. Beheersingsmaatregelen van emelten is een van de onderwerpen die in het rapport aan bod komt. „Er is niet een simpele oplossing. Het gaat echt om maatwerk per perceel”, volgens de onderzoeker. „De grootste slag die telers kunnen slaan is het mijden van een grasachtig gewas en een grasachtige groenbemester als voorvrucht. Dan voorkom je de ei-afzet. Wat je verder kunt doen: jonge larven zijn behoorlijk gevoelig voor droogte. Dus hoe beter je perceel gedraineerd is, hoe gunstiger. Sommige telers gaan in het najaar met een cultivator het land op om de grond wat los te maken. Dit zorgt ervoor dat de grond droger wordt.”
Daarbij benadrukt ze dat monitoren essentieel is. „Vind je emelten: wacht dan met zaaien tot ze zijn verpopt. Doorgaans verpoppen emelten zich begin mei en veroorzaken dan geen schade meer. Je mist een stukje groeiseizoen en als gevolg daarvan wat opbrengst”, erkent ze en ze snapt dat het voor telers lastig kan zijn om te wachten. „Bieten wil je doorgaans half april wel gezaaid hebben. Maar er zijn telers die één, twee of zelfs in hele extreme gevallen drie keer moeten overzaaien. Wacht daarom echt totdat ze verpopt zijn.”
Wat betreft zaadbehandeling is er vooralsnog geen duidelijk verschil opgemerkt tussen de werking van Force en Buteo Start, vertelt Geenen-Frijters. „Dit jaar gaan we daar meer praktijkervaring mee opdoen.” Ze merkt hierbij wel op dat het effect van beide zaadbehandelingen op emelten gering is.
Ondergrondse springstaarten en wortelduizendpoten
In de PPS Grondige Aanpak Bodemplagen is ook gekeken naar beheersmaatregelen voor ondergrondse springstaarten en wortelduizendpoten. In tegenstelling tot emelten zijn ondergrondse springstaarten en wortelduizendpoten een perceelsgebonden probleem. „Bodemplagen die we als gevolg van bodemmaatregelen van de laatste jaren steeds meer zien. Zeker op percelen met een hoog organisch stofgehalte. Dat is voor telers erg vervelend. Je investeert er jarenlang in om het organisch stof op peil te houden of te krijgen en dan krijg je vervolgens problemen met bodemplagen.”
Groenbemester
Het type groenbemester bleek geen effect te hebben op het schadebeeld van springstaarten en wortelduizendpoten, vertelt de bodemplagenexpert. „Onze eerste gedachte was: dat is een negatieve uitkomst. Want je wilt immers dat een groenbemester ook een bodemplaag zou kunnen verminderen. Maar aan de andere kant kan het ook iets positiefs zijn: het maakt dus niet uit welke groenbemester je teelt. Daarbij is er ook geen verschil met zwarte braak.”
Het enige wat de schade enigszins verminderde was het toepassen van frass, een bijproduct uit insectenkweek „Daarvan zagen we een klein positief effect in proeven. Frass zit hoog in organisch stof en kan fungeren als alternatieve voedingsbron.”
Er is ook gekeken naar het effect van zomertarwe tussen de bieten. „We zien al dat zomergerst wordt ingezet als antiluisdek en antistuifdek in de bieten. Het idee van zomertarwe als tijdelijk partnergewas is dat de extra wortelmassa van de gerst maskerend kan werken ten opzichte van de bietenwortels. Daarnaast kan de gerst mogelijk ook als alternatieve voedingsbron dienen. Geenen-Frijters is voorzichtig met het trekken van conclusies omdat een positief resultaat van het effect van tarwe tussen de bieten maar in één proef duidelijk naar voren kwam. „Het vergt meer onderzoek.”
Zaaitijdstip
Net als bij emelten speelt het zaaitijdstip een belangrijke rol. „Zaai niet te vroeg. Als je heel vroeg zaait, bijvoorbeeld voor half maart, is het vaak nog koud. Als gevolg daarvan ontwikkelen de bieten zich minder snel en zijn ze gevoeliger voor aantastingen. Op percelen die vroeg zijn gezaaid, zie we vaak de meeste schade.” Ondergrondse springstaarten en wortelduizendpoten worden namelijk al actief bij een bodemtemperatuur van 5 graden Celsius. Ook met wat ondieper zaaien kunnen telers schade beperken. „Daarmee verkort je de kwetsbare fase van het gewas.”
Het rapport ‘Beheersingsmaatregelen van bodemplagen in suikerbieten’ is hier te raadplegen
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: IRS


